Opinie

    • Willem Pekelder

Kino

Aan de Gouvernestraat voltrok zich de voorbije twee jaar niets minder dan een cultureel wonder. Op de plek waar ooit LantarenVenster de betere film programmeerde, zit nu Kino, dat, anders dan zijn voorganger, niet puur een filmhuis is, maar ook weer niet louter een commerciële bioscoop als Pathé.

Kino, geheel verbouwd voor 2,5 miljoen, is iets er tussenin. Van blockbusters tot arthouse, van klassiekers tot cult. Geen scheiding tussen hoge en lage cultuur. Die bijzondere mix heeft nu al tot financiële bloei geleid. Met zo’n 150.000 bezoekers per jaar is er voldoende winst om nieuwe investeringen te doen. Kino, naast filmtheater ook bar/restaurant, hoeft, in tegenstelling tot LantarenVenster, nergens aan te kloppen voor subsidie.

Een mooie prestatie, en zo snel. Kino-oprichters Frank Groot en Jan de Vries mogen er trots op zijn. De gemeente helpt hen een handje door geregeld zalen te huren, maar de grootste succesfactor zijn toch de heren zelf. Groot hield er een lezing over, en zei: „We trekken door onze mix veel jongeren. Stiekem hopen we hen via Star Wars te verleiden tot Breakfast at Tiffany’s.”

Afgelopen hete zomer, met overal lege bioscopen, trok Kino volle zalen met zestien populaire, Japanse animatiefilms van Studio Ghibli. „Terwijl het buiten dertig graden was”, glimlachte Groot in zijn Star Wars-shirt.

Events creëren, daar draait het tegenwoordig om in het filmbedrijf. Pas zat ik op een zaterdagavond plots zelf midden in zo’n event, toen Kino de vertoning van Studio 54, over de ooit roemruchte New Yorkse nachtclub, combineerde met een cocktail en een bezoek aan Ted Langenbachs nieuwste disco Now&Wow.

Dat laatste heb ik niet gedaan, omdat ik daar natuurlijk veel te oud voor ben, maar het idee was aangenaam frivool, al zaten er die avond weinig bezoekers in de filmzaal. Komende zomer gaat Kino voor het eerst filmfestival Summernights organiseren in wijkpark Het Oude Westen, verklapte Groot tijdens zijn lezing.

Al met al zijn Groot en De Vries hét toonbeeld van jonge cultuur-ondernemers, die in het Netflix-tijdperk erin slagen door creatief programmeren de kwaliteitsfilm in stand te houden. En dat geheel met eigen inkomsten.

    • Willem Pekelder