Sven Kramer: continu ergens last van, maar best oké

Sven Kramer

Sven Kramer trok zich met een rugblessure terug van de wereldbeker schaatsen in Azië. Is het einde nabij of vecht hij terug?

Zou het kunnen, begin maart bij de wereldbekerfinale op de wonderbaan van Salt Lake City, dat Sven Kramer toch ‘gewoon’ weer een wereldrecord rijdt op ‘zijn’ vijf kilometer? Dat de adrenaline bruist als in november 2007, toen hij na de formidabele 6.03,32 in Calgary voorbij de finish dwars door de coach van tegenstander Håvard Bøkko heen reed? Of speelt de kwetsbare rug van de meest succesvolle schaatser aller tijden zo op dat hij eind december niet klaar is voor de NK afstanden en een streep moet zetten door de rest van dit seizoen? Waarmee het einde van zijn loopbaan dichtbij zou komen.

„Nja”, antwoordde Kramer (32), toen hem voor de start van het seizoen werd gevraagd of het goed ging met zijn rug. Geen ja, geen nee. Twijfel. Baanrecord half oktober in Inzell (6.10,98). Lijden, verliezen en afzeggen voor de tien kilometer bij de kwalificatie voor de eerste wereldbekerraces in Thialf. Wel de lange reis naar Japan voor de eerste wereldbeker. Geen ploegachtervolging, vierde in de B-groep op de 1.500 meter, afzeggen voor de vijf kilometer en terug naar huis. „Ik ga niet meer ten koste van alles doordrukken omdat men dat verwacht”, kondigde hij eerder al aan. „Voor wie dan?”

Lees ook: Goud op de vijf kilometer in Pyeongchang, zijn meesterschap teruggebracht tot de kern.

Met zichtbare tegenzin, verpakt in een lach, gaat hij mee in een verklaring voor de rugklachten: ‘Vertild aan een koffer’. Kramer haat excuses. Al jong leerde hij van zijn vader de les om als topsporter nooit zwakheid te tonen. Dat Yep Kramer thuis vaak lag te kermen van de rugpijn, wist alleen zijn familie. Anderen zagen niets anders dan een succesvolle (marathon-) schaatser. En de zoon? „Neurogene klachten met uitstraling naar mijn benen en tenen”, omschrijft hij zijn chronische rugprobleem. Maar een bedreiging voor zijn carrière? „Je leert ermee omgaan. Je hebt continu ergens last van maar je ervaart het niet meer zo.”

Bagatelliseer de pijn niet. In 2005 al crepeerde Kramer, toen 19 jaar jong, na een val met de fiets in zomaar een tramrails in Turijn. Bij de olympische trials moest hij kruipend zijn bed uit om zich te plaatsen op de tien kilometer. Jarenlang pijnstillers, soms trainen tot flauwvallens toe. Diepe mentale en fysieke crises na de Spelen van 2010 (‘de wissel’) en 2014, waar zijn rug zo opspeelde dat goud op de tien opnieuw onbereikbaar was. „Het slechtste hoe ik Sven ooit heb gezien”, vertelde vriend en ploeggenoot Douwe de Vries in 2017 over de periode daarna. Maar Kramer gaf niet op.

De oerkreet in de kleedkamer van de Gangneung Oval zei alles, toen hij bij de WK afstanden 2017 na de vijf ook weer ‘ouderwets’ de tien had gewonnen. In zijn derde seizoen bij coach Jac Orie leek alles op zijn plaats gevallen. Twee jaar herstelde hij moeizaam, succes was er vooral dankzij een zuinig wedstrijdprogramma. Maar nu kon hij de wereld weer aan. Van snelheid voor de 1.500 meter tot uithoudingsvermogen voor de tien kilometer, Kramer heerste als in zijn beginjaren. Zelfs de rug leek onder controle. Klaar voor olympisch goud op de tien, eindelijk toch.

Twee valpartijen op de fiets en het magische gevoel is weg. Toch weer die rug, met uitstraling naar zijn linkerbeen. Kramer voelt in het olympisch seizoen al snel dat zijn ultieme doel eigenlijk niet meer realistisch is. Al vóór de Spelen verlengt hij zijn contract bij de ploeg van Orie met twee jaar, met de afspraak dat hij na zijn loopbaan een functie zal krijgen binnen de gecombineerde Jumbo schaats- en wielerploeg. Met minimaal twee keer goud op zak (vijf en tien) had hij na de Spelen waarschijnlijk een lucratiever contract kunnen tekenen, maar daar wil hij niet op wachten.

Martelgang

Olympisch goud op de vijf kilometer, voor de derde keer op rij, is achteraf een niet te onderschatten prestatie. Conditioneel is hij top, misschien wel beter dan ooit. Maar hoezeer Kramer lijdt aan de pijn van rug tot linkerbeen blijkt in een kansloze race op de tien kilometer: zesde. En anders wel uit zijn martelgang een paar weken later bij het WK allround op buitenijs in Amsterdam. Hij zal in het Olympisch Stadion te midden van oud-kampioenen als Eric Heiden en Ard Schenk na afloop toch niet groots en dramatisch zijn afscheid aankondigen? Nee. Maar vol overtuiging de zomer in?

Lees ook: De deceptie op de olympische tien kilometer; Kramer wist allang wat er loos was

„Ik voel me nu best wel oké”, klinkt eind oktober op de perspresentatie van zijn ploeg. „Het gaat wel goed en ik heb er lol aan. Ik zie niet één, twee, drie een reden om snel te stoppen.” Een heilig doel heeft Kramer niet zozeer. Eerst fit worden. „Voor mij is gewoon belangrijk dat ik ’s ochtends op kan staan en mijn sokken aan kan doen. Klinkt misschien gek, maar dat lukt niet altijd.”

De snelle aftocht uit Azië vorig weekeinde duidt niet op fysieke weelde. Door de pijn heen duwen valt hem steeds zwaarder. En dan is er sinds dit seizoen ook nog de wetenschap dat hij zelfs in beste doen niet langer onaantastbaar is. Patrick Roest versloeg hem niet alleen in Thialf, zijn jonge ploeggenoot haalde ook een hoger niveau dan Kramer ooit. Zelfs op de vijf kilometer. Groot is zijn respect voor Roest. „Absolute topper” en „aardige jongen” tegelijk. Geen mentale oorlog. Toen Kramer in 2014 slecht was, stond trainingsmaat Roest voor hem klaar, net als Wouter Olde Heuvel en De Vries. „Echt elke dag, geen dag niet.”

Hier klinkt een andere Kramer, die tot voor kort alleen intimi kenden. Niet alleen een meedogenloze winnaar maar ook sociaal voor zijn omgeving. Vader van een dochter sinds kort, „een verrijking.” Relativeren en topsport? „In mijn geval is dat misschien wel eens goed.” Maar kan die andere Kramer ook wat de ‘oude’ kon? Door elke pijngrens heen, zelfs als het onverhoopt geen overwinning oplevert of wereldrecord. Of is het einde van zijn ongeëvenaarde carrière nabij? Alleen Kramer zelf kan antwoord geven. Thialf, eind december. Buigen of barsten.

    • Maarten Scholten