Recensie

Jawlensky’s spirituele meditaties in gloeiende kleuren

Recensie

Het Haagse Gemeentemuseum toont de zoektocht naar religieuze betekenis in schilderijen van de expressionist Alexej von Jawlensky.

Alexej von Jawlensky, detail van Prinses Turandot nr. 61 (1912) Foto Zentrum Paul Klee, Bern
Alexej von Jawlensky , Prinses Turandot nr. 61 (1912) Foto Zentrum Paul Klee, Bern

Als knaap van veertien ging Felix, zoon van de beroemde schilder Paul Klee, op een bijzondere manier om met kunstwerken van zijn vaders vriend Alexej von Jawlensky. Schilder Galka Scheyer schrijft in 1921 aan Von Jawlensky dat de jongen zo gesteld is op zijn schilderijen „dat hij er vaak heen loopt en met name één kop met gesloten ogen kust uit bewondering en enthousiasme”.

Deze reactie op een schilderij, die ook doet denken aan religieuze vervoering, zal Jawlensky zeker hebben bevallen. Hijzelf streefde ernaar de uiterlijke wereld te verbinden aan het innerlijk leven, en nam wat dat betreft een voorbeeld aan de traditionele iconenschilderkunst uit zijn vaderland Rusland, waar het kussen van afbeeldingen niet ongebruikelijk was.

Alexej von Jawlensky, Vrouwenkop (1911) Foto Alice de Groot/ Gemeentemuseum Den Haag

De expositie in het Haagse Gemeentemuseum van werk van Alexej von Jawlensky (1864-1941) benadrukt dit spirituele aspect, waarbij het vaak wat onduidelijk blijft waar dat nu precies in zat. Zo’n 125 schilderijen van de schilder zelf en van tijdgenoten zoals Wassily Kandinsky, geven een beeld van expressionistische schilderkunst in het Europa van de eerste decennia van de twintigste eeuw. Jawlensky komt naar voren als producent van vaak kleurige schilderijen van landschappen, stillevens en hoofden waarvan de indringende Vrouwenkop (1911) met zwartomrande groene ogen, uit de eigen collectie van het museum, een van de bekendste is.

Nadat Jawlensky Rusland in 1896 had verlaten, woonde en werkte hij in onder meer München en het pittoreske Murnau in Beieren. Na de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog vestigde hij zich in het Zwitserse Saint-Prex aan het Meer van Genève. De catalogus bij de tentoonstelling wijst er op dat Jawlensky, net als bijvoorbeeld Kandinsky die er het boek Über das Geistige in der Kunst over schreef, al in zijn vroegere werk een belangstelling koesterde voor het spirituele. Toch krijgt een zoeken naar kennelijke religieus gemotiveerde betekenis pas meer vorm in samenhangende series van werken die Jawlensky in Zwitserland bijna obsessief begon te schilderen.

Alexej von Jawlensky, Landschap – Murnau, (1909) Foto Kunstsammlungen Chemnitz Museum Gunzenhauser

Zo wordt een reeks van kleine uitbeeldingen van wat steevast wordt betiteld als het uitzicht uit zijn atelierraam, gevormd door variaties op een compositie van grote, heldere kleurvlekken in onder meer groen, blauw, paars en rood. Inderdaad lijken ze te zijn gebaseerd op een zonnige tuin met dennen en struiken.

Alexej von Jawlensky, Grote Meditation: Johannes de Doper (XXVII, N.10, V), 1936 Foto Museum Wiesbaden

Van heel andere aard, duister en intrigerend, is een serie van schilderijtjes van een decimeter of twee hoog, met telkens een close-up van een vereenvoudigd mensengezicht. Donkere strepen vormen neus, ogen en mond, in combinatie met penseelstreken in vaak gloeiende kleuren. Tussen 1934 en 1937 heeft Jawlenski, in een statische stijl die werd veroorzaakt door artritis in armen en handen, er liefst een duizendtal van gemaakt.

Alexej von Jawlensky, Abstracte kop – Karma (1933) Foto Gemeentemuseum

De titels verwijzen naar gevoelens als eenzaamheid en schuld, harmonie en verlangen, en soms ook expliciet naar christelijke begrippen zoals Goede Vrijdag of het voorgeborchte. Het is vooral de naam Meditaties, die de kunstenaar koos voor de reeks, die herinnert aan traditionele devotionele praktijken en duidt op de religieuze betekenis die de voorstellingen hadden voor Jawlensky.

    • Bram de Klerck