Aanslag in Pakistan vormt pijnlijke waarschuwing voor de Chinezen

Aanslag Pakistan

Steeds meer Pakistanen storen zich aan de groeiende Chinese invloed in hun land. Een aanslag lijkt daarvan het bewijs.

In Karachi onderzoekt een Pakistaanse bommen opruimingseenheid explosieven die na de aanslag zijn gevonden in een tas bij het Chinese consulaat. Foto Akhtar Soomro/Reuters

In de Pakistaanse stad Karachi is vrijdagochtend een aanslag gepleegd op het Chinese consulaat. Twee politieagenten en drie aanvallers kwamen hierbij om. De aanslagplegers werden in een vuurgevecht gedood voor ze het consulaatsgebouw in de chique wijk Clifton konden binnengaan en een auto met explosieven tot ontploffing konden brengen.

De aanslag vormt niettemin een pijnlijke waarschuwing voor de Chinezen en de Pakistaanse regering dat de snel gegroeide invloed van China in Pakistan op aanzienlijke weerstand stuit.

De verantwoordelijkheid voor de aanslag in Karachi werd vrijdag opgeëist door Het Bevrijdingsleger van Baluchistan (BLA), een opstandige groepering in de zuidwestelijke provincie Baluchistan, waar China de laatste jaren bijzonder actief is. Ook Gwadar ligt in deze roerige provincie, die rijk is aan bodemschatten. „China buit onze rijkdommen uit”, aldus een BLA-woordvoerder na de aanslag tegenover het persbureau Reuters.

Ook in andere landen ondervindt China steeds meer problemen. Lang niet alle Afrikaanse en Aziatische landen zijn achteraf blij met Chinese leningen. Die leningen moeten namelijk wel worden terugbetaald, en daar zijn die landen in veel gevallen niet zomaar toe in staat.

NRC Studio

Dat leidde er in Sri Lanka bijvoorbeeld toe dat Hanbantota, de haven die met Chinese leningen was gebouwd, vorig jaar voor een periode van 99 jaar in Chinese handen is overgegaan. Dergelijke scenario’s dreigen ook in Afrika, waar overheden de leningen vaak graag aannemen juist omdat China nauwelijks controleert of de landen ze wel echt kunnen terugbetalen.

China roept zo internationaal niet alleen steeds meer bewondering, maar ook steeds meer weerstand op. Die weerstand slaat al snel om in wrok en vijandigheid. Daarmee neemt de kans op aanslagen op Chinese doelwitten toe. China kan nu een haat oproepen die vroeger vooral was voorbehouden aan de Verenigde Staten.

Ook in Pakistan wordt gevreesd dat de met Chinese hulp aangelegde strategische haven van Gwadar aan de Arabische Zee wel eens helemaal door China zou kunnen worden overgenomen als het land zijn leningen niet meer kan afbetalen.

Bodemschatten

China, al decennia lang een nauwe bondgenoot van Pakistan, is de laatste jaren uitgegroeid tot Pakistans veruit belangrijkste handelspartner. De handel verviervoudigde in omvang. China helpt wegen aanleggen en kunstmestfabrieken en elektriciteitscentrales bouwen, die het vervolgens blijft beheren. Het helpt een metro aanleggen in Lahore, de tweede stad van Pakistan. Daarnaast liggen er plannen om China’s kledingindustrie deels over te hevelen naar Pakistan, met zijn goedkope arbeidkrachten.

Ook militair zijn de banden snel hechter geworden. Lange tijd waren de VS in dit opzicht de grote steunpilaar maar inmiddels is China de belangrijkste wapenleverancier van Pakistan, dat zelf ook een nucelaire mogendheid is. In 2016 besloot China acht onderzeeërs aan Pakistan te leveren die met kernraketten kunnen worden uitgerust.

Ook in Pakistan is de toenemende afhankelijkheid van China steeds meer omstreden. Dit jaar zou het land 11,7 miljard dollar moeten terugbetalen aan schulden uit leningen, merendeels afkomstig uit China. Daartoe is het niet in staat.

De afgelopen zomer aangetreden regering van de voormalige cricketster Imran Khan stond daardoor voor de keuze: of nieuwe kredieten opnemen bij China, waardoor het land nog sterker in de greep van de Chinezen zou raken, of aankloppen bij het Internationaal Monetair Fonds, dat meer aan het Westen is gelieerd.

Saoedisch krediet

Hij koos vorige maand uiteindelijk voor het laatste, ook al brengt dat de noodzaak tot bezuinigingen met zich mee. Khan wist de pijn iets te verzachten met een krediet ter waarde van zes miljard dollar van Saoedi-Arabië. Na alle negatieve publiciteit wegens de moord op de journalist Jamal Khashoggi poetste dat land zijn imago graag wat op.

Toch blijft de relatie met China van levensbelang voor Pakistan. Premier Khan veroordeelde de aanslag onmiddellijk krachtig en kondigde een diepgaand onderzoek aan. De Chinese regering op haar beurt verzocht om extra beveiligingsmaatregelen om haar personeel te beschermen.

Het is niet de eerste keer dat China in Pakistan met aanslagen te maken krijgt. In 2017 werden twee Chinese taalleraren gedood door leden van Islamitische Staat, en tien Chinese wegwerkers kwamen om toen twee mannen op een motor op hen begonnen te schieten.

De meeste incidenten doen zich voor in de provincie Baluchistan, waar al jaren veel gewelddadige rebellengroepen actief zijn. Sommige daarvan, zoals het BLA, streven naar een eigen onafhankelijke staat. Een deel ook verzet zich tegen de Chinese plannen. Zij vinden net als de groep die vandaag de aanslag heeft opgeëist dat China al het economisch gewin naar zich toe trekt, maar dat de regio daar te weinig van profiteert. Misschien heeft de regering in Pakistan er iets aan, maar de Baluchen in elk geval niet, menen zij.

China voert volgens een bericht in de Financial Times van februari al vijf jaar geheime onderhandelingen met rebellengroepen in Baluchistan om hen over te halen af te zien van aanslagen. Naar verluidt ook in ruil voor financiële compensatie. Dat leek aanvankelijk goed te werken: de onlusten in het gebied namen af, en de Pakistaanse regering had daarom geen moeite met deze Chinese inmenging in interne aangelegenheden.

    • Floris van Straaten
    • Garrie van Pinxteren