Burgers en techreuzen strijden om macht in de stad van de toekomst

Technologie Wereldsteden proberen internetbedrijven op allerlei manieren te paaien. Maar onder sommige groepen bewoners broeit protest.

Lawaaiprotest tegen de opening van een Google-campus in de Berlijnse wijk Kreuzberg, april 2018. Foto Sean Gallup/Getty Images

‘Unieke buurtwinkels dreigen uit het straatbeeld te verdwijnen”, zei wethouder Udo Kock (Economische Zaken, D66) afgelopen woensdag. Hij kondigde Bijons.amsterdam aan, „een mooi nieuw initiatief om de lokale economie te versterken”. Het is een website die het aanbod van allerlei speciaalzaken en boetiekjes in het centrum doorzoekbaar maakt, inclusief fietskoeriers die binnen 90 minuten kunnen bezorgen.

„Een lokale Amazon”, grapte Ger Baron, de hoogste technologieambtenaar van Amsterdam. Een grap met een serieuze ondertoon: de binnenstad hoopt op deze manier potentiële ontwrichting door de webwinkelgigant een stapje voor te blijven.

Tegelijkertijd vond de afgelopen maanden in de VS een volstrekt ander schouwspel plaats rondom Amazon. Daar sprongen tientallen steden door allerlei hoepels om het tweede hoofdkantoor van het bedrijf binnen te halen. New York was de grote winnaar, maar dat kostte de staat en de gemeente wel 54.000 euro per gecreëerde baan, bleek vorige week. Om Amazon-topman Jeff Bezos, de rijkste man van de wereld, te paaien, belooft New York onder meer een helikopterlandingsplaats aan te leggen. Daar krijgt de stad dan wel 25.000 banen voor terug, en de wat achtergebleven wijk Long Island City krijgt een enorme facelift. Het gemeentebestuur vierde feest. Maar er waren ook direct protesten van bezorgde inwoners over de besteding van zo veel publiek geld aan een bedrijf.

Lees ook de column van Menno Tamminga over de stedenstrijd om het tweede hoofdkantoor van Amazon: Europa weet goed hoe je het populisme voedt

Symptomen van machtsstrijd

Het zijn symptomen van een groeiende machtsstrijd die zich in metropolen afspeelt tussen inwoners en techbedrijven. De kern ervan is wie de komende decennia de dienst uitmaakt in de stad: burgers of internetgiganten. Steden die de bedrijven het meest tegemoetkomen, kunnen rekenen op duizenden hoogwaardige banen met alle voordelen van dien. Maar er zijn ook toenemende zorgen over wat de agenda van de techbedrijven in steden precies is, en wat de langetermijngevolgen daarvan zullen zijn voor bewoners.

Die zorgen zijn de laatste tijd ook duidelijk zichtbaar in Europa. Deze maand nog werden grootse plannen voor een door Apple ontworpen plein middenin Stockholm afgeblazen. De Amerikaanse techreus wilde de centrale Kungsträdgården, enigszins vergelijkbaar met de Dam in Amsterdam, ombouwen tot een glimmend hightech-plein in Apple-stijl. Daar staken politici uiteindelijk een stokje voor na protesten van burgers, die het te veel ten koste vonden gaan van de oude sfeer.

„Apple is welkom in onze stad”, zei de christen-democratische gemeentebestuurder die de protesten leidde. „Maar Kungsträdgården is de verkeerde plek.”

Een maand eerder annuleerde Google na protesten plannen voor een innovatiecampus in de hippe Berlijnse wijk Kreuzberg. Omwonenden hadden zich verenigd in de actiegroep Fuck Off Google. Die organiseerde demonstraties, een regelmatig terugkerend ‘anti-Google-café’ en een maandelijkse lawaaiactie waarbij buurtbewoners op fluitjes bliezen en met stokken op pannen sloegen. „Google is geen goede buur”, stond op spandoeken. Er was een mengelmoes van bezwaren; boosheid bijvoorbeeld dat over lokale winkels en kunstenaars plaats moesten maken voor een vestiging van zo’n grote multinational als Google.

Techsteden bloeien

Sommige van deze acties lijken voort te spruiten uit een NIMBY-sentiment, not in my backyard, en sluiten aan bij toenemende zorg over gentrificatie en ‘verhipstering’ in steden. Ook de boosheid over aanhoudende privacy-schandalen bij techbedrijven spelen allicht een rol bij de boosheid van burgers – al zal een vestiging meer of minder daarvoor weinig uitmaken. Maar oorzaken voor de weerstand liggen dieper.

Al langer groeien steden in rap tempo uit elkaar. Dat is vooral zichtbaar in de VS, waar tech-savvy steden als San Francisco, Boston en New York bloeien als nooit tevoren, terwijl de achterblijvers worstelen. De tech-hausse versterkt politieke scheidslijnen en vergroot de verschillen tussen grote rijke en kleine arme steden. In de VS is ook pijnlijk zichtbaar wat de keerzijde kan zijn: boomtowns als Seattle en San Francisco kampen met schrijnende hoeveelheden daklozen.

Lees ook: Straatarm in steenrijk Seattle

De grote technologiebedrijven hebben bovendien onevenredig veel invloed op groei en ontwikkeling van lokale economieën. Een rapport van rijkelandenclub OESO wees eerder dit jaar op een mogelijke oorzaak van achterblijvende productiviteitsgroei in veel landen. Volgens de onderzoekers duurt het te lang voordat cruciale technologieën daadwerkelijk doordringen tot andere bedrijven dan de techreuzen.

Alleen wie nauw samenwerkt met Google of Amazon kan gebruik maken van dezelfde geavanceerde technieken als zij, zoals kunstmatige intelligentie. Daardoor kunnen bedrijven in steden waar de techreuzen zitten structureel makkelijker mee in de vaart der volkeren dan een bedrijf in, zeg, Utrecht.

Demonstratie in New York tegen de komst van een Amazon-hoofdkantoor naar de stad, november 2018.

Foto Bebeto Matthews / AP

Gezichtsherkenningscamera’s

Sommige stadsbesturen zien zich door die nieuwe economische werkelijkheid gedwongen behoorlijk ver te gaan in het accommoderen van de technologiebedrijven. Neem Toronto. Die Canadese metropool heeft Googles dochterbedrijf Sidewalk Labs een vrijbrief gegeven om een complete hightech-wijk te bouwen, om te laten zien wat er allemaal met technologie mogelijk is in smart cities. Denk aan lantaarnpalen met gezichtsherkenningscamera’s, rijstroken voor zelfrijdende auto’s, slimme sensoren op straat om de bewegingen van mensen door de stad in kaart te brengen.

Lees ook: Googles droomstad kan een nachtmerrie worden

Die plannen zijn nog in ontwikkeling en er is weinig openbaar. Maar soms komen er berichten naar buiten die zorgen kunnen versterken. Zo wordt het project, Waterfront Toronto, de laatste maanden geplaagd doordat hooggeplaatste medewerkers opstappen. Inmiddels zijn het er vier. Een fundamentele klacht betrof de agressieve overname van de projectleiding door Sidewalk Labs. Voormalig bestuurder Julie Di Lorenzo schreef in haar ontslagbrief: „Ik geloof niet dat het de bedoeling was dat één bedrijf zo veel invloed zou krijgen. En toch hebben we dat laten gebeuren.”

Het lijkt voor steden soms een onmogelijke keuze: óf je zet de deur wijd open voor de techbedrijven, óf de stad wordt op termijn uitgehold omdat andere steden er met de buit vandoor gaan.

Pact tussen steden

Om meer tegenspel te kunnen bieden, beginnen steden hun krachten te bundelen. Barcelona, New York en Amsterdam sloten eerder deze maand een pact waarbij ze gezamenlijke uitgangspunten afspraken over de omgang met techbedrijven. Dat is onder meer bedoeld om te voorkomen dat de ondernemingen steden tegen elkaar kunnen blijven uitspelen. Het pact omvat principes over privacy van burgers, het voorkomen van te grote ongelijkheid en transparantie over de afspraken tussen stadsbesturen en bedrijven.

Ook lanceren diverse steden af en toe lokale varianten van techplatforms, zoals het webwinkelinitiatief Bijons.amsterdam of lokale concurrenten voor taxidienst Uber en Airbnb. Vooralsnog hebben deze initiatieven beperkt succes, omdat het nu eenmaal lastig concurreren is met bedrijven als Amazon, Uber en Google.

Veelzeggend was een winkelopening kort na de lancering van Bijons.amsterdam. De volgende dag gingen de deuren open van de eerste Amsterdamse pop-upwinkel van Amazon.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Wouter van Noort