Opinie

    • Caroline de Gruyter

Kurz gaat zélf de rode lijn over

De Oostenrijkse kanselier, Sebastian Kurz, heeft laatst een gezant naar Boedapest gestuurd om Viktor Orbán tot rede te brengen. Orbán ondermijnt de regels en waarden van de Europese Unie met zijn migratiepolitiek, justitiehervormingen en hetze tegen George Soros – en als iemand er iets van zegt, steekt hij zijn middelvinger naar Brussel op. Kurz’ gezant, een bankier, bracht deze zorgen tijdens een diner naar verluidt zo goed over, dat Orbán driemaal boos van tafel liep.

Kurz verwijt Orbán dat hij Europese rode lijnen overgaat. Maar zelf zoekt hij die grenzen ook steeds vaker op. Politie- en veiligheidsdiensten staan intussen zo onder controle van Kurz’ radicaal-rechtse coalitiepartner FPÖ, dat Europese veiligheidsdiensten steeds minder informatie met Wenen delen. Door het Oostenrijkse plan om Duitstaligen in Zuid-Tirol paspoorten te geven, laaien de spanningen in deze Italiaanse provincie weer op. En nu dreigt de Europese Commissie Oostenrijk voor het Europese Hof te slepen vanwege een nieuwe kinderbijslagregeling, die in januari ingaat.

Die regeling is gebaseerd op ‘indexering’. Buitenlandse werknemers in Oostenrijk wier kinderen in landen wonen waar het leven goedkoper is, krijgen straks minder kinderbijslag. Voor kinderen in duurdere landen krijg je méér, maar dat is een zeldzaamheid. Indexering staat haaks op de Europese interne marktregels: werknemers binnen de EU mogen niet op nationaliteit gediscrimineerd worden. Oostenrijk gaat dus, tijdens zijn eigen EU-voorzitterschap, willens en wetens een Europese wet schenden.

Commissievoorzitter Juncker is woedend. Juristen hebben Kurz verteld dat het Europese Hof hem geheid op de vingers gaat tikken. Europarlementariërs uit Kurz’ conservatieve ÖVP hebben vergeefs op hem ingepraat. Hij antwoordde: „Wil je dat ik dit onderwerp aan de bevolking voorleg?!”

Kurz maakt een bijzonder cynische calculatie. Tijdens de regeringsvorming, vorig jaar, heeft hij met de FPÖ werkterreinen afgebakend: de ÖVP ‘doet’ de economie, de FPÖ migratie en veiligheid. Korting van de kinderbijslag van buitenlanders in Oostenrijk is een FPÖ-stokpaardje. Kurz wil geen gedonder in de coalitie. Zijn calculatie: laat de rechters in Luxemburg de FPÖ maar terugfluiten.

De FPÖ verspreidt posters waarop je gesluierde meisjes ziet met zwarte balkjes voor hun ogen, alsof ze criminelen zijn. Daarnaast een stapel eurobiljetten met een groot kruis erdoor. De suggestie is duidelijk: radicale islam in verre landen wordt met Oostenrijkse kinderbijslag gesubsidieerd.

Maar ruim 90 procent van de buitenlanders die in Oostenrijk werken, komt uit Oost-Europa – vooral Hongarije, Slowakije en Polen. Daar zit geen moslim bij. Alleen al in de ouderenzorg werken er 60.000 Oost-Europese vrouwen, die twee weken non-stop werken en dan twee weken terugreizen naar hun families. Allen betalen evenveel belasting en sociale lasten als Oostenrijkers. Tot nog toe kregen ze evenveel kinderbijslag.

Er zit nóg een cynisch aspect aan dit verhaal. Begin 2016 bood de EU de Britse premier Cameron een ‘deal’ om hem in de EU te houden – uitzonderingen op EU-regels. Eén daarvan was dat hij kinderbijslag mocht indexeren. Sommige landen, waaronder Oostenrijk en Denemarken, hoopten dat zij dat later konden aangrijpen om de wet voor iederéén te veranderen. De Cameron-deal is van tafel, natuurlijk. Maar in Brussel grijpt Oostenrijk dit nu wel aan als excuus.

Als een Europese wet je niet zint, probeer je hem te veranderen. Dat is tijdrovend en vereist lobbywerk. Zo werkt het in Europa. Kurz is de eerste niet, die denkt: laat het Hof maar boeman spelen. En hij zal de laatste niet zijn.

Maar Europa heeft politici nodig die open kaart spelen. Met lieden die de goede Europeaan uithangen én meedoen aan volksverlakkerij, schiet niemand iets op.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter