De gevaarlijke maand breekt aan, pas op voor de klevers

Geven en krijgen We willen vaak cadeaus met eeuwigheidswaarde. Maar sommige van die spullen wil je ver voor de eeuwigheid wel weer kwijt.

De pan van Creuset, een klassieker voor het leven om te krijgen. Foto Merlijn Doomernik

De oude rookstoel, ooit van iemands oma gekregen toen ik als student op kamers ging, was op. Het gevlochten riet was rafelig, de bekleding vaal, één armleuning zat los. Tijd voor vervanging. Het werd de Orange Slice Chair, een designklassieker van Artifort in de vorm van twee sinaasappelschillen, ontworpen door Pierre Paulin. Een fris, transparant, tijdloos model. Daar stond hij, parmantig op zijn ranke pootjes. Nu kon het oude kreng eindelijk weg. De volgende dag zou ik ’m bij het grof vuil zetten.

Toen ik in die oude stoel ging zitten om die nieuwe te bewonderen hadden alle alarmbellen af moeten gaan. Morgen werd volgende week, volgende maand, volgend jaar. Het oude kreng staat er, bijna tien jaar later, nog steeds. Het lukt maar niet om afscheid te nemen. Hij is er met de jaren natuurlijk niet beter uit gaan zien, maar wat zit-ie lekker. En hij hoort bij ons.

Kijk eens om je heen in huis en het blijkt vol te staan met klevers. Spullen die maar niet weg te krijgen zijn, hoezeer je ze soms ook verfoeit. Die rare bloempot, dat gammele bijzettafeltje, die botervloot van Tupperware.

Eindeloos blijven staan

December is een gevaarlijke maand. Je mag alles wensen, en alles op je verlanglijstje zetten, maar be careful what you wish for, voor je het weet zit je er voorgoed aan vast. Later vraag je je af waarom je die roze kandelaar ook alweer wilde. Maar dan ben je er al aan gehecht en in je achterhoofd weet je: dit ding gaat nooit meer weg.

Het allerbeste, zeggen ontspullers, is om iets te wensen dat op kan: zeep, olie, parfum (en dan niet de lege flesjes sparen). Maar kennelijk zit het in onze natuur om altijd op zoek te zijn naar iets blijvends. Dan zou je eigenlijk alleen cadeaus moeten wensen met eeuwigheidswaarde. Spullen die het ook echt verdienen om eindeloos mee te gaan. Omdat ze altijd mooi blijven, nooit kapotgaan, functioneel zijn, in elke levensfase met je mee kunnen. Klassiekers dus, in plaats van klevers.

Soms verdient iets het eindeloos mee te gaan, omdat het functioneel is of mooi blijft

Het is niet onterecht dat klassiekers vaak in één adem met ‘design’ genoemd worden. Nu kun je zeggen dat alles ontworpen en dus design is, maar met designklassiekers wordt toch iets anders bedoeld dan een spiegel van Xenos of een racebaan van Chinese makelij. Klassiekers zijn, volgens de stijlpolitie van Phaidon, de uitgeverij die een design-encyclopedie maakte die op zijn beurt weer een klassieker werd: „industrieel vervaardigde objecten met esthetische waarde en tijdloze kwaliteit. Standaardmodellen met blijvende invloed en betekenis. Die innovatief zijn in hun materiaalgebruik en technologische vooruitgang combineren met een mooi ontwerp. Die gekenmerkt worden door eenvoud, balans en pure vormen. Die perfect zijn en onveranderd zijn gebleven sinds hun ontstaan.”

Oké ontwerpers, ga er maar aan staan. Alleen nog maar goede spullen.

In de driedelige designbijbel zie je wat ermee bedoeld wordt: Picardie-glazen van Duralex, Moleskine-opschrijfboekjes, Playmobil, de multitool van Leatherman, horloges van Swatch, de Kivi-waxinelichthouders van Iittala. Stoelen van Artifort staan er wel in. De oude rookstoel van iemands oma om voor de hand liggende redenen niet.

Eigen museum

Maar klassiekers wekken soms ook wrevel. Dat zou weleens de schuld kunnen zijn van de woonbladen en interieurrubrieken, waarin mensen na het jarenlang verbouwen van een oud gemaal of schoolgebouw in hun eigen museum poseren. De weinige spullen in de serene ruimtes zijn allemaal mooi en stijlvol. En altijd weer die Eames-stoel, voor een paar honderd euro op de kop getikt. „Hier mag gewoond worden”, zeggen de mensen met smaak. Dat is irritant. Want waar is al die rotzooi dan die andere huizen ontsiert, of ligt die Mexicaanse fruitmand, dat viezige dekentje en het speelgoed van de kinderen in een hoek achter de fotograaf? Krijgen mensen met smaak nooit iets afzichtelijks van Sinterklaas waar ze geen afstand van kunnen doen?

Het is bijna de maand van cadeaus. Maar wat moet je geven? NRC geeft tips in zeven categoriëen. Lees ook: Geef eens een klassieker

Wat je van mensen met smaak wel kunt leren: met designklassiekers zit je altijd goed. Als je niet weet wat je iemand moet geven, koop dan een klassieker. Het is eigenlijk heel makkelijk om klassiekers te kopen, het is de veilige weg. Het zijn spullen die iedereen kent en die in de loop der jaren hun kwaliteit al bewezen hebben. Wie een originele Eames-loungechair wil moet misschien even zoeken, maar veel klassiek design is overal verkrijgbaar, desnoods in een heruitgave, en je slaat nooit de plank mis. De pepermolen van Peugot detoneert in geen enkele keuken. De speelgoedkassa van Fisher Price is niet voor niets al sinds 1975 een hit. En hoe saai en burgerlijk je de Tripp Trapp van Stokke ook mag vinden, er is bijna geen huishouden met kinderen waar deze kinderstoel met z’n verstelbare zit- en voetenplankje niet staat. Omdat je er ook nog op kunt zitten als je niet eens meer in een vliegtuigstoel past, en anders is het altijd nog een handig keukentrapje. Net als dat opstapje van Ikea, de Bekväm trouwens, al heet dat dan weer geen design. Dat is gewoon een handig trapje van Ikea.

De Bekväm (‘opstapje/kruk’) van Ikea, al jarenlang in het assortiment. 9,99 euro. Foto Merlijn Doomernik

Ikea. De woonwinkel die de reputatie heeft met zijn goedkope spullen de wegwerpcultuur in de hand te werken, terwijl het probleem vaak eerder het omgekeerde is. Je denkt even tijdelijk een probleem te hebben opgelost, bijvoorbeeld met een Lack-koffietafeltje om je eerste tv op te zetten en dertig jaar later zwerft het ding nog in je huis, als een galsteen in de blaas. Enige troost: zo’n knalgeel of rood tafeltje (nu 7,99 euro) is inmiddels retro. Nu hóéf je het dus niet meer weg te doen.

Klassiekers van Ikea

Simpele Ikea-spullen zijn in de loop der tijd klassiekers geworden, maar Ikea heeft ook ontwerpers van naam ingezet om objecten al voor de lancering tot klassieker te maken. De dikbuikige Jonsberg-vazen van Hella Jongerius waren meteen een collector’s item. Zo’n vaas doet nu tweedehands 70 euro, twee keer zoveel als de nieuwprijs in 2005.

Weinig mensen zullen spullen van Ikea op hun verlanglijstje zetten. Maar bij Ikea zie je hoe dun de lijn tussen klevers en klassiekers is. De Jongerius-vaas: een klassieker. Het koffietafeltje: toch meer een klever.

Lees ook: Wat te doen in een echt veilinghuis: Je moet gewoon bieden

Honderd jaar geleden al zei designer William Morris dat je niets in huis mag halen waarvan je niet zeker weet of het nuttig is, of gelooft dat het mooi is. Opruimgoeroe Marie Kondo heeft heel wat loopjes naar de vuilcontainer veroorzaakt met haar boodschap dat je alles moet weggooien dat geen ‘spark of joy’ geeft. Wat je overhoudt is een opgeruimd huis en een al even opgeruimd gemoed.

Tja.

Je kijkt na twintig jaar je partner ook weleens aan en niet altijd word je dan getroffen door een vonk van blijdschap. Weg ermee dan maar?

Bij het gezin horen

Sommige spullen zijn boven elke twijfel verheven. De pan van Creuset, de combinatietang van Knipex, het Pastoe-rolkastje: dat zijn klassiekers voor het leven, dat wist je al bij aanschaf. Aan de andere kant staan de spullen die je geen dag zult missen als je ze wegdoet. Maar dan blijft er nog heel veel over dat niet elk moment een spark of joy geeft, maar waarmee je toch een lange geschiedenis deelt. Spullen die even in de hoek moeten als Elle Wonen langs zou komen, maar die dat eigenlijk niet verdienen. Ze waren goed genoeg toen je niets had, ze hielden zich staande toen er concurrentie kwam. Je hebt ze gerepareerd, soms met weinig meer dan een tie-wrapje, maar ze doen het nog. Ze zijn er nog. Ze horen bij het gezin, dat ook niet zonder barsten en scheuren is gebleven en misschien ook wel incompleet is geraakt.

Rommel kopen is een slecht advies. Maar zittend op het versleten corduroy van mijn oude fauteuil denk ik: wat is hier nu de klassieker? Die Artifort van (nieuw) 1.628 euro of dat oude kreng dat maar niet weg wil? Intussen scherpt de poes zijn nagels aan een sinaasappelschil.

    • Martine Kamsma