Opinie

    • Floor Rusman

Twee marges die de andere als macht zien

Er zijn leukere tijdbestedingen, maar de Zwarte Piet-discussie bleef me aantrekken en voor ik het wist zat ik weer op de wc van een restaurant sociale media te refreshen. De vreselijke scheldpartijen, de openlijke haat: het was alsof ik naar een ramp keek, ik was een ramptoerist geworden. En dat terwijl ik me daar op straat boven verheven voel: staat er weer een ambulance naast een verkreukelde scooter, dan fiets ik door zonder om te kijken. Nee hoor, ik heb totaal geen last van sensatiezucht!

Maar sociale media halen kennelijk iets in me naar boven. Ik wil niet kijken. Ik blijf kijken.

Toch is dat niet alleen uit ramptoerisme – het is ook omdat ik iets wil begrijpen. Wáárom krijgt iemand als Sylvana Simons zo veel haat over zich heen? Of iemand als Jerry Afriyie? Het is toch duidelijk te zien dat zij mensen zijn, kwetsbaar als ieder ander?

Pas na een tijdje drong het tot me door: boze pro-pieters zien Sylvana Simons en Jerry Afriyie niet als kwetsbare individuen. Integendeel, ze zien ze als representanten van de macht: het verbond van minderheden en linkse instituties dat ‘gewone’ Nederlanders wil aanpraten dat ze fout en racistisch zijn.

Zichzelf zien ze niet als de macht. Integendeel, ze voelen zich gemarginaliseerd, net zoals Hillary Clintons deplorables zich gemarginaliseerd voelden. Gemarginaliseerden mogen tekeergaan tegen de macht. De macht is de agressor, de marge mag zich verdedigen. Met heftige middelen desnoods, want de macht is onkwetsbaar.

Deze visie op de machtsverhoudingen strookt natuurlijk niet met die van de anti-pietactivisten: die voelen zich óók in de marge gedrukt en ze strijden ervoor om daaruit te komen, om iemand te zijn met wie rekening gehouden wordt. De pro-pieters, dát zijn de machthebbers: overwegend wit en niet te vergeten nog steeds in de meerderheid.

Sociale wetenschappers wijzen er al decennia op dat erkenning voor mensen soms belangrijker is dan behoeftebevrediging of materieel gewin. Zolang de pro- en anti-pieters niet het gevoel hebben dat hún verhaal erkend wordt, komt een oplossing niet dichterbij.

Als ik politicus was, zou ik hier een enorme kans zien om een moreel appèl te doen. Alsjeblieft, zou ik zeggen, luister naar elkaar, probeer je in elkaar te verplaatsen, zie de ander als iemand die gekwetst kan worden. (Tot op zekere hoogte natuurlijk: een eiergooiende hooligan heeft zijn recht op empathie verspeeld.)

Niet iedereen bleek dat zo te zien. Rutte, die graag doet alsof de moraal voor liberalen verboden terrein is, vond dat de discussie buiten Sinterklaastijd gevoerd moet worden.

Zijn partijgenoot Klaas Dijkhoff hield op Facebook in verongelijkte jip-en-janneketaal een zielig verhaal over een verpest kinderfeest en riep en passant op tot inperking van het demonstratierecht.

Gelukkig was er nog Gert-Jan Segers, die in een Facebookpost links en rechts erkenning uitdeelde. Het „misselijkmakende racisme” kwam van één kant, benadrukte hij. Tegelijk begreep hij de veel grotere groep pro-pieters die zich van geen kwaad bewust is, net zoals hij de mensen met een donkere huidskleur begreep die Zwarte Piet pijnlijk vinden. „Het is voor beide groepen de existentiële vraag of er nog wel ruimte is voor wie ze zijn.” Segers pleitte voor begrip voor elkaars „reële angst”.

Pleidooien voor begrip zijn vaak een open deur, maar nu ligt dat anders. Wanneer twee groepen zo’n verschillend beeld hebben van de machtsverhoudingen, valt er op begripsgebied nog een hoop te winnen.

Floor Rusman is redacteur van NRC
    • Floor Rusman