Recensie

Intrigerend puzzelen in een vader-zoonroman

Hans Münstermann Een ‘ode’ brengt Münstermann aan conceptueel kunstenaar Bas Jan Ader én aan diens vader, die in het verzet zat. Met een parade van prominente doden vergroot Münstermann het raadsel in een kleine roman die je puzzelend leest.

De reputatie van Bas Jan Ader (1942-1975) is groot. Zijn naam valt regelmatig in de media, hij werd een paar jaar geleden nog geportretteerd in een tv-uitzending, en schrijver Coen Peppelenbos baseerde vorig jaar nog een roman (De valkunstenaar) op het leven van de conceptueel kunstenaar, die voor zijn werk rücksichtslos een gracht in fietste, in het Amsterdamse Bos aan een tak bungelde, schreide op camera en in een verre van zeewaardig bootje de Atlantische Oceaan bevoer. Het bootje bereikte leeg de Ierse kust.

Minder bekendheid geniet Aders vader. Terwijl ook die een opvallend leven leidde. Deze Bastiaan Jan Ader was een predikant en verzetsstrijder die in 1944 werd gefusilleerd. Zoon Bas Jan was destijds twee jaar oud.

De levens van beide Aders vormen de vonk van de nieuwe, kleine roman van Hans Münstermann, de Amsterdamse schrijver die in veel van zijn boeken een grote interesse voor de Tweede Wereldoorlog aan de dag legt. Zijn De onderstroom heeft de classificatie ‘een ode’ meegekregen, wat erop neerkomt dat hij de levens van een vader en een zoon, die behoorlijk wat verwantschap met de Aders vertonen, met een literaire techniek verlengt. Vader Koopman, want zo heet de familie in de roman, wordt weliswaar ook op jonge leeftijd door de Duitsers doodgeschoten, maar hij belandt, prakkiserend en wel, in een onderwereld, waar de doden samenkomen. Het is een wonderlijke plek, die zich enerzijds doodgewoon nabij en in Amsterdam bevindt, maar waar anderzijds ‘de tijd’ niet lijkt te bestaan. Zo kan het dat vader Koopman niet alleen op zoek kan naar zijn zoon, maar dat er ook historische figuren ronddolen, die nog met vragen zitten. Is die Vietnam-oorlog nou al afgelopen, wil Lyndon B. Johnson weten.

Fatale schot

Verreweg de meeste aandacht krijgt de vaderfiguur. Zijn dood wordt breed uitgemeten, door hem bijvoorbeeld op te laten lopen met Michael, de Duitse soldaat die het fatale schot loste maar inmiddels ook zelf het loodje legde of een engel is. Het kostte mij enige moeite om deze lijn te vatten, maar uiteindelijk vond ik het een mooie vondst. De nautische hoogmoed van zoon Koopman schiet er wat bij in; Münstermann doet het af met een paar pagina’s, die ook niet echt veel toewijding verraden.

Wie Münstermann leest, leest tastend, puzzelend. Vader Koopman weet niet onmiddellijk waar hij is. Is Münstermann een aanhanger van de stelling van Mulisch dat een schrijver er verstandig aan doet het raadsel te vergroten? Dat het daar de schijn van heeft bewijst de suggestieve taal, die soms prachtig is (‘Zo gleed ik omlaag in een geur van rokende lopen’) maar soms ook gezocht en hermetisch (‘Leven met jou, zonder jou, naderhand, was als leven met een bochel vol slangen’). Münstermann hult zich soms in nevelen. Zo wordt ook pas na verloop van tijd duidelijk, als zoon Koopman in zijn notendopje bezoek krijgt van een ander schip, dat je zijn boek niet per se als ernstig hoeft op te vatten. ‘Midden in de nacht was de onderzeeër langszij gekomen.

Who are you sir?

I am Paul Koopman, crossing the Atlantic.

In such a little vessel?

This is a Conceptual Performance.

Can you repeat that?”’

    • Sebastiaan Kort