Opinie

Wat is onze student nog waard?

Onderwijsblog Het hoger onderwijs krijgt minder geld voor méér studenten. “Van alle kanten horen we dat de huidige situatie niet meer houdbaar is,” schrijven Alba van Vliet (ASVA studentenunie) en Tijn Tas (VIDIUS studentenunie).

Foto Erik van 't Woud/ANP

Studeren in 2018 is een ijzingwekkende bezigheid met een akelige bijsmaak. Ben je in een (ver) verleden afgestudeerd, dan omschrijf je de studententijd waarschijnlijk als ‘de mooiste tijd van je leven’. Wie zijn diploma vandaag de dag nog moet halen kijkt hier zeker anders tegenaan. Studenten die nu hun opleiding afronden moeten hun borst nat maken voor angstaanjagend hoge schulden, ongezonde hoeveelheden stress, en buitenproportionele prestatiedruk. Van studenten wordt steeds meer verwacht, en daarbij worden steeds meer eisen gesteld om überhaupt de opleiding van je dromen te mogen volgen. Om nog maar te zwijgen over de uitbuiting van (internationale) studenten op de woningmarkt. Nee, ‘de leukste tijd van je leven’ is tegenwoordig een financieel blok aan je been voor de komende 35(!) jaar en de basis van je burn-out voor je dertigste.

Deze sloop van het hoger onderwijs komt door de politieke keuzes die de afgelopen decennia zijn gemaakt. Ondertussen kennen we het riedeltje: tijdens de verkiezingen stellen politieke partijen dat er meer geld moet naar onderwijs, vervolgens zegt de regering onderwijs een prioriteit te vinden, en daarna gaat het mes erin om het ‘efficiënter’ te maken. In de afgelopen jaren, en óók voor 2019, zijn bezuinigingen op onderwijs bijna normaal geworden. De desastreuze gevolgen hiervan zien wij als studenten elke dag.

Hogescholen en universiteiten zouden een plek moeten zijn waar jonge mensen, ongeacht het inkomen van hun ouders, leren kritisch na te denken. Nu betekent studeren: colleges in overvolle zalen zonder ruimte voor persoonlijke aandacht, waarna je naar een multiple choice tentamen snelt, omdat je docent geen tijd heeft om iets anders na te kijken. Onze docenten bezwijken onder de werkdruk. Ze worden niet betaald voor de nodige uren om hun colleges en werkgroepen voor te bereiden en kunnen opdrachten niet van feedback voorzien.

De voorstellen die in de afgelopen maanden gedaan zijn door de regering, het halveren van het collegegeld in het eerste jaar en het verlagen van het BSA naar veertig studiepunten, zijn enkel symboolmaatregelen. Om de afbraak van het hoger onderwijs een halt toe te roepen hebben we echte investeringen en een drastische herziening van het bekostigingssysteem nodig.

Het beetje geld dat door Rutte III wordt geïnvesteerd in hoger onderwijs is niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Bovendien wordt dit grotendeels gefinancierd uit de basisbeurs die studenten moesten inleveren. Voor dit kleine beetje geld hebben we dus behoorlijk in moeten leveren op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Terwijl deze investering gedaan wordt, komen er vanuit het ministerie ook meer bezuinigingen bij. Noem alleen al de doelmatigheidskorting van 183 miljoen over de komende 4 jaar, of de aangekondigde extra bezuiniging van 19,5 miljoen op hoger onderwijs ‘in 2019.

Protest

Deze bezuinigingen staan niet op zichzelf, maar passen in een patroon van afbraakbeleid op onderwijs dat al jaren wordt gevoerd. In het hoger onderwijs zien we dat de rijksbijdrage per student sinds 2000 met een kwart is verlaagd, terwijl het aantal studenten met 68 procent is gestegen. Dit betekent dat er met minder geld en minder staf, onderwijs gegeven moet worden aan méér studenten. Nederland wil dus voor een dubbeltje op de eerste rang zitten: tot de top van de wereld behoren met een lachertje van een budget.

Onvrede hierover is te zien in alle lagen van het onderwijs, van het basisonderwijs tot het hoger onderwijs. Van alle kanten horen we dat de huidige situatie niet meer houdbaar is. En toch blijft de regering verzuimen om deze situatie te verbeteren. Mooie verkiezingsbeloftes blijken vaak loos, en van zogenaamde “onderwijspartijen” zien we eenmaal in de regering niets meer terug.

Lees ook: Student maakt maar weinig gebruik van extra inspraak

Het rode vierkantje is de laatste maanden weer een zeer aanwezig symbool van protest en verzet in het hoger onderwijs. Dit symbool heeft bekendheid gekregen tijdens grote studentenprotesten in Canada in 2011, waar op het hoogtepunt 200.000 mensen de straat opgingen om te protesteren tegen stijgende collegegelden. Hun protest werkte. Laten we hun voorbeeld volgen. De tijd is aangebroken voor studenten, docenten, leerlingen, ouders, en iedereen die het belang van goed onderwijs in Nederland inziet om de straat op te gaan, en luidkeels te roepen om goed en toegankelijk onderwijs. Daarom staan wij op 24 november in Den Haag bij de manifestatie van onder andere het LSVb en LAKS tegen het schuldenstelsel en voor beter en toegankelijker onderwijs, omdat op deze manier ons onderwijs ten onder gaat.

Alba van Vliet, voorzitter ASVA studentenunie
Tijn Tas, voorzitter VIDIUS studentenunie