Klimaatwetenschappers branden hun vingers niet aan vruchtwater

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: waarom zegt het IPCC niets over overbevolking?

Foto EPA

In een wereldvreemdheid die zijn weerga niet kent heeft het VN-klimaatpanel IPCC vorige maand uitgelegd wat we moeten doen om te voorkomen dat de aarde 1,5 graad warmer wordt dan ze was toen de industriële revolutie begon. En wat dat zou schelen qua inspanningen en resultaten vergeleken met het bestaande 2-graden-doel dat eind 2015 in Parijs werd overeengekomen.

Iedereen voelt op zijn klompen aan dat het 2-graden-doel niet gehaald gaat worden (let wel: de aarde ís al 1 graad opgewarmd sinds James Watt) maar het IPCC onderzoekt volledigheidshalve de haalbaarheid van een nog uitdagender doel: niet verder omhoog dan 0,5 graden.

En verdoemd, het zou zeker beter zijn voor de aarde: minder zeespiegelstijging, minder mensen in nood, et cetera, denk ook aan het land- en zeeijs, de toendra’s, het koraal en de biodiversiteit, maar het zou ook zeker een veel zwaardere inspanning eisen. In hoog-theoretische beschouwingen onderzocht het IPCC bij welke (lage) broeikasgasemissies het doel haalbaar zou zijn en vervolgens: hoe je een maatschappij zou moeten inrichten om die emissies ook onder de gewenste niveaus te houden. We zouden er een zware dobber aan hebben, maar: ‘Strengthening the capacities for climate action of national and sub-national authorities, civil society, the private sector, indigenous peoples and local communities can support the implementation of ambitious actions implied by limiting global warming to 1.5°C.’ De VN zijn altijd optimistisch en denken aan iedereen.

De honderd-en-nog-wat wetenschappers die aan het gedachtenexperiment meewerkten hebben geen detail over het hoofd gezien. Door de temperatuurstijging gaat niet alleen het rendement van elektriciteitscentrales naar beneden, ontdekten ze, maar zal ook de vruchtbaarheid van koeien afnemen. En in ontwikkelingslanden moeten vrouwen (van oudsher de waterdragers) verder lopen als het droger wordt. Ook in de opsomming van mogelijke beheersmaatregelen schoten de IPCC-ers niet tekort, al is er wonderlijk weinig aandacht voor ontwikkeling van kernenergie en beperking van de burgerluchtvaart. Het IPCC denkt met u mee: er kan ook gevlogen worden op biobrandstof en waterstof.

Hoe zou de zeespiegel erbij liggen als de laatste mens kinderloos is gestorven?

Special Report numero 15 van het IPCC telt 1150 bladzijden, de franje niet meegerekend, en de buitenstaander vindt er niet makkelijk de weg in. Maar de moderne zoekfuncties tonen al snel aan dat er geen woord, geen letter, geen leesteken is uitgetrokken voor beschouwingen over geboortebeperking, birth control, family planning, en hoe dat heet. Niks niemendal. De invloed van de groei in de wereldbevolking op de onheilspellende klimaatverandering blijft al sinds de oprichting van het IPCC buiten de analyses. Het IPCC zal zich nooit aan vruchtwater branden en laat ons liever met de kraan open dweilen. De fertiliteit van koeien is een punt van zorg, de humane fertiliteit blijft onbesproken.

We weten hoe het komt, natuurlijk, in religieuze kringen wil men niets weten van geboortebeperking. Ouderen herinneren zich de conferentie van 1994 over ‘Population and Development’ in Kairo en hoe daar door de Heilige Stoel c.s. op voorhand werd geprotesteerd tegen discussies over reproductive rights. Ieder mens heeft recht op een talrijk gezin, nee: op het vestigen van een dynastie.

Maar is het niet aardig om just for fun na te gaan hoe de wereld zou veranderen als mannen hun kwakje voortaan in de sloot schieten – álle mannen, en nergens anders in. Noem het een AW-gedachtenexperiment. Binnen een eeuw heeft geen mens meer last van de klimaatverandering, daar begin je al mee. En toch zouden temperatuur en zeeniveau door allerlei vliegwieleffecten nog lang stijgen. Het ijs zou achteruit blijven gaan.

Voor het geestesoog verschijnen ontvolkte steden, overwoekerd door klimop, wingerd en ander gewas. Oerwouden die palmolieplantages overnemen, sojavelden die weer pampa worden en Hollandse weilanden die geluidloos veranderen in wilgenbroekbos. Je overziet niet zomaar wat het voor lucht en water zou betekenen, maar het kan nooit kwaad erover na te denken.

Hoe zou de zeespiegel erbij liggen als de laatste mens kinderloos is gestorven? Bij de totale vertering of verbranding van mensen ontstaat nogal wat water, misschien wel 85 procent op gewichtsbasis (het humane waterstofgehalte is 9,5 procent) en vroeg of laat kan dat in zee terecht komen. Als 7,7 miljard mensen van gemiddeld 50 kilogram verteren komen er vele miljarden liters water vrij. Maar deel het door het zeeoppervlak: het is onbetekenend, de zeespiegel gaat er nog geen duizendste millimeter van omhoog. (Het huidige stijgtempo is 2 à 3 mm per jaar.) Langs deze weg wordt invoelbaar dat niet alleen de teloorgang van het vee maar ook de te verwachten bosbijgroei zonder effect zullen blijven. ‘Biologisch water’ heeft geen invloed op het zeeniveau.

Toch zou er snel een zeespiegeleffect kunnen zijn als de mensheid wegvalt. Er komt dan immers een eind aan de decennialange grondwateronttrekking en je mag aannemen dat de watervoorraden in de diepte zich op den duur herstellen. Dat kan volgens een artikel in de Journal of Climate (J.M. Gregory e.a., 2013) wel 9 tot 17 mm aan zeeniveau schelen. Er staat tegenover dat al het water dat ligt opgeslagen in stuwmeren en andere kunstmatige bekkens (op dit moment het equivalent van 23 mm zeeniveau) geleidelijk kan vrijkomen als dammen bezwijken en/of meren dichtslibben. Waarschijnlijk gaat het één het ander compenseren. We hoeven ons er niet druk over te maken.

    • Karel Knip