David van Dam

De slag om de roker die niet kan of wil stoppen

Preventieakkoord Terwijl de regering inzet op een rookvrije generatie, investeert Philip Morris miljarden in een tabaksproduct dat 95 procent minder schadelijk belooft te zijn. Het wantrouwen over de gezondheidsambities van de industrie is groot.

Wie de IQOS Store aan de Wolvenstraat in Amsterdam bezoekt, waant zich in een filiaal van Apple. Op blankhouten tafels in een strak en licht interieur wordt het nieuwe tabaksproduct van sigarettenfabrikant Philip Morris (bekend van Marlboro, Chesterfield en L&M) uitgestald alsof het iPhones zijn. De IQOS is een apparaatje dat tabak niet verbrandt, maar verhit. Er zijn plastic laaddoosjes in wit of zwart te koop, en sigaarvormige houders waarin je zogeheten heets stopt: een soort minisigaretten. In het systeem wordt de tabak met een batterij verhit tot 350 graden. Bij een gewone sigaret verbrandt de tabak boven de 800 graden. Omdat de tabak nu enkel verhit wordt, komt er geen rook meer in je longen, meent de fabrikant. Slechts damp. Je kunt de IQOS personaliseren met kopstukken en leren hoesjes in allerlei kleuren. This changes everything, staat in reuzenletters op de wand.

Het is schoner, zeggen de verkopers als je ze vraagt naar het verschil met een gewone sigaret. Minder geur, geen rook, geen as. Maar is het ook gezonder, zoals uit Philip Morris’ studies kan worden opgemaakt? Daarover mogen ze niets zeggen, klinkt het dan. Wel geven ze antwoord op vragen naar hun eigen ervaring. De een is blij dat ze nu niet meer als kapster, haar baan op andere dagen, met rokerige handen in het haar van klanten zit. De ander geeft aan dat ze zich sinds de overstap beter voelt. Minder hoesten en zo.

Buiten op een bankje mag je de IQOS uitproberen. De heets komen in drie varianten: Turquoise, Yellow en Amber, voor wie Marlboro gewend is. Het advies luidt: stop de eerste zeven dagen helemaal met gewone sigaretten – dan ben je om.

David van Dam
David van Dam
David van Dam

De verkopers mogen dan misschien niet zeggen dat de IQOS de schade voor rokers beperkt, in de wetenschapsrubriek op de site van Philip Morris winden ze er geen doekjes om: de IQOS heet daar een reduced-risk product. Eigen onderzoek zou aantonen dat een overstap van de sigaret op de IQOS leidt tot bijna 95 procent minder blootstelling aan schadelijke stoffen – en zodoende tot een verminderd risico op rookgerelateerde ziekten. Dat cijfer is niet uit de lucht gegrepen: 400 wetenschappers in dienst van Philip Morris doen voortdurend metingen aan de aerosol (damp, geen rook, aldus de fabrikant, hoewel andere wetenschappers minder stellig in dat onderscheid zijn) en testen de effecten op muizen en proefpersonen. Daarover worden op de bedrijfssite www.pmiscience.com/library wetenschappelijke studies gepubliceerd, ook in reactie op onwelgevallige bevindingen van andere onderzoekers.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu controleerde met een rookmachine het onderzoek van Philip Morris. De schadelijke stoffen in de emissies van verhitte tabak zijn in lagere hoeveelheden aanwezig dan in die van de tabakssigaret, beaamde het RIVM op 15 mei in een factsheet. Maar dat neemt niet weg dat er ook dan nog longcellen „geïrriteerd of beschadigd” kunnen worden. Aan het uitdrukken van de schadereductie in een percentage waagt het instituut zich niet, omdat „veel tabaksgerelateerde ziekten pas na langere tijd ontstaan”. Bovendien geldt bij kankerverwekkende stoffen: hoe weinig je daar ook van binnen krijgt, er blijft een risico op kanker.

‘Zijn standpunt is natuurlijk helder. Minder kankerverwekkend is ook kankerverwekkend’

„Je kunt er dodelijk ziek van worden”, concludeerde Paul Blokhuis, de staatssecretaris van Volksgezondheid, op basis van het RIVM-onderzoek. Hij kondigde meteen een aanscherping van de Tabaks- en rookwarenwet aan. Anders dan bij de tabakssticks (ofwel: heets) geldt voor het apparaat (de IQOS) namelijk nog geen verpakkingseis, leeftijdgrens en reclameverbod. „Deze apparaten en accessoires zijn geen normale producten en passen niet in het tabaksontmoedigingsbeleid”, schreef de ChristenUnie-politicus in een Kamerbrief. Over het gebruik ervan, meldt zijn woordvoerder aan NRC: „Zijn standpunt is natuurlijk helder. Minder kankerverwekkend is ook kankerverwekkend.”

Lees ook: Het Nationaal Preventieakkoord in 12 punten

Het afgelopen jaar werkte Blokhuis aan een Nationaal Preventieakkoord dat roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik drastisch moet inperken. Deze vrijdag vloeit daar, na maanden onderhandelen, een pakket van maatregelen en acties uit voort. In de totstandkoming heeft Blokhuis zich laten adviseren door zorgaanbieders, patiëntenorganisaties, verzekeraars, gemeenten, sportverenigingen en bedrijven. Maar de bedrijven die de rook- en dampproducten op de markt brengen, zoals Philip Morris, zaten niet aan tafel. De industrie wordt al jaren actief geweerd op grond van artikel 5.3 uit het WHO-Kaderverdrag Tabaksontmoediging van de Wereldgezondheidsorganisatie. Daarin wordt van overheden verwacht dat zij maatregelen nemen om hun tabaksontmoedigingsbeleid „te beschermen tegen commerciële en andere gevestigde belangen van de industrie”.

David van Dam

Bij Philip Morris gaan de luiken juist open. „We zitten vol in het transformatieproces van een introverte naar een op de buitenwereld gerichte onderneming”, vertelt Peter van den Driest, director corporate affairs. Hij vindt het Nederlandse tabaksbeleid „halsstarrig en dogmatisch” en roept op tot een „pragmatischer” volksgezondheidsbeleid. „Ook in een land als Australië waar praktisch elke denkbare maatregel tot regelgeving is verheven, is het nu eenmaal de realiteit dat er een grote groep rokers blijft bestaan. Zij zijn gebaat bij minder schadelijke alternatieven. In Nederland zijn er nog ruim drie miljoen rokers en dit aantal neemt slechts geleidelijk af.”

Philip Morris investeerde al 4,5 miljard dollar in de ontwikkeling van alternatieven voor de tabaksverbrandende sigaret. „Het kan beter geleidelijk gebeuren”, zegt Van den Driest over de ambitie van het kabinet om tot een rookvrije generatie te komen. „Kijk naar de drooglegging, dat hielp ook niet.” Maar als het Philip Morris zo te doen is om de volksgezondheid, waarom dan niet helemaal stoppen met tabaksproductie? Weliswaar biedt de fabrikant ook apparaten aan waarin enkel een nicotinehoudende vloeistof met smaakje verdampt wordt, de zogeheten vapor of elektronische sigaret, maar de IQOS is hun stokpaardje. „Het moet een volwaardig alternatief voor de traditionele sigaret zijn”, verklaart Van den Driest. „Bij de elektronische sigaret, dus zonder tabak, zie je toch dat mensen er nog steeds gewone sigaretten bij blijven roken.”

Volgens Emil ‘t Hart, voorzitter van de Elektronische Sigaretten Bond, kortweg Esigbond, is dat een achterhaald feit. „In het begin, 2008, kwamen er e-sigaretten op de markt die in beleving en kwaliteit niet voldeden aan de verwachting”, beaamt hij. „Hierdoor vielen de meeste gebruikers terug op de traditionele sigaret. Maar de ervaringen met e-sigaretten van de afgelopen drie tot vijf jaar zijn totaal anders. Public Health England, een agentschap van het Britse ministerie van Volksgezondheid, concludeerde dat de meeste overstappende ex-rokers blijven dampen óf helemaal stoppen met roken. Net als de overheid, kijkt ook Philip Morris graag naar het verleden als het hun uitkomt.”

‘Ook in een land als Australië waar praktisch elke denkbare maatregel tot regelgeving is verheven, is het nu eenmaal de realiteit dat er een grote groep rokers blijft bestaan. Zij zijn gebaat bij minder schadelijke alternatieven’

De branchevoorzitter kreeg sinds het RIVM-onderzoek regelmatig het commentaar dat e-roken toch een stuk schadelijker is dan gedacht. IQOS wordt over één kam geschoren met de e-sigaretten die hij vertegenwoordigt, merkt hij, producten die enkel nicotinehoudende vloeistoffen verdampen. „Daar moet ik van zuchten.” De IQOS boekt volgens hem veel minder gezondheidswinst dan vloeistofverdampers. „Verder blijft het lastig dat Philip Morris erachter zit. Ook al lijken ze oprecht, het blijft één van de grootste tabaksbedrijven, en van die tabak willen ze niet af. De alarmbellen gaan dan rinkelen bij onze politieke vrienden in Den Haag. Dit bedrijf heeft al veel ellende veroorzaakt met haar oeverloze lobbypraktijken.”

Net als Philip Morris mocht de brancheorganisatie voor verkopers van elektronische sigaretten niet meepraten over het Nationaal Preventieakkoord. Dat maakt verzet tegen een staatssecretaris die nauwelijks onderscheid maakt tussen traditionele rookwaren en e-sigaretten lastiger. Vanaf 2020 is het bijvoorbeeld afgelopen met de rijen sigarettenpakjes achter de balie in de supermarkt. Kiosken, tankstations en boekwinkels krijgen een jaar extra de tijd om hun rookwaren uit het zicht te halen, tabaksspeciaalzaken uitgezonderd. Reclame voor tabak aan de voorgevel is vanaf 2020 ook taboe. Een maatregel die de markt echt in het hart raakt, qua concurrentie, is dat rookwaren over een aantal jaar enkel in neutrale verpakkingen over de toonbank mogen. E-sigaretten volgen kort daarna.

Het zou de verkopers van elektronische sigaretten goed uitkomen als zij alsnog uitgezonderd worden van deze maatregelen, en dat hun waar wél in het zicht mag blijven, zeker omdat die als minder schadelijk alternatief in de markt gezet wordt. Er zijn nu zo’n 60.000 Nederlanders die de e-sigaret gebruiken (IQOS dus niet meegerekend) en wat Emil ’t Hart betreft worden de resterende drie miljoen rokers in dit land verleid om daarop over te stappen. Niet alleen door zichtbaarheid in de winkel, maar ook in de publieksvoorlichting. Maar dat zal voorlopig niet gebeuren, het Preventieakkoord is daar helder over: de rook- en tabakvrije omgeving die de ondertekenaars voorstaan, betekent ook dat kinderen niet in aanraking mogen komen met ‘nieuwsoortige tabaksproducten’ zoals de IQOS en e-sigaretten met en zonder nicotine. De opstellers melden dat het niet is uitgesloten dat jongeren die de IQOS of een e-sigaret gebruiken op een gegeven moment overstappen op de gewone sigaret.

Olivier Middendorp
Olivier Middendorp

De Wetenschap

De slag om de roker die niet wil of kan stoppen is bij Philip Morris nu topprioriteit. Designing a Smoke-Free Future, luidt hun missie – waarmee het bedrijf bedoelt dat dampen iets heel anders is dan roken, een onderscheid dat niet onomstreden is in wetenschappelijke kringen. Verliezen ze de markt in rookalternatieven aan nieuwe bedrijven of kunnen ze ook hier de leiding in nemen? Wat dat betreft is het erop of eronder voor Philip Morris, zeker nu de wetgever hun terrein dichtregelt. Het verkoopargument van de IQOS als ‘volwaardig alternatief’ voor de sigaret, volwaardiger dan vloeistofverdampers, zit hem in de opname van nicotine, legt Patrick Vanscheeuwijck uit. Hij is hoofd pre-klinische toxicologie van het Philip Morris-laboratorium in het Zwitserse Neuchâtel. In Bergen op Zoom, waar de IQOS-fabriek staat, geeft hij een presentatie. „Als je sigaretten rookt”, zegt hij, de lijn van een grafiek nawijzend, „dan neemt de concentratie nicotine in je bloed snel toe. Binnen een paar minuten zit je op een piek, en daarna breekt het lichaam de nicotine weer af.” Hij wijst naar een andere lijn. „Kijk wat er gebeurt met de patch, de nicotinepleister die wordt gebruikt om te stoppen met roken.” De lijn stijgt veel minder snel, wat betekent dat de opname van nicotine geleidelijker gaat. „Rokers die ineens overstappen op pleisters zullen in de loop van de dag minder behoefte aan nicotine hebben, maar ’s ochtends krijgen zij het bijzonder zwaar.” Dat maakt de kans op een terugval volgens Vanscheeuwijck veel groter dan bij gebruik van de IQOS.

Wie wil stoppen met roken, maar opziet tegen de ontwenning van nicotine (net als alcohol, heroïne en cocaïne één van de meest verslavende stoffen), is volgens deze lezing dus het best af met de IQOS. Nicotinepleister en -kauwgom presteren ondermaats in wat Philip Morris ‘nicotine satisfaction’ noemt. In de woorden van Vanscheeuwijck: „De roker zoekt een bepaalde snelheid en hoogte van de piek. Kijk, in het rood zie je de nicotineopname bij het roken van een sigaret. Precies op die curve ligt de curve van de IQOS. Zelfde effect, zelfde kick.” En de curve van de vloeistofverdamper dan? „Die lijkt op de curve bij kauwgom. De piek komt veel later. Mensen die dat gebruiken, komen ’s ochtends steeds in de verleiding om eerst een paar sigaretten te roken.”

Peter van den Driest, organisator van de presentatie, gebruikt de IQOS zelf. Desgevraagd vertelt hij over zijn eigen overstap. „In een onbewaakt moment rookte ik nog wel eens een peuk. Maar eigenlijk vond ik het dan helemaal niet meer zo lekker. Het roken ervan bezorgde me ook een droge keel. Ja, ik moest wennen aan de IQOS, maar dat ging wel verdomd snel. Sindsdien kijk ik niet meer om naar de traditionele sigaret.”

David van Dam

Dat de nicotinekick van de IQOS (één hijs werkt na zeven seconden in op je hersenen) verwant is aan die van de traditionele sigaret is overigens niet de uitkomst van wetenschappelijke fine-tuning. Die afgiftesnelheid is gewoon eigen aan tabak en vooralsnog niet te simuleren met een andere drager, zoals een vloeistof of gum. „Nicotine verdampt bij ongeveer honderdzeventig graden uit tabak”, legt Vanscheeuwijck uit. „En de smaakstoffen in tabak bij temperaturen tussen de vijftig en soms pas driehonderd graden. Bedoeling is dat je zowel de nicotine als de smaakstoffen inhaleert, maar niet de schadelijke stoffen die ontstaan bij verbranding op achthonderd graden.” Uit zijn lab komt ook de claim dat de IQOS leidt tot 95 procent lagere blootstelling aan schadelijke stoffen. „Als we de muisjes die hun hele leven blootgesteld zijn aan de IQOS vergelijken met de muisjes die enkel blootgesteld zijn aan lucht, dan zien we zelfs geen verschil meer”, zegt hij over een test op de ontwikkeling van longemfyseem. De proefdieren worden ook doorgemeten op aderverkalking. Er zijn experimenten die wel achttien maanden duren en daar werken dan zo’n dertig wetenschappers aan. „De hoeveelheid data die daaruit komt is reusachtig.”

De fabriek

Lopend door de fabriek in Bergen op Zoom, krijgt de slagzin ‘this changes everything’ betekenis. We passeren eerst tientallen pallets met dozen gewone sigaretten. De aroma’s zijn allesoverheersend, alsof je aan een sigaret ruikt die nog niet aangestoken is. Ad Reijnen, werktuigbouwkundige en chef van deze fabriek, vindt het heerlijk, hoewel hij roker noch ex-roker is. Het is een komen en gaan van vrachtwagenchauffeurs die deze dozen inladen. Hoewel de productie van gewone sigaretten in Bergen op Zoom is gestopt, fungeert de locatie nog steeds als logistieke hub. De beveiliging is streng. Soms wordt er een chauffeur weggestuurd die niet correct is aangemeld of zich alleen kan legitimeren met rijbewijs, terwijl identiteitskaart of paspoort noodzakelijk is. Ramen van kogelwereld glas. Medewerkers die hun dienst erop hebben zitten, moeten eerst hun eigen pakje leegroken of weggooien voordat ze naar huis mogen. Alles om te voorkomen dat er ook maar één sigaret ontvreemd wordt. Een systeem waar ook de douane over waakt. Een diefstal bij Philip Morris is immers ook een greep uit de schatkist: de belastingdruk op een pakje sigaretten, bestaande uit btw en accijns, ligt op zo’n tachtig procent.

David van Dam

De toekomst – tabak die je niet verbrandt, maar verhit – is honderd meter verderop, in een hoge zaal waar medewerkers, gestoken in witte jassen en met haarnetjes op, enorme machines bedienen. Het vernuft van de IQOS-productie zit ‘m in het vat bruine drab dat langzaam uitgegoten wordt over een band van tientallen meters, alwaar de tabaksvloeistof gedroogd wordt tot tabakspapier. Vanwege de concurrentiegevoeligheid mogen van bepaalde delen geen foto’s gemaakt worden. Op een display verspringen cijfers: zodra het papier volgens de meter dun genoeg is, gaat het door naar een andere machine waar het in mootjes wordt gehakt. Elders worden die tabaksreepjes verwerkt tot heets en in handzame pakjes gestopt: in lengte is de heet ongeveer de helft van een gewone sigaret en even dik. Wat opvalt is dat van de vierenhalve centimeter heet, drie centimeter bestaat uit filter: een deel massief, een deel hol. Slechts anderhalve centimeter tabak dus, terwijl de gebruiker daar wel eenzelfde hoeveelheid nicotine uithaalt. Van den Driest scheurt er één open en haalt met zijn vingers de tabak uit elkaar om te laten zien hoe georganiseerd en compact de reepjes op elkaar zijn gedrukt.

Na zo’n rondleiding zou je, overweldigd door een enthousiast verhaal over ambacht en technologie, bijna vergeten dat vanuit deze fabriek miljoenen gebruikers worden voorzien in hun verslaving. Aan de IQOS kan weliswaar een theorie over gezondheidswinst opgehangen worden, maar toch: het businessmodel blijft gestoeld op een almaar terugkerende behoefte aan nicotine met tabak als drager. Worstelen medewerkers niet met morele bezwaren? Een enkele sollicitant legt die weleens op tafel, weet Van den Driest. Zo’n twijfelaar trekt zich soms terug, maar over het algemeen stappen sollicitanten er snel overheen. Eenmaal in het bedrijf is er volgens fabriekschef Ad Reijnen eigenlijk geen discussie meer. Hier overheerst beroepstrots. De loyaliteit is groot: toen deze fabriek in 2014 stopte met de productie van traditionele sigaretten, waren de ontslagen werknemers gemiddeld twee decennia in dienst. Ook Reijnen en Vanscheeuwijck werken er al meer dan twintig jaar. In een film op de site van het bedrijf vertelt zelfs een medicijnontwikkelaar trots over zijn overstap van de farmaceutische industrie naar Philip Morris. Waar hij vroeger het leven van een beperkt aantal ernstig zieken verlengde, ziet hij in de IQOS een middel tot preventie op veel grotere schaal.

De klant

Het idee van de IQOS als preventiemiddel wordt, bewust of onbewust, ook uitgedragen in de IQOS Store. Het apparaat wordt geleverd in een wit doosje met daarop een blauwgroene kolibrie, het ranke vogeltje met de spitse snavel. Een verpakking waarin evengoed een farmaceutisch product had kunnen zitten. Qua look and feel is, zoals gezegd, de gelijkenis met de iPhone sterk: de IQOS is uitgevoerd in vloeiende lijnen, geen tierelantijntjes en knopjes die in het ontwerp wegvallen. Het klikt fijn open en dicht. Topkwaliteit vergeleken met de veel goedkopere vloeistofverdampers. De IQOS kost 89 euro.

Even terug naar de IQOS Store, die in niets op een tabaksspeciaalzaak lijkt, terwijl het dat volgens de wet wel degelijk is. In fotolijstjes op plankjes zien we lachende volwassenen met een IQOS in hun hand. De boodschap is duidelijk: met de IQOS mag je gezien worden. Dat moet een aanlokkelijke gedachte zijn voor de roker die zich steeds meer een paria voelt. De portretten zijn ook een enorm contrast met de afbeeldingen van patiënten op de pakjes bij de supermarkt: een tong met een gezwel, een vrouw die bloed ophoest, een man aan de beademingsapparatuur, een huilende peuter in de rook van zijn vader. Wel staat onder de IQOS-portretten dat sigaretten dodelijk zijn. En op het pakje heets: ‘dit tabaksproduct schaadt uw gezondheid en is verslavend’. Maar het afschrikplaatje ontbreekt.

David van Dam

Als het Philip Morris lukt om rokers massaal over te laten stappen op de IQOS, dan blijven deze verslaafden trouwe klanten: een pakje van twintig heets kost 6 euro, tegen 6,90 euro voor twintig gewone sigaretten. Voor zijn dagelijkse behoefte aan nicotine heeft de overstapper ook net zoveel heets nodig als dat hij eerder aan sigaretten rookte. Aan het ritueel van af en toe een sigaretje verandert niets. Dat is ook de bedoeling. Een heet verdampen duurt even lang als een sigaret roken.

Dat ritueel zit ex-roker Willem Melchior juist dwars. „Het roken geeft een onrust die alles in je leven aanraakt”, vertelt hij in het Amsterdamse café De Ysbreeker, terwijl hij ontbijt met een croissant en een koffie. „Als je rookt, maak je jezelf wijs dat het fijn is om af en toe naar buiten te gaan. Dan heb je een verzetje en ben je met andere rokers, altijd de leukste mensen. Als je stopt, ga je dat missen. Maar na een hele tijd denk je: wat een idiotie om toch de hele tijd op straat te willen staan! Blijf toch eens lekker rustig zitten. Het is dus niet alleen een kwestie van stress of rust, maar ook een mentale kwaliteit waardoor je in het moment kan zijn, zonder dat gejakker. Zo lekker om er los van te zijn.”

‘Rokers roken omdat ze moeten roken. Niet omdat ze het willen’

Melchior is niet zomaar een ex-roker. Zijn verslaving, destijds wel vijftig sigaretten per dag, bezorgde hem strottenhoofdkanker. Om te genezen, moest het orgaan uiteindelijk weggesneden worden. Tussen de doktersafspraken rookte hij gewoon door, maar uiteindelijk stopte hij ermee. Over die lijdensweg schreef hij twee goed ontvangen boeken: De tijd is op (2014) en Alles wat was (2018). In zijn keel zit nu een gat, afgesloten met een dop. Roken kan niet eens meer. Drukt hij de dop in, dan kan hij zich met een hees stemgeluid toch nog verstaanbaar maken. Ondanks deze handicap, geniet hij van het leven zonder sigaret. „Het is een soort zuiverheid, een puurheid die ik als kind ervoer. Zelfs bij het uitgaan is het heerlijk om niet meer voortdurend te hoeven roken. Rokers roken omdat ze moeten roken. Niet omdat ze het willen.”

David van Dam

De inspanningen van Philip Morris om tot een minder schadelijk product te komen, juicht Melchior in eerste instantie toe. „Zelfs als blijkt dat het niet 95 procent minder schadelijk is, maar 55 procent, dan is dat toch winst hè.” Maar de flitsende presentatie voelt niet oké. „Eigenlijk zou de IQOS als medicijn verkrijgbaar moeten zijn.” Het zit hem al helemaal niet lekker dat het verdienmodel nog steeds op nicotineverslaving gebaseerd is. „Het gevaar is dat Philip Morris zich nu presenteert als weldoener. Ze douwen je eerst onder water en dan halen ze je weer boven, en zeggen: kijk, wij hebben je gered. Daarna slaan ze zich op de borst en sturen een rekening. Dat is toch twijfelachtig.”

Kier in het beleid

Ondanks het wantrouwen, houdt Peter van den Driest de moed erin. Zo was hij blij verrast door een rapport van de commissie ‘Experiment gesloten cannabisketen’ (20 juni) onder leiding van André Knottnerus, oud-voorzitter van de Gezondheidsraad. Propageer het dampen, adviseerde het rapport, want negentig procent van de Nederlandse cannabisgebruikers rookt hun wiet en marihuana. „Vanuit volksgezondheidsperspectief zorgwekkend. Het roken van cannabis is schadelijker dan het inademen van de dampen. Vooral door de effecten van verbrandingsproducten op de longen.”

In een kabinetsreactie van 6 juli omarmde Bruno Bruins (VVD), minister voor Medische Zorg, het rapport. De aanbevelingen voor nieuwe consumentenvoorlichting in coffeeshops nam hij een-op-een over. De instructie ‘Gebruik cannabis niet met tabak’ lijkt in het nadeel van de tabaksindustrie te zijn, maar Van den Driest sloeg juist aan op dat ene advies: ‘Rook cannabis niet maar verdamp het.’ Dat hoor je staatssecretaris Blokhuis over tabak nog niet zeggen. Van den Driest zag in de kabinetsreactie daarom een kier in het voor Philip Morris zo dogmatische beleid. „Hopelijk is dit een aanzet tot eenzelfde pragmatische houding als het op rookloze alternatieven voor de traditionele sigaret aankomt”, meldde hij destijds.

Valse hoop, getuige het kakelverse Preventieakkoord. Waar de bedrijven die je deels verantwoordelijk kunt houden voor overgewicht en problematisch alcoholgebruik nog iets in te brengen hebben, daar is de tabaksindustrie dus helemaal buitenspel gezet. En precies dat beschouwen de opstellers als een overwinning op zich.

    • Steven de Jong