Giant: strafheffingen op e-bikes vanuit Europa raken ons niet

Elektrische fietsen

Onze fiets voor Europa komt niet meer uit China, zegt fabrikant Giant.

De fietsfabriek van Giant in Dajia, Taiwan. Foto Craig Ferguson / Getty Images

Giant, de grootste fietsfabrikant ter wereld, heeft geen probleem met de Europese strafheffing op import van e-bikes uit China. „Dat raakt ons helemaal niet”, zegt woordvoerder Irene Chen telefonisch, vanuit het hoofdkwartier van Giant in Taiwan. „We produceren wel elektrische fietsen in China, maar die exporteren we sinds medio 2018 niet meer naar Europa. Alle e-bikes komen nu uit onze fabrieken in Europa of Taiwan.”

Taiwan hoort volgens de regering in Beijing wel bij China, maar in de praktijk is het een autonoom eiland. Voor e-bikes die in Taiwan worden geproduceerd, geldt de EU-strafheffing in principe niet. Voor Giants uit China is de heffing op 24,8 procent gesteld.

Bij een eerder bezoek van NRC aan het hoofdkwartier en de fabriek in Dajia, centraal Taiwan, laat Chen trots een kartonnen bord zien in de hal van het gebouw. Daarop is een grote foto geplakt van een lachende Tom Dumoulin in een roze shirt. Hij heeft dan net de Giro d’Italia gewonnen. Op een Giant natuurlijk.

„De Europese markt voor e-bikes is heel belangrijk voor ons”, vertelt woordvoerder Ken Li in een simpel kantoortje. Hij draagt net als Irene Chen sportkleding van het concern. „Op de Europese markt voor e-bikes groeien we jaarlijks met 40 procent, nu al drie jaar op rij.” Geen wonder dat Giant zijn productie voor de Europese markt als een haas uit China wilde weghalen zodra bekend werd dat de EU strafheffingen overwoog.

Modernste Giants

De Giant-fabriek, midden op het platteland, doet verrassend simpel, zelfs wat sleets aan. Op het dak liggen golfplaten, de vloeren vertonen sporen van veelvuldige reparatie. Als arbeidsvitaminen schalt de Radetzky-mars door de grote ruimte. Om precies half twaalf valt de muziek stil. Dan is het lunchtijd en gaan de arbeiders in hun roze (vrouwen) en blauwe (mannen) uniformen naar de eetzaal. Ploegendiensten zijn er niet: iedereen werkt gewoon van acht tot vijf.

Toch worden juist in deze fabriek de modernste Giants gemaakt, zo’n 3.000 per dag. De lichtgewicht fietsframes in fluorescerend groen, blauw en oranje steken fel af tegen hun omgeving. Deze carbon frames worden e-mountainbikes: coole fietsen die geen enkele associatie meer oproepen met ouderen die wel een elektrisch zetje in de rug kunnen gebruiken. De productie ervan besteedt Giant liever niet uit aan China of Nederland.

Giant heeft drie fabrieken in China. Volgens Li was alleen de fabriek in het Zuid-Chinese Kunshan gericht op export naar Europa. De andere twee richten zich op de Chinese markt zelf, en op export naar Japan en Korea.

Het belang van Europa voor Giant is moeilijk te onderschatten. Het concern behaalt er 39 procent van zijn omzet, en de groei is er het grootst. ‘Fietsland’ China mag ook een mooie markt lijken, maar dat valt behoorlijk tegen: de verkoop van Giants daalt er nu zelfs. Daar is binnen de kortste keren vrijwel iedereen op deelfietsen gaan rijden. Die huur je voor 13 cent per ritje. Daarmee is een eigen fiets vooral in de grote steden eigenlijk niet meer nodig.

Gaat dat in Europa ook gebeuren, nu daar de deelfiets ook in opkomst is? Li betwijfelt dat: „In Europa gaat het niet om prijs, maar om kwaliteit. Mensen fietsen er vooral in hun vrije tijd, als sport. Daar blijft de markt wel bestaan.”

Nichemerken

In Taiwan zelf zie je ook al overal oranje deelfietsen rijden. Die zijn gemaakt door Giant. Als die fietsen er dan toch moeten komen, was het idee daarbij, kun je ze maar beter zelf maken. En misschien gaan de mensen die erop fietsen dan in de toekomst toch een eigen Giant kopen.

Nederlandse fietsmerken kent Li nauwelijks. Giant is een wereldmerk, legt hij uit, en richt zich op de mondiale consument. Natuurlijk is er best ruimte voor lokale producenten, die snel kunnen inspelen op veranderende vraag van lokale klanten, maar dat zijn „nichemerken”. Echte concurrenten, dat zijn de Nederlandse fietsfabrikanten in de ogen van Li duidelijk niet.

Toch had Giant wel degelijk een Nederlandse fietsenfabrikant nodig bij zijn eerste stappen op de Nederlandse markt. Dat was Andries Gaastra, kleinzoon van de oprichter van fietsenfabriek Batavus. Deze Gaastra had eerder het Nederlandse merk Koga Miyata bedacht. Daarvoor haalde hij frames uit Japan, van de fabriek Miyata. En Koga – dat stond voor de achternaam van zijn vrouw, Kowallik, en zijn eigen achternaam.

In 1984 begon Gaastra met Giant, als merk totaal onbekend. ‘Quality touched by Koga’ zette hij er daarom op. In gesprek met Eric Schuijt, eigenaar van fietsenwinkel De Vakantiefietser in Amsterdam, omschreef hij de verhoudingen: „Koga was de Mercedes en Giant een Volkswagen.” Samen met Giant zette hij er een aparte fabriek voor op, die 400.000 fietsen per jaar maakte.

Lees ook: De voorzichtige terugkeer van de Nederlandse racefietsfabrikant

In 1992 kocht Giant Gaastra uit en kwam de fabriek volledig in Taiwanese handen. „We wilden het helemaal zelf doen”, zegt Li daar nu over. In 1996 zette Giant een fabriek in Lelystad neer, die nu een capaciteit heeft van 300.000 fietsen. Dat is minder dan de toenmalige joint venture, en uitbreiding zit er voorlopig niet in. „We zien een nieuwe groeimarkt in Oost-Europa, dus we bouwen een nieuwe fabriek in Hongarije”, aldus Chen. Wel vestigde Giant onlangs zijn nieuwe Europese distributiecentrum in Lelystad.

De fabriek en het hoofdkantoor van Giant in Dajia liggen behoorlijk afgelegen. Het meest nabije treinstation ligt op een halfuur rijden van de fabriek vandaan. Giant zit er omdat de oprichters van de fabriek daarvandaan komen.

Het verhaal van Giant is kenmerkend voor hoe veel Taiwanese, en later ook Chinese, fabrieken groot zijn geworden. De fabriek werd in 1972 opgericht door een clubje vrienden onder leiding van King Liu, die nu in de tachtig is en nog steeds fietst.

Aanvankelijk maakte het bedrijf alleen onderdelen voor buitenlandse fietsenfabrieken. Daarna maakte het zelf ook complete fietsen van het goedkope soort. Die werden onder andere merknamen vooral in Amerika verkocht. Maar goedkope fietsen maken konden ze in China nog goedkoper, en China drukte de Taiwanese fabriek eind jaren tachtig dan ook goeddeels uit die markt. Giant ging zich in Europa richten op het iets hogere marktsegment, onder eigen merk.

Dat merk dateert pas van 1982. In het Chinees is de merknaam ji-an-te, wat zoveel betekent als ‘snel, veilig en bijzonder’. Het logo stelt de aarde en de lucht voor, met daartussendoor een fietspad.

Binnenkort verhuist het hoofdkantoor naar een modern sciencepark bij de stad Taichung. Daar komt dan de research & development, en ook een heus Giant-museum. De productie blijft waar die nu is: gewoon op de herstelde vloer en onder het zinken dak.

    • Garrie van Pinxteren