Ook kritische journalist speelt mee in Trump-show

Witte Huis-journalistiek

Trump laat zijn aanhangers ‘CNN sucks’ roepen. Ondertussen zijn de kijkcijfers van de nieuwszender hoger dan ooit – dankzij de grote hoeveelheid Trumpnieuws.

Een persmedewerker van het Witte Huis probeert de microfoon uit handen van CNN-journalist Jim Acosta te trekken. Foto Jonathan Ernst/Reuters

„Meneer de president, zoals u weet is de karavaan geen invasie”, begon Jim Acosta, Witte Huis-correspondent van CNN, vorige week zijn vraagstelling. Hij verwees naar de migranten die uit Centraal-Amerika naar de Amerikaanse grens trekken. „Bedankt dat je dat uitlegt”, kaatste president Trump terug.

Een steeds scherpere reeks vragen leidde tot een korte stribbeling om de microfoon, die een persmedewerker van het Witte Huis probeerde weg te trekken bij Acosta. Trump noemde de journalist een „onbeleefd, vreselijk persoon”. „CNN moet zich schamen dat jij voor ze werkt”, zei de president in een videofragment, dat snel de hele wereld over ging.

Trump uit regelmatig kritiek op nieuwszender CNN en het was ook niet voor het eerst dat hij Acosta persoonlijk aanviel. Toch bleek voor de president dit keer een grens te zijn overschreden. Luttele uren na de persconferentie was Acosta zijn toegangspas voor het Witte Huis kwijt.

In de anderhalve week dat Acosta zonder pas zat, besteedden de Amerikaanse nieuwszenders uitgebreid aandacht aan de zaak. „We moeten allemaal kunnen zien dat deze maatregel van het Witte Huis fout is”, oordeelde CNN-mediaverslaggever Brian Stelter. Zelfs conservatieve media als Fox News spraken zich uit tegen de wraakactie van het Witte Huis.

CNN spande een rechtszaak aan, die met een sisser afliep. De rechter bekritiseerde de actie van het Witte Huis, die volgens hem onvoldoende was gemotiveerd. Het Witte Huis gaf Acosta zijn toegangspas terug. Maar bedacht wel nieuwe regels voor journalisten op persconferenties; er mag nog maar één vraag per journalist worden gesteld. In de tussentijd hadden commentatoren op televisie weer vele uren zendtijd kunnen vullen met discussies over de zaak. Op CNN, uiteraard.

Vijand van het volk

Het schandaal illustreert de vreemde verstrengeling tussen Trump en de Amerikaanse nieuwsmedia. De president noemt de pers „de vijand van het volk” en laat zijn aanhangers „CNN sucks” roepen tijdens campagnebijeenkomsten. Ondertussen haalt CNN betere kijkcijfers dan ooit. Naar verluidt verwacht de nieuwszender dit jaar een winst van 1,2 miljard dollar te maken, het hoogste bedrag sinds de oprichting in 1980.

Dat heeft alles te maken met de ongeëvenaarde hoeveelheid nieuws die uit Trumps presidentschap komt rollen. „We merken dat als je je in dit tijdperk afwendt van Trump en verslag doet van andere dingen, de kijkers afhaken”, zei CNN-directeur Jeff Zucker onlangs tegen Vanity Fair. Zucker is ervaringsdeskundige: als manager bij de zender NBC gaf hij groen licht voor Trumps realityserie The Apprentice, die hem tot een bekend televisiefiguur maakte.

Tijdens de verkiezingsstrijd van 2016 kwam CNN in linkse kringen onder vuur te liggen vanwege de grote hoeveelheid zendtijd die aan Trump werd besteed. Zijn campagnetoespraken werden vaak integraal uitgezonden, ook al zei hij er weinig nieuws of verspreidde hij onjuistheden. Na de voorverkiezingen bleek dat hij in de nieuwsmedia evenveel aandacht had gekregen als alle andere kandidaten – Democratisch en Republikeins – bij elkaar. Dat was niet voor niets: Trump leverde veel meer kijkers op dan zijn concurrenten.

Sinds de verkiezingen lijkt CNN te hebben besloten dat het ongecontroleerd uitzenden van Trumps uitspraken niet meer door de beugel kan. „We moeten live factcheckers zijn, we moeten live de waarheid vertellen”, zei Acosta eerder dit jaar in de Late Show van comedian Stephen Colbert.

Het is dan ook tekenend dat juist een verslaggever van CNN zo in de clinch ligt met het Witte Huis. Journalisten die schrijven voor kranten hoeven Trump niet direct tegen te spreken. Zij kunnen zijn uitspraken in hun artikelen voorzien van context en weerleggingen. Maar Acosta is tijdens persconferenties van Trump en zijn woordvoerder Sarah Sanders live aan het optreden, voor zijn eigen publiek. Hij maakt zichzelf onderdeel van de Trump-show en moet bewijzen dat CNN de leugens van Trump niet zonder tegenspraak laat.

De echte oppositiepartij

Voor de aanhangers van de president bevestigt hij ondertussen het beeld dat Trump zelf schetst: de media zijn in dit land de echte oppositiepartij.

„Sanders en Trump zijn blij met Acosta’s slechte gewoontes, niet alleen omdat zijn uitbarstingen hun kritiek op CNN heeft gepersonifieerd, maar ook omdat het geweldig tv-drama oplevert voor de president”, schreef mediacriticus Jack Shafer van Politico vorige week. „Alles wat goed is voor de kijkcijfers, is goed voor Trump.”

Ari Fleischer, een van de woordvoerders voor het Witte Huis van George W. Bush, twitterde dat Acosta „moeilijke vragen moet stellen, niet zijn standpunten moet beargumenteren”. Maar hij vond de reactie van Trumps Witte Huis te ver gaan: „Persoonlijk had ik zijn perspas niet ingetrokken. Ik had er een grap over gemaakt, hem succes gewenst met het publiceren van zijn opiniestukken.”

In journalistiek Amerika woedt ondertussen een discussie over berichtgeving rond president Trump. Moeten al zijn onjuiste uitspraken worden herhaald – en daarmee versterkt? Of is het ook een optie om de president af en toe te negeren? Voor CNN lijkt dat laatste voorlopig uitgesloten.

    • Jeroen Kraan