Student maakt maar weinig gebruik van extra inspraak

Onderwijs Studentenorganisaties houden deze zaterdag een demonstratie tegen onder andere het leenstelsel. Maar studenten gebruiken hun recht op medezeggenschap bijna niet.

Protest van studenten in aanloop naar de bezetting van het Maagdenhuis, het bestuursgebouw van de Universiteit van Amsterdam, in 2015. Foto Olivier Middendorp

Studenten maken weinig gebruik van de extra medezeggenschap die ze in het hoger onderwijs hebben gekregen. De Wet versterking bestuurskracht heeft vorig jaar de bevoegdheden van studenten in inspraakorganen van universiteiten en hogescholen verruimd. Toch is sinds de invoering van die wet de opkomst van studenten bij verkiezingen lager geworden.

Zo is een belangrijk inspraakorgaan de opleidingscommissie die instemmingsrecht heeft gekregen in beslissingen over het onderwijs en de examens van een opleiding. De wet maakt nu ook verkiezingen voor die commissie mogelijk. Maar uit een vrijdag verschenen enquête onder die commissies van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb), het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en de SP blijkt dat de leden meestal via coöptatie of directe benoeming worden aangesteld. Student-leden zijn zich meestal niet bewust van de extra rechten die ze hebben gekregen.

Volgens het onderzoek is het ook moeilijk om student-leden te vinden. En een kwart van de student-leden zegt dat ze slechts een keer per jaar vergaderen. Volgens Carline van Breugel van de LSVb was het moeilijk om überhaupt adressen van de opleidingscommissies te vinden waar de enquêtes naartoe konden worden gestuurd. Uiteindelijk deden 200 student-leden mee.

Auto met megafoon

De opkomst van studenten voor de verkiezingen van de medezeggenschap was dit jaar lager dan in voorgaande jaren. Bij universiteiten stemde volgens het Hoger Onderwijs Persbureau gemiddeld 28 procent van de studenten. Bij hogescholen was de opkomst nog veel lager, bij grote hogescholen zelfs tussen 2 en 7 procent.

Van Breugel van de LSVb wijt de geringe participatie van studenten mede aan de universiteiten en hogescholen. „Die promoten de verkiezingen te weinig. Het wordt alleen op een scherm vertoond en daar laten ze het bij. Een auto met megafoon en muziek bleek de opkomst al te kunnen verhogen. Dat gebeurt te weinig. De instellingen moeten een budget hebben om de verkiezingen te promoten.”

Tom van den Brink van het ISO vindt dat het onderwijs inspraak beter moet faciliteren omdat het zelf ook belang heeft bij controle door medezeggenschap. „Het is belangrijk voor studenten om mee te denken over hoe les wordt gegeven en welke kant de stage op gaat.”

‘Dramatisch laag’

Volgens Pieter Slaman, onderwijshistoricus aan de Universiteit Leiden, zullen de voorgestelde maatregelen weinig helpen. „Het engagement van studenten met rijksbeleid of universitair beleid is gering. De opkomst van studenten is al jaren dramatisch laag.”

Lees ook Bezetten? De meeste studenten laat het koud

Volgens Slaman ligt de geringe belangstelling van studenten aan de hogere omloopsnelheid bij opleidingen. „Vroeger wist je dat het hoger onderwijs voor langere tijd je eigen leefomgeving zou zijn.” Hij zag dat ook bij de bezetting van het Maagdenhuis, het bestuursgebouw van de Universiteit van Amsterdam, in 2015. „Er was een nare discrepantie. De voorhoede was druk aan het mobiliseren. De studenten keken vol verbazing en gingen door met wat ze deden.”

„De prestatiedruk is hoog”, zegt Van den Brink. „Als je 7.000 euro schuld hebt, ga je er niet een jaar tussenuit voor de opleidingscommissie.” Zaterdag houden de LSVb en andere studentenorganisaties in Den Haag vanaf 13.00 uur een demonstratie tegen onder andere het leenstelsel.

    • Maarten Huygen