Recensie

Het revolverschot laat zich niet verklaren

De treinkaping bij De Punt

Een boek over de rol van de mariniers bij het uitschakelen van de Molukse treinkapers in 1977 leest als een jongensboek. Maar de geschiedenis leert dat jongensboeken in de realiteit niet bestaan.

Mariniers tijdens de treinkaping bij De Punt. Foto Vincent Mentzel

Anoniem waren de oud-mariniers. En buiten zicht opgesloten in een soort telefooncel. Bovendien waren hun stemmen vervormd. Ze klonken als drietonige aliens, maar dan soms wel met Brabantse tongval. Die anonimisering was volgens de Landsadvocaat tijdens het getuigenverhoor in de Haagse rechtbank in het najaar van 2017 wegens bedreigingen noodzaak. Het was onderdeel van het toen al twee jaar lopende civiele proces, aangespannen door de nabestaanden van twee van de Molukkers die in 1977 betrokken waren bij de treinkaping bij De Punt: Max Papilaja en Hansina Uktolseja.

De terreuracties van Molukse jongeren tekenden de jaren zeventig. Vooral de actie in 1975 bij Wijster, waarbij de kapers drie gijzelaars vermoordden, veroorzaakte een heftige schok. Het ingrijpen bij De Punt twee jaar later kan gezien worden als een reactie daarop. Met schijnaanvallen van jachtvliegtuigen, inzet van pantservoertuigen, kikvorsmannen, scherpschutters die de trein doorzeefden met duizenden stalen kogels, en mariniers die de trein bestormden, was dit de grootste militaire operatie in vredestijd op eigen grondgebied. Door militair optreden werden in totaal zes kapers gedood, en twee gijzelaars.

De Molukse kwestie, die tot op de dag van vandaag voortduurt, kan gezien worden als onderdeel van het lange proces van dekolonisatie van Nederlands-Indië. De Molukse jongeren die meededen aan de acties waren vervuld van de wrok van hun vaders. KNIL-militairen die, na de soevereiniteitsoverdracht, in 1951 per dienstbevel op de boot naar Nederland werden gezet, en hier vaak hardvochtig werden ontvangen. Eerder heeft de Leidse politicoloog Peter Bootsma grondig de feiten, omstandigheden en achtergronden van die Molukse gijzelingen beschreven in het uitstekende boek De Molukse acties (2015).

De Telegraaf

Volgens hun families werden Papilaja en Uktolseja door de mariniers bij de ontzettingsactie in de vroege uren van 11 juni 1977 doodgeschoten terwijl zij op dat moment al buiten gevecht waren gesteld, getroffen door tientallen kogels van scherpschutters buiten de trein. De kwestie is nog altijd onopgehelderd en blijft zeker in Molukse gemeenschappen voor beroering zorgen. Daarom was het volgens de Staat bij die openbare getuigenverhoren ook nodig dat die mariniers volstrekt onherkenbaar waren.

Of was het omdat Defensie eigenlijk niet wilde meewerken aan het getuigenverhoor? Want drie commandanten van de betrokken eenheden waren buiten de rechtszaal wel bereid uitgebreid met naam en foto’s tegen De Telegraaf te praten.

Dat heeft nu uitgemond in een boek over de acties waar de zogeheten Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) Mariniers vanaf 1970 bij betrokken was. In Liggen Blijven! Achter de schermen bij de mariniers van De Punt en de terreuracties van 1973-1978 beschrijven De Telegraaf-journalisten Olof van Joolen en Silvan Schoonhoven de materie vooral door de ogen van toenmalige leidinggevende officieren Ruud Kloppenburg, Hans de Waal Malefijt (die beiden ook in het boek van Bootsma al worden geciteerd) en Joop Verdonk: ‘…een jongensboek en nationale geschiedenis ineen’.

Dat is meteen de valkuil waarin de auteurs zijn gestapt: de geschiedenis is geen jongensboek. Het narratief van heldhaftige handhavers van het gezag die met gevaar voor eigen leven een gevecht hebben geleverd tegen terroristen – tango’s in jongensboekentaal – vervormt de gebeurtenissen van destijds net zo erg als die stemvervormers in de rechtszaal de stemmen van de mariniers verdraaiden. En dat terwijl de waarheidsvinding rond de treinkaping bij De Punt nog steeds in volle gang is.

Executie

Frieda Souhuwat-Tomasoa, nu 72, vertegenwoordigde tijdens de kaping in 1977 de Molukse gemeenschap. Lees ook het interview: ‘Ik dacht over de rechtszaak altijd al: dit gaan wij nooit winnen’

Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld betoogde namens de families dat het optreden van de mariniers bij de trein buitensporig was. Papilaja en Uktolseja zouden zonder noodzaak zijn doodgeschoten. Zegveld verwoordde een gedachte die al langer leefde onder Molukkers. Maar ook toenmalig minister-president Joop den Uyl (PvdA), sprak jaren later over een ‘executie’. Een buitengerechtelijke executie dus.

De rechtbank in Den Haag wees 25 juli j.l. alle eisen van de familie af. En Zegveld tekende beroep aan.

Het vonnis van de rechtbank wordt in Liggen blijven! als laatste waarheid opgetekend. Terwijl er nog zoveel vragen onbeantwoord zijn. Waarom wees de rechtbank bijvoorbeeld het verzoek af om verantwoordelijken, zoals oud-premier Dries van Agt of generaal b.d. Henk van den Breemen, onder ede te horen? Beiden stonden wel de schrijvers van Liggen blijven! te woord. Waarom wisselde de rechtbank halverwege van samenstelling? Is het de rechtbank niet opgevallen dat de getuigenverklaringen van de mariniers, met alle verschillen, allemaal leden aan geheugenverlies als er gevraagd werd naar wat de naaste collega deed op het moment dat er in de trein geschoten werd? Wat is de bemoeienis van het ministerie van Defensie met deze zaak? Gaat het om belangen van die individuele mariniers, of om de naam en faam van het ministerie?

Verboden munitie

Daarbij komen nog de vragen over bijna alle forensische details, omtrent welke schutter waar stond en wat deed. Waarom gelooft de rechtbank in één theoretische kogel die het slachtoffer gedood heeft. Hansina Utolseja bijvoorbeeld, lag ongewapend gewond op de grond, twee mariniers openden desondanks het vuur. Zij bleek getroffen door veertig kogels, deels van de scherpschutters buiten de trein afkomstig. Andere, waaronder een in haar schaamstreek, moeten afgevuurd zijn door die mariniers, van wie er één schoot met een colt met verboden dumdum munitie, de standaarduitrusting van de BBE-mariniers destijds.

Als het optreden van de mariniers als getuigen in de civiele rechtszaak iets bewezen heeft, dan is het dat de rechter om te kunnen oordelen over de klacht van eisers naar een niveau hoger moet kijken. Naar de motieven van de opdrachtgevers. Van het echelon dat oud-mariniers nog een keer naar het front stuurt. Maar dit keer is dat front de rechtszaal en de publiciteit. Dit verhaal verdient het na het hoger beroep nog eens verteld te worden.

    • Frank Vermeulen