Recensie

Een constante fluittoon of sirene: hoe te leven met tinnitus?

Gregor Verwijmeren

Leven met een fantoomgeluid in je brein. Daar gaat Verwijmerens, deels autobiografische debuutroman over. Het is een verhaal over woede en isolement, verstoorde stilte en geluid, dorpse rust en stadse herrie. (●●●●)

Illustratie: Martien ter Veen

Verontrustende cijfers: een op de tien mensen hoort een constante ruis, fluittoon, knars of sirene. Onder jongeren piept het bij een op de vijf. Een fantoomgeluid wordt zoiets wel genoemd, omdat het niet door trillingen veroorzaakt wordt, maar door het brein zelf, en niet voor anderen hoorbaar is. De aandoening heet tinnitus. Zij is ‘goedaardig’, zoals Gregor Verwijmeren het ironisch uitdrukt in De vorm van geluid, zijn debuutroman. Je gaat er niet aan dood. Maar het is wel knap vervelend als je er 24 uur per etmaal mee zit opgescheept.

Verwijmerens indringende toon en de ademloze, gedreven verteltrant met weinig wit tussen de regels verraden een persoonlijke betrokkenheid. De schrijver en zijn hoofdpersoon wonen allebei in een dorp bij de Kromme Rijn, brengen muziek in kaart in de bibliotheek van het Haags conservatorium en kampen beiden met drie verschillende geluiden in hun hoofd. Die drie geluiden worden, nogal droog, als volgt gecatalogiseerd: ‘Trio, fluit, cirkelzaag, ruis’, met als aanwijzing voor de uitvoerders van deze fantoomcompositie: ‘sempre lo stesso’ (steeds hetzelfde).

De vorm van geluid is geen doorsnee autobiografische roman. De verteller is niet overdreven scheutig met onthullingen over zijn jeugd, zijn kinderen en andere lotgevallen. Het lijkt Verwijmeren te gaan om een grotere kwestie, waarin zijn eigen gehoortroebelen en de bijkomende huwelijks- en slaapproblemen tot voorbeeld kunnen dienen.

Gregor Verwijmeren. Foto: Bob Bronshoff

Er zit de nodige frustratie in zijn vaak naar het essay neigende verhaal over verstoorde stilte en geluid, dorpse rust en stadse herrie. Hij richt giftige pijlen op de redactie van Van Dale die in het woordenboek zomaar een belangrijk woord wegliet. Tussen ‘tinnetje’ en ‘tinol’ ontbrak iets. ‘Terwijl trendy woorden als 3D-bril en filefuik en retweeten [...] ruim baan krijgen [...] moet dit woord, dat een aandoening beschrijft, en geen leuke, geen picknick zoals de Engelsen zeggen, een aandoening zo oud als de mensheid bovendien, wijken.’ Van deze omissie maakt Verwijmeren hier zijn vurige missie, kun je gerust zeggen. Hij probeert het onhoorbare tot klinken te brengen. Hij wil aandacht en erkenning voor het grote ongemak dat miljoenen treft. Robert Schumann leed eraan, maar ook Kafka, Rousseau, John Cage en Oliver Sacks.

Verwijmeren praat ons bij over wat tinnitus precies is en hoe je het kunt krijgen. Maar de grote vraag in dit boek is hoe je ermee in het reine moet komen. Omdat tinnitus meestal gepaard gaat met overgevoeligheid voor geluiden van buiten (snelweg, cafés, drukte, kinderstemmen), zoekt de hoofdpersoon in het begin de stilte op. Hij zondert zich af in het appartement van een vriend, of trekt hij de natuur in. ‘Ik heb ze vervangen, de kinderen [...] door de populieren, want alleen de populieren verdraag ik nog.’ Bij zijn therapiegenoten ziet hij dezelfde neiging om de kop in het zand te steken en niet te werken aan aanvaarding, zoals ‘de oormannen en -vrouwen’ steeds maar weer voorschrijven.

Strijd en boosheid

Na een jaar van strijd en boosheid kruipt Verwijmerens alter ego uit zijn schulp. Geleidelijk komt hij erachter hoe hij zijn eigen trio kan laten wegvallen tegen de geluiden van alledag. De fase van ontkenning, woede en zelfgekozen isolement is spannender en ook snediger geformuleerd dan de slotepisode, waarin hij voorzichtig toewerkt naar een hereniging met zijn gezin. Gesterkt door nieuwe inzichten over fantoomgeluiden die alleen met ándere geluiden kunnen worden bestreden, kan hij zijn normale leven eindelijk hervatten. Uit dankbaarheid daarover ontsnapt hem dan wel eens een wat softe uitspraak: ‘We zijn allen broeders. We zijn allemaal verbonden door geluid.’

Voor de mensen die gebukt gaan onder een piep, knars of sirene is dit slotdeel intussen alleen maar goed nieuws. Schumann kampte bij het ouder worden met een stemvork, een voortdurende a in zijn hoofd, en eindigde in een gesticht, zo valt te lezen in deze goed gedocumenteerde en interessante roman. Maar voor de gemiddelde tinnituslijder van vandaag valt er kennelijk, nadat hij of zij van de ergste schrik is bekomen, wel degelijk te leven met een inwendige fluit, ruis of cirkelzaag.

Correctie: in een eerdere versie van dit verhaal stond in het intro de naam Verwijmeren verkeerd geschreven. Dit is aangepast.

    • Janet Luis