Opinie

    • Robbert Dijkgraaf

Eenheidsworst

Het gezegde gaat dat je niet wilt weten hoe worst gemaakt wordt. Maar het zijn niet alleen slagers die geen kijkje dulden in de keuken. Ook het toelatingsbeleid van Amerikaanse topuniversiteiten wordt angstvallig afgeschermd. Niemand weet precies waarom de ene scholier de befaamde „dikke envelop” met het acceptatieformulier en informatiepakket krijgt toegestuurd en de andere de „dunne envelop” met de korte afwijzingsbrief.

Maar een rechtszaak die is aangespannen tegen Harvard door een groep Amerikaanse studenten van Aziatische oorsprong, dwingt deze beroemdste universiteit ter wereld de boeken te openen — zeer tegen de zin. Andere universiteiten houden hun adem in, want een uitspraak in deze zaak zal grote gevolgen hebben voor de toekomst van het hoger onderwijs in de Verenigde Staten en wellicht wereldwijd.

Vanuit Nederland is het moeilijk te begrijpen hoe hoog de druk is waaronder het toelatingsbeleid van Amerikaanse topinstellingen staat. Het is een klassiek geval van een overgedetermineerd probleem — een situatie waar het aantal condities groter is dan het aantal variabelen. Er is in zo’n geval nooit een oplossing waar iedereen tevreden mee is. Het moet ergens kraken. De vraag is alleen waar en bij wie. In dit geval in de samenleving.

Allereerst zijn er de enorme verschillen in het academische landschap. De Verenigde Staten kennen zo’n vierduizend universiteiten en colleges. Slechts enkele tientallen instellingen torenen boven die laagvlakte uit. Iedereen wil daar naartoe, want zij bieden toegang tot de beste banen. Daarenboven laten die toppers maar kleine aantallen studenten toe, Harvard bijvoorbeeld slechts tweeduizend per jaar. En dat in een land waar ieder jaar zo’n 4 miljoen kinderen eindexamen doen en de rest van de wereld ook graag komt studeren. De kans om aangenomen te worden is dan ook klein, op Harvard minder dan 5 procent.

Van die kleine groep gelukkigen wordt ook nog eens een hoop verlangd. Ze moeten alle universitaire sportteams en muziek- en toneelgroepen bevolken. Dan hebben de vele faculteiten nog hun wensen: ze zien ook graag studenten Oudgrieks of antropologie. En de fondsenverwerving wil dat de kinderen van alumni en grote donoren een voorkeursbehandeling krijgen. Als je al die speciale wensen hebt ingewilligd, houd je maar weinig vrije plaatsen over.

Daarnaast is er grote druk vanuit de maatschappij. Als opleiders van de elite dienen universiteiten een getrouwe afspiegeling van de samenleving te zijn, met name wat betreft etnische, raciale en genderdiversiteit. Daar is de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt. Met name het aantal gekleurde en latinostudenten is door gericht beleid aanzienlijk toegenomen.

Het proces dat nu in Boston loopt, beweert dat studenten van Aziatische afkomst de dupe zijn geworden van die positieve discriminatie van achterstandskinderen. Volgens hen zou het percentage Aziaten veel hoger zijn als uitsluitend naar rapportcijfers werd gekeken. Het is bekend dat deze bevolkingsgroep goede studieresultaten behaalt, zeker in de bètavakken. Maar ze komen niet in aanmerking voor enige voorkeursbehandeling. Zoals een studente met een Chinese achtergrond in een krant zei: het was voor haar niet genoeg om perfecte wiskundecijfers te hebben en virtuoos viool te spelen. Er zijn te veel aanmeldingen met dit profiel. Ze moest iets anders doen om op te vallen en besloot reserveofficier te worden.

In de vrijgegeven documenten lijkt Harvard Aziatische aanmeldingen stelselmatig lagere scores te geven op slecht gedefinieerde persoonlijkheidskenmerken zoals aardigheid, volwassenheid en integriteit, als onderdeel van een „holistische benadering”. Deze zachtere criteria geeft de toelatingscommissie ruimte om gerichte positieve discriminatie uit te voeren. De huidige beschuldiging van discriminatie heeft interessante historische resonanties. In de jaren 1920-30 was het een publiek geheim dat vele Amerikaanse universiteiten het percentage joodse studenten kunstmatig laag hielden, ook al hadden ze hoge cijfers.

De regering-Trump heeft zich nu ook in het proces gemengd, als getuige à charge. Het duidelijk dat de huidige president geen vriend is van positieve discriminatie. Of hij zich het lot van de Aziatische studenten aantrekt is maar zeer de vraag.

Als wetenschapper zou je natuurlijk een volstrekt blinde procedure willen zien. Alleen kwaliteit moet doorklinken, zoals bij moderne symfonieorkesten de sollicitanten achter een blind scherm proefspelen. Maar er is een groot verschil tussen een orkest en de samenleving. Het is moeilijk objectief vast te stellen wat de kwaliteiten zijn voor een CEO of president, zeker op prille leeftijd. En uiteindelijk moet iedereen mee kunnen spelen.

In ieder geval zal veel van de uitkomst van dit proces afhangen — voor het toelatingsbeleid van Harvard en andere universiteiten, voor de emancipatie van onder-gerepresenteerde maatschappelijke groepen, en voor de ontwikkeling van burgerrechten in het algemeen. Worden universiteiten een afspiegeling van de samenleving? Of een eenheidsworst?

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.

    • Robbert Dijkgraaf