Hij was voor veel KLM-stewardessen hun favoriete purser

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Cor van Snippenberg (1937-2018), werkte 34 jaar voor KLM en stond bekend om de stukjes die hij schreef in maandblad Cabine.

Cor van Snipperberg (de 'Snip') aan het werk bij KLM. A.L. Schravendijk

Er waren kamers waar het water uit het toilet langzaam over de rand stroomde. Koele, donkere, stille kamers. Kamers met krakende vloeren en te dunne gordijnen. Kamers met een plafond van wel drie meter hoog. Kamers met een uitzicht van een ongehoorde droefheid. Kamers ingericht door een kort daarna gek geworden binnenhuisarchitect. Kamers met koninklijke bedden, met gloeiend heet of ijskoud water. Kamers in Praag, Paramaribo, Accra, Curaçao, Bangkok, Melbourne, Khartoem, Karachi.

Cor van Snippenberg sliep in al die kamers. Hij werkte 34 jaar voor KLM. Na 20.307 vlieguren ging hij in 1994 met pensioen, maar nog lang zouden stewardessen gaan stralen wanneer ze de naam hoorden van hun favoriete purser, alias ‘Snor van Cippenberg’ of kortweg ‘De Snip’. Van Snippenberg viel op door zijn omvangrijke, vriendelijke verschijning. Hij stond bekend om de stukjes die hij schreef. In Cabine, het maandblad van de Vereniging van Nederlands Cabinepersoneel, deelde hij onder de titel ‘Gelogeerd in’ zijn avonturen langs de route.

Hij was een lezer die hield van schrijven. Hij kon spontaan gedichten citeren en was een groot liefhebber van Gerard Reve. Misschien, denken vrienden, schreef hij om tegenwicht te bieden tegen het soms oppervlakkige KLM-bestaan. Zelf geeft Van Snippenberg in een van zijn stukjes een andere verklaring: „Als je zoals ik niet in de zon kunt zitten, wordt daar nooit rekening mee gehouden. Ik heb vele uren op mijn kamer en in lobbies doorgebracht. Dat gaf me wel mooi gelegenheid om op deze verhaaltjes te broeden.”

Cor van Snippenberg (‘De Snip’) aan het werk bij de KLM.

Foto Robert Lantos

Cor van Snippenberg was van eenvoudige komaf. Hij werd geboren in Arnhem. Zijn vader was bakker, zijn moeder deed de winkel en de huishouding. In 1944 vluchtte het gezin voor de bombardementen naar familie in Lunteren, hun eigen stad vonden ze negen maanden later geplunderd terug. Van Snippenberg ging na zijn schooltijd werken bij de spoorwegen en kwam tijdens zijn militaire dienst bij de luchtmacht terecht. Op zijn 23ste verhuisde hij naar Amsterdam, solliciteerde bij de KLM en werd tot zijn eigen verbazing aangenomen.

Het was rond die tijd dat hij doorkreeg dat mannen op mannen konden vallen. „Hij had nooit bedacht dat de daad bij de gedachte gevoegd kon worden”, zegt vriend Michiel Hennus. De ontdekking fleurde zijn soms saaie ‘slips’ enorm op. Want het was heus niet zo dat hij altijd dolblij de lucht in ging. „Dikwijls kwam ik hem op zondagochtend in vol ornaat tegen, dan was hij alweer op en neer naar Londen of München geweest”, herinnert vriendin en oud-buurvrouw Marreke Prins zich. „Dan zuchtte hij: Mar, waarom moet ik toch altijd naar plekken waar ik helemaal niet zijn wil?”

Als Cor thuis was, was het feest. In zijn flat op het Waterlooplein – het complex stond onder de vele homoseksuele bewoners bekend als ‘de Naaidoos’ – was het bijna dagelijks zoete inval. De geur in Cors appartement overtrof in die zeventiger jaren ruim die van de huidige coffeeshops, vertelt vriend Han Blom. In de woonkamer, uitgerust met moderne kunst, zitbank en kleurentelevisie, werd eindeloos gepraat, gedronken en gegeten. Van Snippenberg was een voortreffelijk kok. „Hapjes, ovenschotels, shepherd’s pie, het was altijd galore”, aldus Prins. „Véél. Veel van alles.”

Onder de vaste gasten was ook buurman Ischa Meijer. De journalist/presentator/interviewer/schrijver stalde geregeld zijn wisselende vriendinnen bij Van Snippenberg. Blom: „We noemden Cors flat ook wel Het Ischa Meijer Opvanghuis voor Gevallen Meisjes. Cor met zijn warme hart ontfermde zich over hen, met enkelen bleef een goede band bestaan.” Dat er geregeld eten of een fles champagne verdween – Meijer had de sleutel gekregen – was geen probleem.

Cor van Snippenberg werkte op mensen als een magneet, zeggen zijn vrienden. Als hij in Amsterdam over straat liep, zeiden voorbijgangers hem aan de lopende band gedag. Blom: „Dan groette hij bijvoorbeeld Harry Mulisch en daar had hij dan direct een anekdote over.” Tijdens een avond in homodisco DOK in 1977 ontmoette Van Snippenberg Johan Bosma, zijn latere echtgenoot en grote liefde. Samen maakten ze reizen (bij voorkeur met de trein) en stadswandelingen. Van Snippenberg was verzot op Amsterdam, al had hij er ook genoeg op aan te merken. Op Koninginnedag vluchtte hij steevast naar een provinciestad.

Op latere leeftijd kwam de tol van het overvloedig leven. Pijntjes en afnemend gehoor maakten Van Snippenberg minder mobiel. De hartelijkheid en humor bleven, maar de pit verdween, zagen zijn vrienden. De sportschool werd uitgesteld en vervolgens afgesteld. De zondagmiddagwandelingen moesten eraan geloven. Toen een buurman uit de flat hem kwam bezoeken, zei van Snippenberg droog: „Wim, ik verheug me met grote tegenzin op de dood.”

Zijn laatste dagen bracht Van Snippenberg door in een bed in de woonkamer. Op woensdag 24 oktober schonk zijn man Johan Bosma een laatste glas wijn voor hem in. De zondagochtend daarna, buiten scheen de herfstzon, deed hij zijn ogen dicht. Hij werd 81.

    • Anne-Martijn van der Kaaden