Opinie

    • Rosanne Hertzberger

Ooit maken we ook synthetische moedermelk

Ik heb het grootste deel van de voeding van mijn jongste uitbesteed aan een koe. Het is een heel groot beest met enorme uiers, die loom heen en weer wiegen tussen haar achterpoten wanneer ze de robotmelkmachine in en weer uit waggelt. Ze woont in een ruime stal met zo’n honderd andere mamakoeien ergens in de Flevopolder. Het gaat goed met haar. Ze heeft misschien wel minder borstontsteking dan de gemiddelde moeder in Nederland, krijgt nauwelijks meer antibiotica, ze mag eindeloos grazen en wordt door een invoelende robot met liefde gemolken.

Die melk wordt vervolgens via duizend stappen gezuiverd, overgegoten, gedemineraliseerd, verhit, afgekoeld, ingedampt, geherformuleerd en gesproeidroogd. Dan worden er nog wat oligosachariden toegevoegd zodat het geheel zoveel mogelijk op menselijke melk lijkt. Dat schep je dan in keurig afgestreken lepeltjes in een flesje, je zet er een siliconen tepel op die zoveel mogelijk op een menselijke tepel lijkt, en de kinderen drinken het dankbaar op.

De melk van de mamakoe was natuurlijk eigenlijk bestemd voor haar eigen kalfje, maar dat hebben we bij haar weggehaald en op de barbecue gelegd. Met een beetje pech is zijn geroosterde lijkje zelfs nog overgoten met een roomsaus gemaakt van de melk die hij eigenlijk had moeten opdrinken. In Tora staat op drie verschillende plekken dat je een kind niet mag koken in de melk van zijn moeder. En daar heeft God eigenlijk wel een goed punt. Voor veganisten heb ik daarom ook wel sympathie. Het is in ieder geval consequent. Al die babystiertjes die geboren worden hebben niet ergens een tehuis of hangplek om gelukkig grazend oud te worden. Die moeten op.

In die zes maanden dat ik mezelf onder de voedselproducenten van dit land mocht rekenen, ben ik wederom diep onder de indruk geraakt van de magie van melk. Zes maanden lang produceerde mijn lijf alle voeding die mijn kind nodig had. Goed, een snufje vitamine D en K erbij voor een beetje extra weerbaarheid en om de concurrentie voorbij te streven in intelligentie, maar strikt genomen was zelfs dat niet essentieel. Elk atoom in die dikke wangen had ik hoogstpersoonlijk in elkaar gesleuteld. Elke traan die hij liet bestond uit vocht dat ik eerst zelf had opgedronken. Borstvoeding was troost, en trots, en instinct, en nabijheid. En dan lag een paar kilometer verderop in mijn hoofd ook nog een vage herinnering aan alle papers die ik ooit las over hoe goed dit allemaal wel niet was. Die complexe taal aan suikers die erin verscholen ging, een vocabulaire van tweehonderd verschillende suikers, stuk voor stuk aanmoedigende woordjes voor de bifidobacteriën in zijn buik, die een waaier aan gezondheidseffecten tot gevolg hebben.

Maar met mij waren er vele vrouwen die de voeding van hun kind in een eerder stadium hadden uitbesteed aan de koe, en ook zij voelden troost en instinct en nabijheid en ook zij keken met trots naar die dikke wangetjes. Na een eeuw lang menselijke melksuikers bestuderen, maken ze er nu steeds meer van na in de fabriek. Ooit, in de verre toekomst, breekt er een dag aan dat er chemisch geen verschil meer tussen zit. Een boel voordelen van borstvoeding vallen op dat moment weg. En hoe minder vrouwen borstvoeding geven, des te meer je een uitzondering bent, en des te onaantrekkelijker het wordt.

Dat zou jammer zijn, maar het is tegelijkertijd ook een overwinning. Een enorme bevrijding van de moeder, om te kunnen kiezen voor een geweldig alternatief. Ik wilde propjes gooien naar die meneer die zich op een congres, na presentatie van zijn gezondheidsdata, hardop afvroeg waarom in vredesnaam niet meer vrouwen kozen voor borstvoeding. Met afschuw las ik de pogingen om de economische waarde van borstvoeding te berekenen, want de productie ervan was in de modellen telkens gratis. Tijd, geld en energie van vrouwen kost kennelijk niets.

We hoeven niet met elkaar te vechten. Er is een mooie middenweg: bijvoorbeeld vier maanden zelf, en de koe doet de rest. Toch blijft er iets wringen. Nu ik met pensioen ga als voedselproducent moet ik u eerlijk bekennen dat bij het afstrijken van de schepjes poedermelk mijn gedachten telkens afdwalen naar het lot van het kalf. Niet omdat de boer die niet goed zou verzorgen, maar om het fundamentele idee. Waarom hebben we het eigenlijk steeds over kweekvlees en zo weinig over kweekmelk? Suikers uit fermentatie, eiwitten van gentech-planten, gemodificeerde vetten. Waarom laten we de koe niet gewoon met hormonen lacteren, zonder kalf? Dat lijkt me een geweldig alternatief. Vindt u dat te synthetisch? Harteloos? Onnatuurlijk? Dat is allemaal zo erg niet. De natuur, die is pas echt wreed.

Rosanne Hertzberger is microbioloog
    • Rosanne Hertzberger