Opinie

    • Michel Krielaars

In geen tijden heb ik zo gelachen om een boek

In geen tijden heb ik zo gelachen als om Het Drs. P Jaar- en Bewaarboek. Want nog altijd is Drs. P, oftewel Heinz Polzer (1919-2015), ongeëvenaard, is het niet als podiumkunstenaar, dan wel als schepper van briljante rijmvormen en liedteksten. Rijdend over verlaten Russische provinciewegen zong ik bijna altijd zijn morbide-humoristische De dodenrit. Zodra de wolven in het bos begonnen te huilen, overwoog ik dan welke Olga, Sonja of Pjotr ik zelf zou moeten opofferen als het erop aankwam.

Het Jaar- en Bewaarboek is een poging van een gezelschap trouwe fans, het Heen- en Weerschap, om de eeuwige nagedachtenis van Drs. P en zijn oeuvre in stand te houden. In een tijd van ontlezing en taalvervuiling is dat iets behartigenswaardigs. Of, zoals Drs. P het zelf zei: ‘Taal is kostbaar, een fundamenteel bezit van een volk. Als een volk daar slordig mee omgaat, is dat een wezenlijk verlies.’

Alleen al op grond van zijn eigen, handgeschreven overlijdensadvertentie in zijn favoriete ollekebolleke-versvorm verdient Drs. P het te worden herdacht. Dat bericht stond op 15 juni 2015, twee dagen na zijn overlijden, in de krant: ‘Even uw aandacht graag! / Korte berichtgeving: / Ondergenoemde / Is niet meer in beeld – // Wat hier (behalve voor / Onbelangstellenden) / Hartelijk groetend / Wordt medegedeeld. / Drs. P’. Het zou familieberichten tot een leesgenot maken als zijn voorbeeld wordt gevolgd en de dood ineens de dood niet meer is.

Dat Drs. P het leven niet zo zwaar nam, maar toch heel serieus kon zijn, blijkt uit het begrafenisverslag van Lisette Lewin, met de titel ‘Drs. R.I.P.’. Hierin bericht ze over de toespraak van Ivo de Wijs, met wie Drs. P jarenlang samenwerkte, totdat ze ruzie kregen. Toen De Wijs vijf jaar later per brief voorstelde hun brouille ‘te vieren met een glas en een sigaar’, kreeg hij als antwoord: ‘Een omstandigheid waarover ik liever niet uitweid, verhindert mij het contact opnieuw aan te knopen.’

Onthullend is ook de familiegeschiedenis van de Polzers. Zo waren zijn Zwitserse vader en grootvader Blut und Boden-fanaten, die zich zo bij de nazi’s hadden kunnen aansluiten. Zelf was Drs. P niet van die ideeën gediend. Wel was hij een fervent ‘Helvetofiel’: ‘In reizen (als in wonen) zijn er smaken / Maar waag het niet, de boten af te kraken / Die ons zo onverstoorbaar en dociel / vervoeren, zeg van Thun naar Interla- ken // Lausanne-Genève, Zürich-Rapperswil… / Want zelfs al is men niet helvetofiel / Zo’n rust-en-openluchtreis mee te maken / Is nuttig voor het lichaam en de ziel’.

Nieuw voor mij was dat de aspirant doctorandus, als student economie tijdens de Duitse bezetting, een half jaar in de gevangenis zat, omdat hij in het blad van het Rotterdamse studentencorps een kinderverhaal had geschreven over de allesvernietigende bengels Dolf en Ben (lees: Adolf Hitler en Benito Mussolini), die uiteindelijk op hun nummer worden gezet door oom Sam (de VS). Drs.P-kenner Paul Illegems noemt het een profetische vondst, omdat de VS toen nog niet in oorlog met Duitsland waren.

Evenmin wist ik dat Drs. P in 1943, een half jaar na zijn vrijlating, de trein naar Zwitserland nam, waar hij in militaire dienst ging. Dat hij als soldaat van de gezondheidsdienst de grap van die door strepen en sterren bepaalde wereld inzag, is niet zo vreemd. Als excentrieke romanticus zou hij tenslotte zo uit een roman van Joseph Roth kunnen zijn weggelopen.

    • Michel Krielaars