Recensie

Faust en Herreweghe schitteren met Concertgebouworkest

Recensie

Isabelle Faust maakte met een betoverende verstilling een stroef begin goed in Beethovens Vioolconcert.

Dirigent Philippe Herreweghe viel in bij het Kon. Concertgebouworkest. Foto Francois Lenoir

Isabelle Faust is een violiste die graag achter de noten de bibliotheek induikt. Haar onderzoek leidt vaak tot originele interpretaties. Volgens het programmaboek maakte ze woensdag haar Amsterdamse debuut bij het Concertgebouworkest(ze speelde al eens met het orkest in Zwitserland), maar het zou jammer zijn als haar geweldige optreden van mei vorig jaar, toen ze op het laatste moment insprong voor Leonidas Kavakos in Brahms’ Vioolconcert, niet in de boeken belandt.

Er waren woensdag allerlei parallellen met dat concert. Wederom nam ze een ongebruikelijke cadens mee, ditmaal voor Beethovens Vioolconcert. En wederom speelde ze als toegift een etherisch kleinood van een hedendaagse componist, ditmaal Caprice nr. 50 van George Rochberg.

Aanvankelijk leek het een heel andere avond te worden, want bij haar eerste inzet kampte Faust met flinke intonatieproblemen, alsof ze tijdens Beethovens lange orkestrale intro tijd had gehad om nerveus te worden. Ze herstelde zich echter knap en speelde een schitterend concert, met contrastrijk spel en soms onconventioneel gevormde, vervoerende frasen. In de cadens, gebaseerd op Beethovens eigen pianobewerking van zijn Vioolconcert, duetteerde ze een schonkige volksdans met paukenist Nick Woud. Diezelfde cadens koos Faust op haar beide opnames van het Vioolconcert (de laatste en mooiste uit 2012, met Claudio Abbado).

Herreweghe

Dirigent Philippe Herreweghe viel begin deze maand al in voor de ontslagen ex-chef Gatti, met teleurstellend resultaat. Dit eigen programma lag hem aanzienlijk beter. In het Larghetto gingen Faust en haar pizzicato-begeleiding steeds zachter spelen, tot ze met amper meer dan suggestie de Grote Zaal betoverden. Hoe in de finale de solo’s, ensembles en tutti’s in elkaar grepen en de extremen van ingetogen en exuberant elkaar afwisselden was grandioos precisiewerk.

In Schumanns Tweede symfonie klonken de duistere woelingen van een grillige geest. Herreweghe, met zijn wat wapperige slag, leidde niet heel spits, maar wist het emotionele betoog goed over te brengen.

    • Joep Stapel