Recensie

De nieuwe roman van A.F.Th. van der Heijden voelt ‘quick and dirty’

A.F.Th. van der Heijden

Een speelse roman over de kracht van leugens toont zowel een meesterhand als onbedachtzaamheid.

Illustratie: Paul van der Steen

Quick and dirty voelt de nieuwe roman van A.F.Th. van der Heijden, oneerbiedig gezegd. Vlug en voorlopig. Maar ontzag wekt hij wel, alleen al om de praktische totstandkoming ervan: Mooi doodliggen moet koortsachtig geschreven zijn, tussen 30 mei en 22 oktober. Op eerstgenoemde dag kwam de gebeurtenis aan het licht die de aanzet tot de roman vormde, met laatstgenoemde dag ondertekent de schrijver de verantwoording.

Deze gebeurtenis: Arkadi Babtsjenko, bekend Russisch onderzoeksjournalist, fingeerde op 29 mei van dit jaar zijn eigen dood, in samenspraak met de geheime dienst in Kiev, waar hij woonde, gevlucht uit Rusland om zijn journalistiek. Dat toneelstukje zou een reële moordaanslag verijdelen: terwijl de wereld zou treuren, werd de dader snel in de kraag gevat, en Babtsjenko zou gauw genoeg tevoorschijn komen, iedereen dolgelukkig.

Zo geschiedde: schijndood op 29 mei jongstleden, en, de inkt van de necrologieën was nog nat, wederopstanding op 30 mei. Maar de inschatting van het effect bleek totaal verkeerd. Collega’s waren eerder beduusd dan euforisch, verweten Babtsjenko dat hij zijn geloofwaardigheid te grabbel had gegooid, want waarheid was toch zijn grootste goed als journalist. Dit was fake news.

Enter A.F.Th. van der Heijden, die van dit tamelijk tragische gegeven literatuur besloot te maken. Arkadi Babtsjenko werd Grigori Moerasjko, zoals MH17 eerder al MX17 werd, in het feuilleton President Tsaar op Obama Beach, dat twee jaar geleden in deze krant stond – een feuilleton dat overigens las als een incomplete verzameling nog aaneen te lijmen brokstukken van een grote MH17-roman. Die heeft Van der Heijden inderdaad in voorbereiding, blijkens de bibliografie achterin zijn nieuwe boek. De ramp van ‘MX17’ speelt mee op de achtergrond, maar het verhaal van schijndood en nepnieuws werd in Van der Heijdens handen een variatie op Shakespeare – Moerasjko’s vrouw heet niet voor niets Yulia. Haar onwetendheid over de schijndood maakt de roman allereerst een liefdestragedie.

Vlijmscherpe vlinderdasjes

Nee, eerst en uiteindelijk is Mooi doodliggen een roman van Van der Heijden, een weldaad van een vertelling, waarin je zijn meesterhand aan het werk ziet. Als Grigori terloops zijn vader memoreert (‘Hij zat nu die cesuur in zijn leven te overdenken in Strafkamp 17a…’), zie je als lezer eerst het geijkte beeld van een strafkamp voor je (‘… een verheffing in het sneeuwlandschap …’), dat Van der Heijden in de loop van diezelfde zin tot leven wekt door een eigenzinnig detail te belichten (‘… met geen andere prooi voor het schaarse zonlicht dan de zilverige, altijd gloednieuw ogende rollen prikkeldraad boven op de gevangenismuren.’) De volgende zin doet nog een schep erbovenop: ‘Sneeuwvlokken kregen geen vat op de vlijmscherpe vlinderdasjes, zodat het Stacheldraht als enige voorwerp in de omgeving onbedekt bleef.’

Zo schittert het strafkamp in al zijn onbarmhartigheid en word je er weer even aan herinnerd dat de genereuze stilist Van der Heijden een heel goede schrijver is.

Het is veel én het is mooi. En daarom accepteer je de homerische terzijdes waarmee het verhaal van Moerasjko doorsneden is. Al voelen ze niet altijd functioneel, een doorgewinterde Van der Heijden-lezer weet: laat je meevoeren, het bezielde verband openbaart zich nog wel. Wel wordt gauw duidelijk hoe Van der Heijden de werkelijkheid van literaire diepte wil voorzien – namelijk door het liefdesverhaal langs de sjablonen van de grote literatuur te leggen, van Shakespeare tot Nescio, en door de vernietigende kracht van leugens (nepnieuws!) een terugkerend motief te laten zijn.

De roman volgt de liefdesgeschiedenis van Grigori en Yulia, die begint wanneer hij op reportage in Tsjetsjenië is geweest en zij, werkzaam bij een uitgeverij, hem helpt zijn oorlogservaringen onvervaard op papier te krijgen. Ze zijn goed getroffen als waarachtige Russen, met hun cultureel ingebakken gevoel voor dramatiek en diepe argwaan over de machthebbers. Hun stijf traditionele opvattingen over man-vrouwverhoudingen neem je dan maar op de koop toe – zeker als de wat absurde lofzang op Yulia’s navelpluis toch uitmondt in een lang niet gekke bespiegeling: ‘Wie het menselijk bedrijf wil bezien, heeft niets anders dan zijn eigen navel.’ Want: ‘daar zijn we doorgeknipt om zielsalleen verder te kunnen’. Ofwel: wie losgeslagen is, zoekt opnieuw naar een verhaal. Dat gaat over Grigori – die na de oorlog betekenis vond in de liefde én in het onthullen van Poetins schurkenstreken. (Pardon: in het MX17-universum heet Poetin ‘president Tsaar’.)

Zo brengt Van der Heijden verbanden aan waar je ze niet vermoedde, zoals hij ook erg mooi doet na Grigori’s onfortuinlijke moordtoneelstukje. Als Yulia bij het weerzien in furie ontsteekt, herinnert hij zich een moeder die op een Oekraïens strandje haar dochtertje uit het oog verloor en haar dood waande. Toen het spelende kind alsnog opdook, kreeg zij geen omhelzing, maar een afranseling.

Het is een van de indrukwekkendste scènes van de roman, op zichzelf én als parallel met Yulia’s gevoel én als toonbeeld van wat Van der Heijden in Mooi doodliggen zo vermetel en vaak met verve doet: verhaallijnen parallel laten lopen en samenvoegen, tot er één groot, bezield verband ontstaat. Het voorval weerspiegelt bovendien de overkoepelende these van de roman, die we ook herkennen in de ontwikkelingsgang van Grigori: dat de waarheid het aflegt tegen de leugen. Zoals ergens in de roman staat: ‘Leugens vereisten overtuigende verbeeldingskracht, vernietigende creativiteit. De Waarheid kwam niet uit de loop van een geweer, maar uit de snavel van een pelikaan, voorgekauwd en voorverwarmd, een kleffe prak vermengd met te oprecht speeksel.’

Hogepriester van de leugen

Schrijver A.F.Th. van der Heijden vroeg zich af wat zijn leven nog voor zin had. Maar toen de ramp met de MH17 gebeurde, was het of er een beroep op hem werd gedaan. Lees ook het interview: Wat als de dode niet echt dood blijkt te zijn?

Zo denkt president Tsaar erover, die in de tweede helft van het boek ten tonele verschijnt, als hogepriester van de leugen. Na de schijnmoord is Moerasjko verlaten door Yulia en zoekt hij een uitweg uit zijn skoetsjno (een diep gevoel van eenzame zinloosheid) door zich in te graven in het dossier MX17. Die omschakeling, in de laatste honderd bladzijden, doet de roman geen goed: het verhaal wordt fragmentarisch, loopt weg en wij dwalen af. De rode draad gaat rafelen door vermetele tijdsprongen en steeds driestere uitweidingen, over Jezus, Jane Fonda en Zwarte Piet. Van der Heijden herpakt zich nog met een triomfantelijke ontknoping, maar in de bezielde eenheid zijn dan al barsten ontstaan. Juist omdat steeds meer benadrukt wordt hoeveel doordachtheid een geloofwaardige leugen vereist, is dat een (licht ironische) tekortkoming.

Mooi doodliggen is een bruisende en jachtig speelse roman, maar in de laatste honderd pagina’s wreekt zich de onbedachtzaamheid. Dan zie je hoe quick and dirty die toch nog is. In feite neemt Van der Heijden daar een voorschot op zijn MX17-roman: wat hier redundant voelt, zou in de grotere context wellicht passen.

Zo maakt deze roman wel nieuwsgierig. Al is het maar om te zien of Natan Haandrikman – de journalistieke vriend die veel dieper in het MX17-dossier zit en in deze roman een bijfiguur is, als in- en uitleider van Moerasjko’s verhaal – nog een geloofwaardig hoofdpersonage gaat worden. Terwijl Natan duidelijk geïnspireerd is op Tonio van der Heijden, de overleden zoon van de auteur, voelt hij vooralsnog merkwaardig vlak. Net als in het feuilleton is hij een soort stoere Kuifje, een larger-than-life, James Bond-achtige held. Wie de waarheid wil aanvechten zal met een betere leugen moeten komen.

    • Thomas de Veen