Bruins wachtte lang en beloofde te veel

IJsselmeerziekenhuizen Opnieuw staat minister Bruins onder druk vanwege de failliete ziekenhuizen. Spoedzorg verdwijnt uit Lelystad. Hoe handelde de minister?

Minister Bruins arriveert op 6 november bij het Slotervaart Ziekenhuis in Amsterdam om met de medische staf te praten. Foto Remko de Waal/ANP

Lelystad en Urk staan erbij en kijken ernaar, en nu heeft ook minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) zich erbij neer moeten leggen: de hoofdstad van Flevoland verliest zijn spoedeisende hulp, zijn operatiekamers en zijn verpleegafdelingen.

Burgemeester Pieter van Maaren van Urk (20.000 inwoners) spreekt van „levensbedreigende situaties” voor de vierhonderd baby’s die daar jaarlijks worden geboren. Gemeenteraadsleden uit Lelystad (80.000 inwoners) dreigen zelfs de A6 te blokkeren bij wijze van protest.

Dat de spoedzorg verdwijnt uit Lelystad is een lelijke streep door de rekening voor Bruins, die woensdag in een debat met de Tweede Kamer opnieuw kritiek kreeg.

Na het faillissement van de IJsselmeerziekenhuizen beloofde Bruins de Tweede Kamer er álles aan te doen om de spoedzorg in Lelystad open te houden. Dat was 31 oktober. „Niet alleen de basiszorg moet blijven in Lelystad, maar ook de spoedeisende hulp en de acute verloskunde. Daar is de actie op gericht van mijn kant, tot het eind aan toe.”

Woensdag zei hij in de Tweede Kamer dat het niet was gelukt. Wat overblijft in Lelystad: een aantal poliklinieken. De operatiekamers en intensive care zijn al dicht, de spoedpost sloot voortaan om acht uur ’s avonds. Voor operaties, spoed-bevallingen en acute zorg (hartaanvallen bijvoorbeeld) moeten bewoners – 180.000 in Lelystad en omstreken – naar Harderwijk, Almere, Sneek of Zwolle.

Enkele weken na de faillissementen van de IJsselmeerziekenhuizen in Flevoland en het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam, dringt de vraag zich op: kon de minister weten wat er zou gebeuren met de ziekenhuizen? En wat deed hij daarna?

Zeker is dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport sinds de zomer signaal op signaal krijgt dat het slecht gaat met de ziekenhuizen van ondernemer Loek Winter. De minister persoonlijk ook. Op 11 juli hoort toezichthouder de Nederlandse Zorgautoriteit al van zorgverzekeraar Zilveren Kruis dat de situatie bij de ziekenhuizen „zorgelijk” is, hoewel een faillissement dan nog „niet aan de orde” is. Bruins wordt via een persoonlijke e-mail geïnformeerd.

Op 31 juli krijgt Bruins te horen dat de IJsselmeerziekenhuizen onder verscherpt toezicht komen – wegens financiële problemen. Eind augustus ligt er een intern memo op het bureau van Bruins waarin staat dat de situatie „kritiek” is en wordt een faillissement als optie genoemd. Maar op het departement, bij de toezichthouders en in de ziekenhuizen is steeds de hoop dat het goed zou komen.

Tweede Kamerlid Lilianne Ploumen (PvdA), zelf ex-minister van Ontwikkelingssamenwerking, vindt dat Bruins veel eerder gealarmeerd had moeten zijn, zegt ze tegen NRC: „Dit is een volledig gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. Als je zó veel signalen krijgt dat het mis dreigt te gaan, dan moet je willen weten wat er aan de hand is.”

Op 19 oktober heeft het ministerie tegen verzekeraar Zilveren Kruis gezegd dat een „beheerste overgang” van patiënten naar andere ziekenhuizen moet plaatsvinden. Toch verklaart Bruins daarna in de Tweede Kamer dat hij zich „overvallen” voelt als op 23 oktober uitstel van betaling wordt aangevraagd en twee dagen later de ziekenhuizen failliet gaan. In allerijl wordt een ‘crisisstaf’ ingericht: ambtenaren die bellen met curatoren en andere betrokkenen om geïnformeerd te worden. Ploumen: „Hoe kan de minister zeggen dat hij erdoor is overvallen?”

Van afstandelijk naar gretig

Ondanks de chaos in Slotervaart en de ontreddering in Flevoland, eind oktober, neemt de minister die eerste dagen een afstandelijke positie in. Niet hij, maar de zorgverzekeraars gaan over het wel en wee van de ziekenhuiszorg, zegt hij. Tijdens een persbijeenkomst spreekt hij van een „stapel stenen” die hij niet kan redden en herhaalt hij steeds dat faillissementen er in het huidige systeem nu eenmaal bij horen: „We zijn niet de bank.”

De uitspraken worden hem kwalijk genomen door de Tweede Kamer. Pas dagen later zou Bruins écht de indruk wekken zich zorgen te maken over de patiënten en het personeel. Hij gaat naar patiënten die zijn overgeplaatst.

Een motie van wantrouwen haalt het in de Tweede Kamer niet tijdens het eerste debat, maar Bruins moet eind oktober flink door het stof. Hij had het „verschrikkelijk” gevonden om te zien dat patiënten „reddeloos” waren omdat ze ineens uit het vertrouwde ziekenhuis weg moesten. Bruins vond dat hij er te laat bovenop had gezeten en sprak van een „dure les”. Op 5 november bezocht hij de staf van de IJsselmeerziekenhuizen. Bruins beloofde er dan ook alles aan te doen om de (spoed)zorg in Lelystad te behouden. Tweede Kamerlid Joba van den Berg (CDA) krijgt het idee dat de minister sinds dat debat in de Tweede Kamer „dag en nacht” werkt aan goede oplossingen voor de ziekenhuizen.

Lees hier een verslag van het eerste debat dat minister Bruins voerde over de failliete ziekenhuizen.

Soms lijkt Bruins daarna zelfs té gretig. Op 2 november laat de minister journalisten een sms’je sturen waarin staat dat hij met een boodschap komt. Op het ministerie van Algemene Zaken wurmt hij zich die middag langs een hekje en zegt hij dat de curator van de IJsselmeerziekenhuizen om 17.00 uur bekend zal maken welke overnamekandidaten er zijn. Dat blijkt niet te kloppen. De deadline voor kandidaten om zich te melden verloopt dan, maar de curator zegt niet wie het zijn.

Ogenschijnlijk een klein misverstand, maar het laat de ingewikkelde positie van de minister zien. De curatoren hebben het nu voor het zeggen. Zij bepalen welke kandidaten geschikt zijn om de zorg in Flevoland over te nemen. Voor het Slotervaartziekenhuis geldt dat niet meer: op 14 november is duidelijk dat het dichtgaat.

Bruins kan eigenlijk alleen een begeleidende rol spelen. Op zijn ministerie praten curator, gemeente, toezichthouder en inspectie over het voorkomen van nieuwe chaos bij het stopzetten van de laatste zorg en het overdragen van patiënten.

Bruins belooft 4,4 miljoen euro

Ook praten ze in Den Haag over de toekomst van de spoedzorg in Lelystad – de minister zou er immers alles aan doen om dat voor elkaar te krijgen. Hij belooft 4,4 miljoen euro per jaar bij te dragen zodat die overeind blijft. Tweede Kamerleden krijgen veel brieven met tussenstanden van de minister, maar hebben ook geen zicht op de overnamekandidaten voor de IJsselmeerziekenhuizen.

Tegen één probleem lopen alle partijen aan: de geheimhoudingsplicht voor iedereen die de boeken van het failliete ziekenhuis heeft ingezien. De medische staf, de zorgverzekeraar en de bieders mogen er niets over zeggen en dus ook niet over de mogelijkheden. Zelfs de minister krijgt geen inzage in de financiële situatie, dus kan Bruins geen enkele invloed uitoefenen op wie de zorg in Lelystad wil overnemen. Dat kan alleen de markt.

De minister heeft een politieke belofte gedaan, maar moet varen op wat curator en verzekeraar zeggen. De partijen die het ziekenhuis (deels) willen kopen – onder andere het St. Jansdal uit Harderwijk en de Antonius Zorggroep uit Sneek – moeten zwijgen. Een andere partij, het consortium Tracqtion, had het ziekenhuis integraal willen voortzetten. Dus ínclusief spoedzorg, zoals de minister wenste. WhatsApp-berichten van Tracqtion aan de minister werden op een gegeven moment niet meer beantwoord, want de curator had besloten dat Tracqtion geen geschikte kandidaat was.

Toch is het de minister die deze woensdag kritiek kreeg. Niet alleen burgemeesters, ook de medische staf van het ziekenhuis is boos op Bruins. Dat er te weinig personeel zou zijn, een van de redenen die de minister noemt voor het staken van de spoedzorg in Lelystad, is volgens hen niet waar. De „personele bezetting” schrijven de artsen woensdag in een brief, was de laatste jaren juist „aantoonbaar goed” en het voortbestaan van het ziekenhuis in Lelystad is volgens het personeel „medisch noodzakelijk”.

Voor de Tweede Kamer was het reden weer buitengewoon kritisch te zijn op de minister. Maar Bruins vindt dat hij geen belofte heeft gebroken over de spoedzorg „Ik kan het niet mooier maken dan het is. Ik zou ook willen dat het anders was.”

    • Enzo van Steenbergen
    • Frederiek Weeda