Recensie

De vriendelijke bouten van Armando

Recensie

Tentoonstelling Armando had een verjaardagsfeestje moeten zijn. Na zijn sterven kwam er een eerbetoon dat recht doet aan zijn hele oeuvre.

Het beeldhouwwerk 'Fahne' in museum Voorlinden, zaaloverzicht. Foto Antoine van Kaam

Armando gooide met zijn overlijden op 1 juli de planning van zijn grote overzichtstentoonstelling in de war. In het voorjaar van 2019 had museum Voorlinden zijn werk willen tonen om zo zijn 90ste verjaardag te vieren. In plaats van een verjaardagsfeest werd het dus een vervroegd eerbetoon, dat recht moet doen aan Armando’s gehele oeuvre. Autobanden tegen een enorme wand, gebruikte schildershandschoenen met rode verf, doeken als ‘Damals’ en ‘Rotes Bild’ met diezelfde kleur rood, imposante beelden: ze hangen, staan en liggen in een associatief verband bij elkaar.

De kunstenaar wiens hoofdthema het (in zijn eigen woorden) “schuldig landschap” was, begon als een zwartkijker. ‘Peinture criminelle’ (1956), en ‘Homo homini lupus’ (1956) zijn de vroegste werken van Armando die tentoongesteld worden. Laatstgenoemde toont een soort van zwart hoofd, dat ruim dertig jaar later zou terugkeren in een van zijn mooiste schilderijen: ‘Kopf’ (1989). Zijn portret ‘Selbst’ (1979) lijkt een merkwaardig vormgegeven hoofd, meer vervormd dan de andere twee. Die spreiding toont wel dat Armando vanaf het begin af aan uit was op het uitwerken van vastomlijnde thema’s en ideeën. Landschappen gecombineerd met criminaliteit; handen: passief en actief. Ladders die nergens naartoe gaan.

Beïnvloeding

In Voorlinden hangt al het werk uit de jaren zestig bij elkaar. Zo is goed te zien dat hij in deze periode nog het meest afweek van die thematiek, en vooral ook een minder persoonlijke techniek hanteerde. Strakke vlakken van metaal worden versierd met bouten en prikkeldraad en krijgen titels als ‘Zwart prikkeldraad op zwart’ (1960) of ‘2 x 8 bouten op wit’ (1961). Geen schilderwerk, maar isolatie en assemblage van het ruwe materiaal. Armando was in die tijd betrokken bij de literaire tijdschriften Gard Sivik en De Nieuwe Stijl, en maakte deel uit van de ‘Nul-groep’ van kunstenaars die volgens hem weer van voren af aan begonnen omdat „de kunst is teruggekeerd tot op het Nulpunt” . Hij heeft altijd benadrukt dat hij ondanks die verbindingen zijn eigen weg bleef bewandelen. Nu is goed te zien hoezeer hij wel degelijk meedeed aan de nieuw-realistische mode van die tijd.

Het verband tussen de poëzie en de beeldende kunst van die tijd is duidelijk te zien: hier is een Nul-groeper aan het werk die het wit niet schuwt, al gooit hij er een zwarte bout op. Voor het literaire werk gold hetzelfde – hij presenteerde zich als onafhankelijk, maar maakte met groot enthousiasme gebruik van de polemische omgeving die dichters als Sleutelaar, Verhagen en Vaandrager hem in die tijd boden. Dat het jaren-zestigwerk bij elkaar hangt, geeft die beïnvloeding door zijn omgeving iets sympathieks en maakt het metaal en de autobanden juist menselijker. De bouten, hoe strak geordend ook, worden een verhaal op zich.

‘Schwarze Landschaft’ (1995), olieverf op doek | oil on canvas, 198,5 x 198,5 x 4,5 cm

Collectie museum Voorlinden

Het verschil met Nul-kunstenaar Henk Peeters typeerde Armando zelf ooit als volgt: „Peeters, die isoleert watten en ik prikkeldraad. Dat is een groot verschil”. Mooi van museum Voorlinden: de watten van Peeters zijn elders in het museum te zien. Armando zelf zag dit als een autobiografisch verschil: hij zou gewelddadiger zijn in zijn werk dan de meeste Zestigers. Maar is dat zo? Die ene zwarte bout op een wit vlak is een bout, maar een vriendelijke bout.

Die werken uit de zestiger jaren zijn de enige die chronologisch naast elkaar hangen, terwijl verder de tijden, de schilderijen en beelden door elkaar lopen. Ze worden afgewisseld met bokshandschoenen (die tot de mooie readymade-boksgedichten hadden geleid met regels als: „priem hem precies op z’n strot / godverdomme geen asem meer”), de viool en de beelden ‘Die Leiter’, ‘Fahne’ en ‘Das Rad’. En misschien nog wel opvallender: de landschapsschilderijen uit de laatste jaren, vanaf pakweg 2005. Lieflijk kan je ze nog niet noemen, maar opeens gebruikt Armando pastelkleuren en dreigt het licht niet meer zo. Je zou bijna denken dat hier iemand aan het werk was die vrede had gesloten met zijn omgeving.

    • Toef Jaeger