Er is hoop voor Soedans ruggengraat

Soedan na de Sancties

Door dictatoriaal wanbeleid kwam met Soedan ook de Trein van de Nijl tot stilstand. Nu gloort er weer hoop voor land en spoor.

Een trein in de stad Bahri. Het spoor is eind negentiende eeuw gebouwd door de Britten. Zonder dit spoor was Soedan nooit een natie geworden. Achttien van de honderd locomotieven zijn nu in gebruik. Foto David Degner/Getty Images

Stalen wielen schrapen het spoor dat vanaf de hoofdstad Khartoum naar het noorden van Soedan voert. Onder het raam schiet de Nijl voorbij. „Machinist, laat die trein toch opschieten”, neuriet Gihan Hashim. Ze is met haar familie op weg naar een bruiloft in Atbara, het eindstation. „Kunnen we niet sneller. Mijn liefde wacht, die ik zolang heb gemist.”

Over de trein van de Nijl zijn liedjes geschreven die iedere Soedanees kent. Zonder dit spoor was Soedan nooit een natie geworden. Tot de opdeling in 2011 tussen noord en zuid was Soedan het grootste land van Afrika en met de aanleg van een spoor in alle windrichtingen van dit land, verbonden de Britse kolonisators meer dan een eeuw geleden honderden bevolkingsgroepen, talen en religies met elkaar die elkaar anders nooit zouden zijn tegengekomen. Het spoor is de ruggengraat van dit land, maar nu verwaarloosd.

Van de bijna 5000 kilometer spoor, boemelt de trein alleen nog tussen de katoenvelden ten zuiden van de hoofdstad Khartoum en het noordelijker gelegen Atbara. „We hebben meer dan 100 locomotieven. Daar zijn er nu slechts 18 van in gebruik”, zegt Mohammed Hamid, onderdirecteur van de Soedanese spoorwegen. De officiële reden voor dit verval: de sancties die de Verenigde Staten in 1997 afkondigde om de regering van president Omar al-Bashir te straffen voor het huisvesten van moslimextremisten als Osama Bin Laden. In 2006 werden die sancties door westerse landen inclusief Nederland aangescherpt vanwege oorlogsmisdaden in Darfur. Dit betekende dat bedrijven die ook in de Verenigde Staten waren gevestigd geen zaken met Soedan mochten doen. Internationale banken mochten niet lenen en het werd onmogelijk voor het land om aan reserve-onderdelen te komen.

Soedanezen vrezen dat de sancties als alibi dienen voor hun falende regering

Maar nu Soedan weer salonfähig is voor westerse regeringsleiders, gloort er ook hoop voor het spoor. De Amerikaanse president Donald Trump zette vorig jaar oktober een streep door het handelsembargo. Ook de Europese Unie haalde de banden aan, in ruil voor Soedanese steun bij het stoppen van migranten.

„Nu we weer reserveonderdelen kunnen kopen, hopen we binnenkort weer 60 treinen op het spoor te kunnen laten rijden”, zegt onderdirecteur Hamid. „Dat zou ons binnen een jaar moeten lukken. We hebben goede hoop.”

Chinese makelij

Verstoten door het Westen, keerde Soedan zich de afgelopen jaren naar het oosten, met name naar China. De trein die nu tussen Khartoum en Atbara rijdt is van Chinese makelij. „Ik ben geen fan van Chinees materieel”, zegt Abu Abdullah, ambtenaar bij een verlaten stationnetje langs het spoor. „Geef mij maar Duitse treinen”, zegt hij met weemoed naar de jaren zeventig, toen Duitse en Amerikaanse treinen meer dan twee miljoen passagiers vervoerden. De Chinese hulp aan Soedan, in ruil voor olie, was in de afgelopen jaren beperkt. Veel Chinese bedrijven moesten toegeven aan Amerikaanse druk, als ze hun investeringen in de Verenigde Staten niet wilden schaden.

Maar zelfs nu het handelsembargo een jaar geleden is opgeheven, wachten Soedanezen op werkelijke verbetering van hun levens. De passagiers in de trein klagen hoe de prijzen van hun levensonderhoud de pan zijn uitgerezen. Er zijn grote benzinetekorten in heel het land. Zelfs brood is schaars, sinds de inflatie afgelopen zomer boven 64% steeg, het hoogst in meer dan twintig jaar. De regering wijt de instorting aan Washington, dat zijn bedrijven onvoldoende zou hebben ingelicht over het opheffen van de sancties. Maar Soedanezen vrezen dat de sancties te lang een alibi zijn geweest voor het falen van de eigen regering.

„Het regime heeft het spoor bewust verwaarloosd”, zegt Salah Assir, een kunstenaar uit Atbara, die zichzelf „een kind van de trein” noemt. Het spoor hielp zoveel arbeiders aan het werk dat de vakbonden begin jaren tachtig een bedreiging werden voor de regering – en de treinen werden stilgelegd. Atbara, hoofdstad van het spoor, wordt ook wel de wieg van het Soedanese communisme genoemd. De trein van de Nijl was een Rode Trein.

Het leek de Soedanese autoriteiten veiliger de sharia in te voeren

Om te voorkomen dat de stakingen die vanuit Atbara werden georganiseerd het land verlamden, werden de vakbondsleiders uit de stad verjaagd. De onderdrukking ging jaren door. „Duizenden arbeiders werden ontslagen. Duizenden families, die plotseling zonder werk kwamen te zitten”, vertelt Assir.

Tussen 1975 en 1991 werden meer dan 20.000 spoorwerkers ontslagen. Zowel de voorganger van president Bashir als Bashir zelf vreesden de vakbonden. Het leek de Soedanese autoriteiten veiliger de sharia in te voeren en allianties te smeden met radicale islamitische groeperingen zoals die van Osama Bin Laden, die in de jaren negentig de aanleg van wegen in Soedan financierde. „In plaats van het spoor te conserveren, begon het regime ons te vertellen hoe we ons moesten kleden, hoe we ons moesten gedragen”, treurt Assir. „Kunst, film, muziek, het werd ons allemaal verboden.” De hoop op herstel van het spoor in Soedan gaat dus om veel meer dan alleen herstel van infrastructuur. Het is de hoop op de terugkeer van Soedan zoals het ooit was.

In de nieuwe vijfdelige VPRO-serie Sahara doorkruist Bram Vermeulen de woestijn van west naar oost. Iedere zondag om 20.15 uur op NPO 2.
    • Bram Vermeulen