Het bos helemaal laten afbranden is het beste

Natuurbeheer

Wereldwijd nemen natuurbranden af, maar niet in het westen van de Verenigde Staten. Klimaatverandering speelt een rol, net als slecht vuurmanagement.

Brandweermannen proberen het vuur te doven bij een appartementencomplex in Paradise, ten noorden van Sacramento, Californië. De omvangrijke natuurbrand werd Camp Fire genoemd. Foto Josh Edelson /AFP

Op 8 november startte in noordelijk Californië, zo’n 100 kilometer boven Sacramento, een natuurbrand. Camp Fire, zo is hij genoemd. Inmiddels is hij zo goed als bedwongen, maar hij heeft in die twee weken een ravage aangericht.

De laatste update van het California Department of Forestry and Fire Protection spreekt over 84 doden. Er zijn ruim 13.631 woningen en 514 industriële gebouwen vernietigd. Voor Californië is de brand niet alleen die met de meeste doden en de meeste (verzekerings)schade – geschat wordt tussen de 7,5 en 10 miljard dollar. Hij meet óók het grootste verbrande oppervlak: 612 km2 – bijna de helft van de provincie Utrecht.

Het roept de vraag op of natuurbranden vaker voorkomen en heftiger worden. Hoe is klimaatverandering van invloed? Hoe ontstaan ze? En kunnen ze gedempt, of voorkomen, worden? De stand van zaken in drie vragen.

Komen er meer natuurbranden voor?

Nee. Wereldwijd nemen natuurbranden af. Dat publiceerden wetenschappers vorig jaar in Science. Guido van der Werf was een van de auteurs. Hij is hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in klimaat en bosbranden. Die uitkomst was een verrassing, zegt hij. „We verwachtten eigenlijk een toename, omdat de aarde opwarmt en er langere perioden met droogte komen.” Maar op basis van satellietbeelden concludeerden ze dat het jaarlijks verbrand oppervlak wereldwijd tussen 1998 en 2015 per saldo met bijna een kwart – een gebied ter grootte van Egypte – was afgenomen. Ook het aantal branden nam in de meeste landen af.

Die afname komt vooral op conto van de savannes van Australië, Zuid-Amerika en met name Afrika. Dit (sub)tropische graslandschap doorloopt een cyclus waarbij zich elke 1 à 2 jaar in het droge seizoen uitgebreide branden voordoen die de opschietende boomscheuten verwijderen, waardoor de grassen er niet uit worden geconcurreerd. Dat het verbrande gebied in de savannes, met name in Afrika, zo sterk is afgenomen, komt volgens de auteurs door uitbreiding van de bevolking, van landbouwgronden en van de veestapel. De savannes namen ruim 90 procent van het jaarlijks wereldwijd verbrande oppervlak in beslag. Dat is nu dus wat minder.

Posters van de Amerikaanse brandweer wijzen het publiek op het belang van preventie.

Ook in de meeste Europese landen is er sprake van een gestage afname, zegt Alexander Held, boswetenschapper bij het European Forest Institute. Het beeld voor Portugal en Griekenland is wat grilliger. Uit de laatste brandrapportage van het Europese Joint Research Center blijkt dat het verbrande oppervlak in beide landen van jaar tot jaar erg schommelt.

Ondanks de overall afname in de wereld nam in sommige gebieden het jaarlijks verbrande oppervlak toe. In het westen van de VS bijvoorbeeld, en ook in Zuidoost-Azië, in de noordelijke toendragebieden, en in de Amazone.

Held heeft het idee dat vooral de impact van de branden toeneemt. Hij doelt op het aantal slachtoffers, en de schade. Maar cijfers heeft hij daarvan niet.

Van der Werf denkt dat de uitgebreide media-aandacht mensen de indruk geeft dat natuurbranden meer voorkomen. Of de impact van branden toeneemt, durft hij niet te zeggen. Wel vestigt de mens zich in sommige gebieden steeds meer bij en in de natuur, en zoekt daarmee het brandrisico dus op. Wetenschappers noemen die zone de wildland-urban interface, het gebied waar menselijke behuizing en wilde vegetatie elkaar ontmoeten. In de VS was het tussen 1990 en 2010 een snel groeiend landschapstype, zo blijkt uit eerder dit jaar gepubliceerd Amerikaans onderzoek in het tijdschrift PNAS. Het aantal huizen in deze zone nam toe van 31 tot ruim 43 miljoen. Maar voor bijvoorbeeld Portugal gaat die trend nou juist weer niet op. Daar is sprake van verstedelijking, en ontvolking van het platteland. Kortom, er is geen uniform beeld. Elk gebied heeft zijn eigen kenmerken.

Hoe ontstaan natuurbranden?

Voor een brand heb je drie dingen nodig: de juiste weersomstandigheden, brandstof, en een ontstekingsbron. Aanhoudend droog, warm weer is bevorderlijk voor natuurbranden. In Californië is dat soort weer er normaal gesproken overvloedig in de zomer, maar niet meer in november. Want in oktober komen doorgaans de eerste seizoensregens. Die bleven dit jaar uit. En dat was niet het enige, zo blijkt uit een vorige week verschenen analyse van het NOAA, de Amerikaanse dienst die zeeën en atmosfeer onderzoekt.

De winter van 2017-2018 was uitzonderlijk nat – nadat Californië was getroffen door een jarenlang aanhoudende extreme droogte. Het zorgde voor een weelderige groei van de vegetatie. Maar de voor Californië op één na natste winter werd gevolgd door de heetste zomer. Al die opgeschoten vegetatie verdorde, verdroogde, en werd potentiële brandstof. Wat de branden heeft ontstoken, is nog niet duidelijk. Er zijn verdenkingen geuit tegen twee stroomleveranciers, wegens slecht onderhouden infrastructuur (stroomleidingen of transformatorhuisjes) die vonken zouden hebben afgegeven. Eenmaal ontvlamd werden de branden ook nog eens aangewakkerd door sterke wind. Daarbij geholpen door de vele houten huizen, zeker in de bossen van het stadje Paradise.

Op meer plaatsen in de wereld was het deze zomer extreem droog en heet. Het zorgde in bijvoorbeeld Zweden en het Verenigd Koninkrijk voor uitzonderlijk veel natuurbranden. Of klimaatverandering hierbij een rol heeft gespeeld is lastig te zeggen. Het weer is grillig van jaar tot jaar. De invloed van een veranderd klimaat is hierin pas na vele decennia eenduidig te herkennen – in het ene gebied sneller dan in het andere. Duidelijk is wel dat door de opwarming van de aarde de kans op zulke extremen toeneemt. En dus ook de kans op branden.

Voor het westen van de VS is dat verband met klimaatverandering al wel aangetoond. Door warmer, droger weer ontvlamt het brandbare materiaal makkelijker, en breidt het vuurseizoen uit.

Het is een zorgwekkende trend, zegt Stefan Doerr, hoogleraar geografie aan de Swansea University, en niet de enige. In veel gebieden neemt volgens hem ook het brandbaar materiaal toe. Dat heeft te maken met de aanpak van natuurbranden. Doerr spreekt over „slecht vuurmanagement”. Alles richt zich op bestrijding, niet op preventie. Maatregelen om de kans op grote branden te verkleinen, worden amper genomen. Pas als iets brandt, volgt actie en wordt er geblust. Wat zeker is toegenomen, zegt Doerr, zijn de uitgaven aan helikopters, vliegtuigen, brandweermannen. „Het ziet er stoer uit, zo’n vliegtuig dat water boven een bos loost, maar het blussen van een brand laat veel brandbaar materiaal achter – naalden, bladeren, takjes.” Dat stapelt zich in de loop der jaren op, en maakt grotere branden, zoals Camp Fire, waarschijnlijker. „En juist op zulke extreme branden krijg je, ook met al die helikopters en vliegtuigen, weinig greep. Zeker niet met zulke sterke winden die gloeiend materiaal honderden meters ver door de lucht slingeren.”

Deze aanpak van fire suppression zie je overal ter wereld, zegt boswetenschapper Held. Terwijl bekend is dat hij onvolledig is, en de kans op grotere branden kan vergroten. „Maar het is heel hardnekkig.”

Boswetenschapper Held ziet in sommige landen nog een trend. Dood hout in het bos wordt niet meer opgeruimd, maar blijft liggen. „Daar zit een spanning”, zegt boswetenschapper Held. Dood hout, zeker het fijnere materiaal, ontbrandt makkelijk. Maar het is ook goed voor de biodiversiteit, en het verandert op den duur in humus. Deze laag is niet alleen heel vruchtbaar, hij houdt ook veel water vast, wat weer goed is om de kans op branden te verminderen.

Al met al is er ook voor het ontstaan van branden geen uniform beeld, zegt Held. In de VS zoekt de mens de natuur meer op. In Portugal is het omgekeerd. Het platteland ontvolkt. En dat zorgt er dan weer voor dat wilde vegetatie opschiet. „Of er worden eucalyptus-plantages opgezet, waar boeren vervolgens niet naar omkijken”, zegt hij. Afgevallen bladeren en takken worden niet opgeruimd.

In dun bevolkte gebieden – toendra’s, taiga’s – is de ontstekingsbron vaak de bliksem. Maar op gematigde breedten, waar de wereldbevolking zich concentreert, is de bron bijna altijd de mens, per ongeluk dan wel opzettelijk. „Waar hij komt, brengt de mens bronnen van ontsteking mee”, zegt Held. Stroomleidingen, barbecues, vonkende treinrails, kampvuren. Maar smeulende peuken of glasflessen zijn zelden de bron. „Dat is een mythe.”

Wat kun je tegen branden doen?

Er moet veel meer aandacht komen voor preventie, zegt Cathelijne Stoof, natuurbranddeskundige van de Wageningen Universiteit. Mensen die in de wildland-urban interface wonen kunnen allerlei maatregelen nemen om de kans te verkleinen dat een brand zich verspreidt. Zorg dat er geen brandbaar afval in de goten ligt, verwijder van bomen takken die boven het dak hangen, laat de eerste meters rond het huis geen planten of struiken groeien, leg geen houtstapels aan.

Smokey de vuurbestrijder.

Ook in het landschap zijn er allerlei opties, zegt boswetenschapper Held. Je kunt ondergroei in een bos laten wegvreten, door schapen of runderen. Je kunt brandpaden aanleggen. Je kunt stukken bos gecontroleerd laten afbranden, en dan ook helemaal. Komt er vlakbij een natuurbrand, dan vindt die op dat al afgebrande stuk geen voeding meer. En als je dood hout in het bos laat liggen, zegt Held, dan beter niet in de buurt van de open, vaak warmere asfaltpaden. Bij eucalyptus-plantages kun je de boeren vragen de ondergroei te verwijderen. „Maar dat moet je als regering wel stimuleren. Zeker in armere streken zal de bevolking alleen iets doen als ze er geld mee kunnen verdienen.”

Om de aandacht naar preventie te verschuiven, zal ons idee over vuur moeten veranderen, zegt Stoof. Nu is bestrijding dominant. Die aanpak versterkt het beeld dat vuur iets slechts is. „Maar we kunnen beter accepteren dat vuur er is. We moeten ermee leren leven.”

    • Marcel aan de Brugh