Opinie

Halsstarrige vakbeweging heeft heel wat uit te leggen aan zijn leden

Opnieuw is het de organisaties van werkgevers en werknemers en het kabinet niet gelukt het eens te worden over een nieuw pensioenstelsel. Jaren wordt er al over gepraat. Jaren wordt de noodzaak van modernisering van het verouderde systeem in brede kring erkend. Jaren is kostbare tijd verloren gegaan omdat oude vormen het telkens weer wisten te winnen van nieuwe gedachten.

Na de marathonvergadersessie van donderdagnacht vorige week leek een akkoord heel dichtbij, maar dinsdagavond haakten de vertegenwoordigers van de vakbeweging alsnog af. Het kabinet bood te weinig, zeiden FNV, CNV en VCP (middelbaar en hoger personeel) eensgezind. En weg was de zo gewenste doorbraak.

De bonden gaan nu hun leden raadplegen. Maar allereerst hebben die hun leden wat uit te leggen. Want de prijs voor het uitblijven van overeenstemming is voor diezelfde leden aanzienlijk. Verhoging van de aanvullende pensioenen die al geruime tijd op de nullijn staan, of zelfs zijn verlaagd dan wel dreigen te worden, zit er voorlopig niet in. De pensioenfondsen blijven gebonden aan de huidige, weinig flexibele indexeringsregels die hogere uitkeringen in de weg staan. De discussie over het pensioenstelsel was in 2010 juist begonnen om de rigiditeit uit het systeem te halen. Economische groei vertaalt zich niet in de pensioenen, de rentestand wel.

Voorts blijft de door de vakbeweging zo bekritiseerde verdere verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar in 2021 bestaan. Het kabinet was bereid deze stap drie jaar uit te stellen om ondertussen een commissie aan het werk te zetten die naar alternatieven gaat kijken. Die zou dan tevens moeten onderzoeken of de nu nog in de wet vastgelegde automatische koppeling tussen pensioenleeftijd en stijging van de levensverwachting anders vorm kon worden gegeven. Ook deze één op één koppeling – een jaar langere levensverwachting betekent een jaar later met pensioen – stuitte op grote bezwaren bij de werknemersvertegenwoordigers. Geen akkoord betekent dat deze koppeling blijft bestaan.

Wat ook van tafel is: het beperken van de boete die werkgevers opgelegd krijgen wanneer werknemers vervroegd met pensioen worden gestuurd. Eerder vertrek van oudere werknemers met zware beroepen wordt zodoende niet makkelijker. En tenslotte is het begin van het opbouwen van een pensioenvoorziening voor de groeiende groep zzp’ers met het ‘nee’ van de vakbeweging achter de horizon verdwenen. Angst voor de toekomst gedreven door een vergrijzende en weinig beweeglijke achterban heeft de vakbeweging, zoals ook al in 2011 bleek, in de pensioendiscussie verlamd.

Natuurlijk zijn er de nodige moeilijke punten voor de werknemersvertegenwoordigers. Zo leidt de met de stelselwijziging voorgenomen flexibilisering van het opbouwsysteem – bedoeld om de onevenredig gegroeide solidariteit van jongere werknemers met hun oudere collega’s te doorbreken – tot minder zekerheid dan nu. Maar het is onvermijdelijk. Het in internationaal perspectief nog altijd riante Nederlandse pensioenstelsel is gebaseerd op het inmiddels grotendeels achterhaalde gegeven dat werknemers veertig jaar bij één werkgever in dienst zijn. Op termijn wordt dit vanwege gebrek aan draagvlak bij de nieuwe generaties onhoudbaar. Flexibilisering van de arbeidsmarkt en arbeidscontracten vraagt om meer maatwerk in de pensioenen.

Maar in plaats van de keuze voor betrokkenheid bij onafwendbare vernieuwing kiest de vakbeweging voor behoud. Het woord „actie” is sinds het mislukken van de onderhandelingen al weer veelvuldig gevallen van de kant van de vakbeweging. Actie die de stilstand zal verbeelden.

Kan het nog goed komen? Het sociaal overleg in Nederland met zijn lange traditie kent vele akkoorden, maar ook vele bijna-akkoorden. Aan het alom bejubelde ‘loon-voor-werk-akkoord’ van Wassenaar uit 1982 waaraan vorige maand bij de dood van oud-premier en vakbondsleider Wim Kok nog veelvuldig werd gerefereerd, ging in 1979 zo’n op het allerlaatste moment niet gesloten akkoord vooraf. Dit bevatte nagenoeg dezelfde ingrediënten als het uiteindelijke contract. Toen moesten er eerst nog drie voor de werkgelegenheid verwoestende jaren overheen gaan totdat de vakbeweging alsnog zo ver was een handtekening te zetten.

Te hopen valt dat het dit keer niet zo lang hoeft te duren totdat de redelijkheid het wint van de nu getoonde vakbondsstarheid.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.