Opinie

Hoe loodsen we onszelf door de perfecte storm?

Gastblog Hoe komen we een tijd door die gekenmerkt wordt door klimaatverandering, migratiestromen, populisme en een op eigenbelang gerichte globalisering, vraagt emeritus hoogleraar milieukunde en duurzaamheid zich af.

Migranten bij de Mexicaanse grens Foto Gabriela Rios/EPA

We gaan in zwaar weer terechtkomen. Het wordt een ‘perfecte storm’, waarin verschillende zeer ongunstige ontwikkelingen gelijktijdig bij elkaar komen. Terwijl de bewijzen voor een ernstige klimaatverandering zich opstapelen, moeten we overschakelen naar een circulaire economie en worden we geconfronteerd met toenemende migratiestromen, toenemend populisme en de gevolgen van een vooral op eigenbelang gerichte globalisering en handelspolitiek. Tegelijkertijd wordt de daarvoor benodigde bestuurskracht ondermijnd door zowel het grote bedrijfsleven als de veel te grote financiële sector, die overheden tegen elkaar uitspelen en steeds meer de gewoonte hebben om winsten zelf te incasseren en de rekeningen bij de belastingbetaler neer te leggen. We zijn opnieuw in een feodale structuur beland, waarin grote publieke belangen in handen zijn gekomen van een kleine private elite.

We gaan deze storm niet overleven als we, onder druk van die bestaande belangen, denken dat we de huidige maatschappelijke ontwikkeling met wat kleine aanpassingen kunnen continueren. Het probleem is, zo zei Freek de Jonge ooit, dat iedereen inzoomt, en niemand uitzoomt. Willen we enige kans maken, dan moeten we het grotere plaatje bekijken en bereid zijn om op korte termijn van koers te veranderen. Dat betekent dat we de politieke moed moeten hebben om het tot nu toe onbespreekbare, bespreekbaar te maken:

1. Een Europese ‘coalition of the willing’

Een effectief klimaatbeleid, een circulaire economie en een voedselsysteem waarin kringlopen worden gesloten, kan uiteindelijk alleen worden gerealiseerd op een hoger schaalniveau dan Nederland. Dat geldt ook voor de migratieproblematiek en het financieel-economisch bestel. Alleen zo kan een, terecht door het bedrijfsleven geëist ‘gelijk speelveld’ worden gerealiseerd. Tegelijkertijd moet er sprake zijn van een culturele waardegemeenschap. Dit betekent dat minstens moet worden toegewerkt naar een Europese regio als soevereine eenheid. Nederland zal daartoe van te voren en voortvarend aansluiting moeten zoeken bij een Noordwest-Europese ‘coalition of the willing’, zoals die in 2017 door de Franse president Emmanuel Macron bij zijn Humboldt-lezing in Berlijn is voorgesteld. Binnen een coalitie van Frankrijk, Duitsland en de Benelux-landen zou al voldoende economisch en cultureel draagvlak zijn om op verschillende terreinen effectief beleid te kunnen voeren. In het bijzonder gaat het dan om de dematerialisering van de economie door vergroening van de belastingen, het herstel van de soevereiniteit van de parlementaire democratie en een financieel-economisch bestel dat weer dienstbaar is aan de samenleving.

2. Vergroening

De buitengrenzen van een dergelijke coalitie zijn zodanig dat de verhoging van prijzen voor fossiele brandstoffen en primaire grondstoffen praktisch uitvoerbaar is. Door aan elk uitgestoten CO2-molecule, of dat nou uit je kachel, je auto, de trein, het vliegtuig of de maakindustrie komt, een zelfde prijs te hangen, wordt een rechtvaardige en economisch optimale toedeling van kosten bereikt. Via CO2- en grondstofgerelateerde heffingen bij import zou een goeddeels gelijk speelveld kunnen worden gecreëerd met de omringende wereldmarkt. Bij een overeenkomstige verlaging van de belasting op arbeid zou een verantwoorde, marktgedreven verschuiving naar een duurzamere economie mogelijk worden. Vervolgens kan aanvullend beleid worden gevoerd om kwetsbare groepen burgers en bedrijven te ontzien.
Financiële stimulering via de belastingen kan ook leiden tot de al dertig jaar beoogde levensduurverlenging van producten, als voorwaarde voor de overgang van een wegwerp- naar een circulaire economie. Ten slotte zou op de regionale schaal van Noordwest-Europa nieuw landbouwbeleid, gebaseerd op het sluiten van stofkringlopen, kunnen worden gerealiseerd.

3. Rijnlands model

Multinationale bedrijven winkelen selectief op de mondiale markt voor arbeid, grondstoffen, kapitaal en belastingafdrachten en laten de nationale gemeenschappen opdraaien voor de keerzijden daarvan, zoals milieuschade en voorzieningen voor overtollige arbeidsmigranten. Binnen het huidige Angelsaksische economische model is de macht van bedrijven en vooral van hun aandeelhouders te groot om op duurzaamheid gericht beleid te voeren, zoals vorig jaar bleek uit de casus-Unilever-Kraft Heinz. Aandeelhouders blijken alleen oog te hebben voor hun private kortetermijnbelangen en voelen zich aan geen enkele normatieve waardegemeenschap gebonden. De Brexit-discussie en het aandeelhoudergedreven besluit om de Engelse tak van Unilever in Engeland te houden, biedt een uitgelezen kans om afscheid te nemen van het Angelsaksische model en terug te keren naar het Rijnlandse model, waarin bedrijven wel deel uitmaken van een waardegemeenschap en de macht van aandeelhouders beperkt is.

4. Een dienstbaar financieel bestel

Het is ondenkbaar dat de transitie naar een duurzamere economie, energie- en voedselvoorziening mogelijk is in het huidige financiële bestel. Van nature versterkt dat bestel de instabiliteit van de economie. Het brengt op die manier zelf de volgende financiële crises voort, waarvan de enorme kosten weer op de samenleving en dus op de belastingbetaler worden afgewenteld. Maar ook afgezien van zulke crisissituaties kost het bestel de samenleving enorm veel geld. Boven een gezonde omvang van ongeveer éénmaal het bbp, waarbij banken financiële diensten leveren zoals hypotheken en andere leningen, produceert het systeem geen enkele meerwaarde, maar levert het wel grote risico’s en maatschappelijke kosten op. Die komen voort uit twee fundamentele weeffouten.

De transitie naar een duurzamere economie kan niet worden gerealiseerd met het huidige financiële bestel

In de eerste plaats is de betalingsinfrastructuur ten onrechte in de handen van private banken gekomen. Daarmee is in 2008 druk uitgeoefend op de overheid om de failliete banken tegen enorme bedragen te redden. Een tweede weeffout is dat private banken zich exclusief het recht op geldschepping hebben toegeëigend, terwijl dit volgens rijen filosofen, economen en staatslieden het ultieme recht is van de gemeenschap en dus van de overheid. Dat betekent dat de Nederlandse overheid jaarlijks een bedrag in de orde van 30 miljard euro in omloop zou mogen en moeten brengen. Dat geld, waar dan geen staatsschuld meer tegenover staat, kan worden besteed aan maatschappelijke doelen, bijvoorbeeld de energietransitie. Bovendien zou dat de stabiliteit van de economie fundamenteel vergroten. De financiële voordelen van een dergelijke hervorming van het financiële bestel zijn zo groot, dat veel Europese problemen opgelost zouden kunnen worden. Het zou Europa nieuw elan geven.

5. Waardegemeenschap

Uiteindelijk wordt de richting van de maatschappelijke ontwikkeling bepaald door het, veelal onbesproken, achterliggende mensbeeld. Uit de Europese cultuur en geschiedenis blijkt dat de samenleving alleen ‘duurzaam’ kan voortbestaan, wanneer de oriëntaties op collectieve en individuele waarden, en daarmee op ‘het andere’ en ‘het eigene’, min of meer in evenwicht worden gehouden. Dat laatste betekent dat ook de samenleving als geheel recht heeft op zijn eigen, min of meer gedeelde waardeoriëntatie en de daarbij behorende ‘eigenheid’.

Met het oog op de vraagstukken van migratie en integratie betekent dit in de eerste plaats dat niet iedereen automatisch het recht heeft om tot zo’n waardegemeenschap toe te treden. Voor zover dat onder druk van bijzondere omstandigheden wel het geval is, hebben toetreders de plicht om zich met die waarden te verbinden. In de tweede plaats is er omgekeerd een even grote morele verplichting om de soevereiniteit van ‘de anderen’ elders te erkennen en ze waar mogelijk te helpen om ook tot een leefbare waardegemeenschap te komen. Dat betekent dat niet alles te koop is, dat na de afschaffing van de slavernij ook het toe-eigenen van de primaire bestaansvoorwaarden van die anderen elders, van hun grond, hun grondstoffen en hun voedsel, alsnog moet worden afgeschaft.

6. Stuurlui gezocht

Het overleven van die perfecte storm, waarin al die enorme vraagstukken bij elkaar komen, vraagt het uiterste van de bemanning. Bemanningsleden die onder deze omstandigheden nog vasthouden aan hun eigen kleine belangen dienen de stuurhut onmiddellijk te verlaten en zich onderdeks te begeven. Bij de wisseling van de wacht wordt gezocht naar stuurlieden (m/v) met visie op de bovengenoemde, tot nu toe onbespreekbare punten; die overstag durven te gaan, het zeil naar de wind durven zetten en vastberaden de nieuwe koers vasthouden; die op basis van moreel leiderschap de verantwoordelijkheid op zich nemen en ervoor zorgen dat het schip de komende storm overleeft.

Paul Luttikhuis
Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.