‘Na je 65ste functioneer je vaak zelfs beter’

Spitsuur Johan Wytema (79) en Trui Blaisse (71) pendelen tussen hun historische grachtenpand in Amsterdam en hun landgoed bij Winterswijk. Beide kosten veel werk. „Maar geen denken aan dat we ooit een van de twee opgeven.”

Johan: „Wat op het platteland zo fijn is, is dat de waan van de dag er ontbreekt. Daar kan de grote stad van leren.” Trui: „Vroeger kon ik mentaal heel goed switchen tussen de stad en het platteland, maar tegenwoordig heb ik wat meer moeite met de omschakeling van lawaai naar rust.”

Trui: „’s Winters wonen we in de stad en ’s zomers op het land.”

Johan: „Heel klassiek, net als de bewoners van grachtenhuizen in vroeger eeuwen deden.”

Trui: „,Mijn vader heeft in 1963 het landgoed Sellink gekocht in het buurtschap Ratum, bij Winterswijk. Als kind vond ik het er al geweldig. Vlak voordat hij overleed, zei mijn vader: ‘Truidje, zorg je goed voor Sellink?’ Johan is ook dol op het landgoed, al geeft het heel veel werk.”

Johan: „We hebben 12 hectare bos. Dat betekent snoeien, planten, zagen, houtwallen onderhouden en overleggen met de bosaannemer. Daarnaast omvat Sellink 30 hectare agrarische grond en drie boerderijen. Dat brengt onder meer met zich mee dat we ons regelmatig moeten buigen over pachtcontracten en dat we overleggen met het waterschap.”

Trui: „Wij hebben zelf ook een tijdje vee gehad, Simmentaler zoogkoeien. We waren waarschijnlijk de enige grachtenpandbewoners met vee.”

Johan: „Nu hebben we natuurweiden en bouwland met akkerranden en brouwgerst, dat lokaal wordt vermout voor Achterhoekse streekbieren.”

Trui: „Dus we zijn ook een beetje boer.”

Johan: „En landschapsbeheerders. We doen dat biologisch. Daar moest de buurtschap wel even aan wennen.”

Trui: „Maar we zijn er helemaal ingeburgerd. We hebben er bijvoorbeeld onze kinderen ‘gekroamschud’: dan komt de hele buurt op kraambezoek en nemen ze een krentenbrood van een meter mee. Ze gaan zitten in volgorde van leeftijd en dan wordt de baby doorgegeven. Bij een van onze kleinkinderen is dat weer zo gebeurd.”

Johan: „Ik ben al vele jaren bestuurslid van diverse natuur- en landschapsorganisaties, zoals de Stichting Waardevol Cultuur Landschap, WCL Winterswijk. Ik vind het sensationeel dat Trui en ik in een middeleeuws landschap wonen met beken, bossen, weiden en akkers, waar duizend jaar geleden al bewoning was.”

Trui: „Toen mijn vader het landgoed kocht, was er geen stromend water. Dat kwam uit de put.”

Van lawaai naar rust

Johan: „We zijn zowel Amsterdammer als Winterswijker. Geen denken aan dat we ooit een van die twee woonplekken opgeven. Ik heb in de stad ook nog taken. Zo ben ik voorzitter van de Stichting Kruispost, een christelijke leefgemeenschap waar daklozen en onverzekerden terecht kunnen voor medische zorg. Mijn vader was huisarts, Truis grootvader ook. De zorg voor de medemens heeft altijd een rol in ons leven gespeeld.”

Trui: „We zijn ook altijd in de stad gebleven omdat de kinderen hier op school zaten, we in de Randstad ons werk hadden en vanwege de sociale contacten. Maar elke vrijdagmiddag om drie uur stonden we bij school en dan hup, reden we met de kinderen naar Sellink. We hebben als gezin altijd heel veel zelf gedaan op het landgoed: snoeien, zagen, een moestuin. En dat doen we nog steeds. Dankzij hun liefde voor de natuur is onze ene zoon ecoloog geworden en de ander fysisch geograaf.”

Johan: „Wat daar zo fijn is, is dat de waan van de dag er ontbreekt. Op het platteland denk je niet in uren of dagen, maar in tien tot vijftien jaar. Verstorende factoren als sociale media spelen daar geen rol. Op Sellink beleef je nog het Nederland van vijftig jaar geleden, maar denk je tegelijkertijd twintig jaar vooruit. Daar kan de grote stad van leren.”

Trui: „Vroeger kon ik mentaal heel goed switchen tussen de stad en het platteland, maar tegenwoordig heb ik wat meer moeite met de omschakeling van lawaai naar rust en van tijdsdruk naar tijdloos.”

Prachtig wonen

Trui: „Als we in Amsterdam zijn, gaan we bijna elke week naar een museum. Amsterdam is zo’n creatieve, internationale stad. Winkelen doe ik nooit, dat vind ik verschrikkelijk. Als stylist voor woonbladen heb ik ontzettend veel moeten shoppen en bovendien houden we niet van luxe. Niet in de zin van een grote auto in elk geval.”

Johan: „Wonen in een grachtenhuis en het onderhoud van een landgoed kosten veel geld. Een verfbeurt, waterschapslasten, nieuwe aanplant. Maar onze huizen en grond zijn belangrijker voor ons. We wonen prachtig en dat is meer dan genoeg.”

Trui: „En gelukkig kan ik heel goed zonder nieuwe kleren. In het verleden hebben we ook genoeg mooie reizen gemaakt. Marokko, de Verenigde Staten, Polen, IJsland... We leerden de kinderen altijd: 50 procent van de tijd besteden we aan cultuur en de andere helft aan natuur.”

Johan: „Nu lezen we het landschap op reis tussen Amsterdam en Winterswijk.”

Zinloos gekwebbel

Johan: „Waar ik tijdens WCL-projecten aan werk, is bijvoorbeeld een proef voor een ander Europees landbouwbeleid. Meer geld voor biodiversiteit en kringlooplandbouw. Dus minder geld voor intensieve landbouw, en meer voor kruidenrijk grasland en natuurlijk grondgebruik. Landschapsherstel is het doel – boeren in harmonie met het landschap. En daar ben ik wel optimistisch over met de huidige minister van Landbouw.”

Trui: „Maar dat geldt ook voor de stad: er zou meer evenwicht moeten zijn tussen bewoners en bezoekers.”

Johan: „De hedonistische maatschappij is doorgeschoten.”

Trui: „Zo lang we kunnen, blijven we actief. In de stad en op het platteland.”

Johan: „Ja, ik ben voorstander van het optimaal benutten van de kwaliteiten van mensen, juist ook op hogere leeftijd. En dan bij voorkeur niet op de golfbaan. Vaak functioneer je na je 65ste zelfs beter, door al je ervaring. Bovendien behoedt activiteit je voor zwarte gaten en zinloos gekwebbel.”

    • Friederike de Raat