Neemt racisme toe in Nederland?

Tolerantie Bij sommige Sinterklaasintochten, afgelopen weekend, werden racistische leuzen geroepen. Is er meer racisme in Nederland? ‘Het is in ieder geval duidelijk dat racisme openlijker geuit wordt’.

Een tegendemonstratie op de actie van Kick Out Zwarte Piet in Eindhoven, afgelopen zaterdag tijdens de intocht. Foto Merlin Daleman

„Schokkend” zegt Ismintha Waldring. Ze reageert op de racistische uitingen door pro-Zwarte Piet-demonstranten, tijdens de intocht van Sinterklaas in Eindhoven en elders. „Vuile kutneger”, „ga terug naar je eigen land”, „kruip een boom in”, zo werd de anti-Zwarte Piet-demonstranten vorig weekend nageroepen. Waldring is socioloog aan de Vrije Universiteit en ze doet onderzoek naar diversiteit.

De vraag was of we na vorige week kunnen zeggen dat het racisme toeneemt in Nederland. „Het is in ieder geval duidelijk dat racisme openlijker geuit wordt”, zegt Waldring. „Die trend zie je al tien jaar. Maar of racisme zélf nu ook toeneemt? Moeilijk te zeggen.” Waldring ziet wel iets anders: „Er is een tweede generatie migranten die een emancipatieslag maakt. Beter opgeleid, vaker onderdeel van de middenklasse. Zij leggen een claim op tafel: ‘Nederland is ook van ons’. En daar is ons oude Nederlandse tolerantie-ideaal niet tegen bestand.”

Op dat concept van tolerantie was toch al veel af te dingen, zegt Waldring. Want die tolerantie bestond niet uit acceptatie van de ander, maar uit passief gedogen. „Integratie werd daarbij gezien als aanpassen aan de meerderheid. En nu wordt er ineens iets aan de meerderheid gevraagd! Die tweede generatie zegt: ‘Wij willen meedoen. Maar niet alles zoals het hier gaat, is zoals wij willen dat het gaat.’ Dat roept reacties op.”

Stabiel

Misschien dus geen toenemend racisme, maar er is wel iets aan de hand, zo blijkt uit een rondgang langs wetenschappers. Juliette Schaafsma noemt het: „de weerstand van een meerderheidscultuur tegen een emancipatiebeweging”. Schaafsma is hoogleraar Cultures in Interaction in Tilburg. „Zo’n proces hoort bij diversiteit, dat kan schuren. Maar het moet niet vast komen te zitten in een alles-of-niets-identiteitsstrijd. Die dynamiek kan de deur openzetten voor juist meer vooroordelen en uiteindelijk voor meer racisme.”

Wie onderscheid maakt op uiterlijke kenmerken, is zich dat soms niet bewust. Of noemt discriminatie anders. Lees ook: ‘Ik ben geen racist, maar…’

Het is niet zo dat vooroordelen en stereotypen nu al omslaan in een echte ideologie van racisme: van superioriteit van de eigen groep en de inferioriteit van de minderheid, zegt Schaafsma. Want na een stijging van negatieve oordelen over migranten vanaf de jaren negentig, zijn de laatste jaren die negatieve oordelen juist weer stabiel geworden. „Maar wel op een hoger niveau dan daarvoor.”

In Nederland is het: als iedereen normaal doet, is er geen probleem. En normaal is nog altijd: ‘etnisch wit’

James Kennedy historicus

SCP-onderzoeker Iris Andriessen wijst in dat verband op twee interessante trends uit het SCP-rapport Integratie in zicht? van twee jaar geleden. „Autochtone Nederlanders vinden de laatste jaren steeds vaker dat openheid en tolerantie van de Nederlandse samenleving toenemen. Maar Nederlanders met een migratie-achtergrond vinden juist vaker dat die openheid afneemt.” Zij melden in enquêtes van het SCP ook steeds vaker dat ze discriminatie ervaren, zegt Andriessen. „En ook vaker dan tien jaar geleden zeggen mensen met een migratie-achtergrond dat ze zich niet thuis voelen in Nederland, bij de tweede generatie sterker dan de eerste.” Wat betekent dat? Andriessen: „Moeilijk te zeggen. Ik zie geen aanwijzingen voor toenemend racisme. Het percentage autochtone Nederlanders dat vindt dat er te veel mensen van buitenlandse herkomst in Nederland wonen, is de afgelopen tien jaar zelfs geleidelijk gedaald. En discriminatie op de arbeidsmarkt blijkt bijvoorbeeld samen te hangen met de economische conjunctuur. Bij krapte op de arbeidsmarkt vinden werkgevers het etnische aspect ineens veel minder belangrijk.”

De SCP-onderzoeker denkt dat de vooroordelen vaker openlijk geuit worden. „Het taboe is minder. Misschien omdat op sociale media alles gezegd kan worden. En dan gaan mensen dat daarbuiten ook doen.”

Ineens bespreekbaar

Dat Nederlanders met een migratie-achtergrond nu meer discriminatie ervaren, hoeft niet te betekenen dat er meer discriminatie is. Die ervaring kan ook ontstaan door een groter bewustzijn van subtiele vormen van uitsluiting, denkt Andriessen. Dat is bijvoorbeeld wanneer andere mensen niet terug groeten als een Marokkaanse Nederlander goedemorgen zegt in de wachtkamer bij de dokter. Micro-agressie heet dat in het jargon. „Een tasje dat steviger wordt vast gepakt. En die vraag: ‘waar kom je nou écht vandaan?’.”

En andere cijfers, zoals meldingen bij de politie, wijzen ook al niet op meer racisme, vertelt Willem Wagenaar. Hij is onderzoeker bij de Anne Frank Stichting, die daar ieder jaar een overzicht van publiceert. „Die meldingen zijn natuurlijk niet per se representatief, maar ze laten al jaren een kleine daling zien. Dat beeld zie je ook terug bij de meldingen bij de antiracismebureaus. In 2015 en 2016 zag je wel een piek in aangiftes van discriminatie wegens godsdienst: anti-islamitische uitingen en bedreigingen. Dat hing waarschijnlijk samen met de aanslagen in Frankrijk. Later speelde ook de vluchtelingencrisis mee. Opvallend genoeg zien we geen effecten in november, als doorgaans de twisten over Zwarte Piet weer beginnen.” In internationale vergelijkingen staat Nederland er goed voor. Wagenaar: „Daarin worden dan vragen gesteld of je het erg zou vinden of je zoon of dochter met een zwarte persoon thuis zou komen. Nederland staat daarin altijd onderaan, met Zweden.”

Maar, zegt Wagenaar, „ik zie wél dat in Nederland het taboe op extreem-rechtse groeperingen vermindert. In 2015 werden die bij protesten tegen asielzoekerscentra overal nog de deur gewezen, maar vanaf begin 2016 niet meer. Sindsdien is het ineens wel bespreekbaar, het wordt nu beschouwd als vrijheid van meningsuiting. De toon werd agressiever. Het zijn nog steeds kleine groepen, maar er is meer ruimte gekomen voor dat soort ideeën. Ik lees nu ook op GeenStijl verhalen over ‘omvolking’.”

Geen groei in vooroordelen, laat staan in racisme. Maar wel meer openlijke uitingen als reactie op zich emanciperende minderheden. Dat ziet ook historicus James Kennedy (Universiteit Utrecht). „In de Nederlandse cultuur is het toch altijd zo: als iedereen normaal doet, is er geen probleem. En normaal is nog altijd: ‘etnisch wit’.”

Maar nu is er een tegenreactie, en Zwarte Piet is daar het symbool van geworden. Dáárom wordt het zo hoog opgenomen, zegt Kennedy: „Achter de kleur van Zwarte Piet ligt de vraag wie eigenlijk mag bepalen wat Nederlandse cultuur is.”

Praten vs doen

Kennedy is Amerikaan (met Nederlandse wortels) en hem was altijd al opgevallen dat hier „de ijver voor diversiteit” minder is dan in de VS. „Niemand is hier tegen diversiteit, maar er wordt weinig aan gedaan. Al heel snel wordt gevraagd of die nieuwe sollicitant wel in het team zal passen. Dat is nu misschien aan het verschuiven: in de Randstad zie je veegpieten. Daarbuiten nog niet.”

Over die verschillen binnen de autochtone bevolking wil Ismintha Waldring nog wel wat kwijt. „Er is een fascinerend verschil tussen praten en doen. Veel mensen die positief spreken over diversiteit doen toch geen moeite om vrienden te maken onder andere groepen. Wij onderzoeken IJburg, een wijk in Amsterdam die alleen nog maar uit minderheden bestaat. De witte Nederlanders zijn grotendeels positief over andere culturen, maar ze doen toch geen moeite om vrienden te maken onder andere groepen. Bij een straatfeest willen ze iedereen betrekken, maar in de praktijk bereiken ze juist alleen de witte middenklasse. En aan de andere kant zie je mensen die zich heel negatief over buitenlanders uitlaten, maar in de praktijk juist heel normaal met ze omgaan. Dat zijn vaak de witte mensen die hun hele wijk hebben zien veranderen en daar niet blij mee zijn, maar wel gewoon omgaan met hun nieuwe buren. Wat mensen zeggen is vaak iets anders dan wat ze doen.”

En daarom, benadrukt Waldring, is die vraag of er nou meer racisme is, zo moeilijk te beantwoorden. Je kunt het, zegt ze, eigenlijk alleen maar in de lokale praktijk bekijken. „In Amsterdam gebeurde vorig weekend niks tijdens de Sinterklaasintocht. Waarom niet? Dat weten we niet.”

Lees verder over de uit de hand gelopen intocht in Eindhoven: In Eindhoven voert even ongebreideld racisme de boventoon

Correctie (27 november 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd Ismintha Waldring eenmaal foutief Ismantha Waldring genoemd. Dat is hierboven aangepast.

    • Hendrik Spiering