Brieven, foto’s, video’s – wie bekommert zich om de verweesde collecties?

Talk of the Town Met de bezuinigingen van 2012 zijn drie Amsterdamse cultuur- collecties ‘verweesd’. Landelijk wordt gestreden om hun behoud.

Depot van het Theater Instituut Nederland aan de Keienbergweg, vlak voor het in 2013 overging naar de UvA. Foto Olivier Middendorp

„Eens kijken, wat is dit.” Hans van Keulen (58) pakt een willekeurige map uit een enorme archiefkast, en slaat hem open. „Oh, dit is geestig.” Het is een brief uit 1972, van snoepfabrikant Jamin aan acteur Albert Mol. De acteur had in een interview gezegd dat als hij „in zijn blote kont met een bonbon in zijn hand zou gaan staan”, hij „zo een ton van de Jamin kon krijgen”. Maar dat is niet zo, verzekert de snoepfabrikant hem in deze brief. „Ofwel u overschat uw fysieke aantrekkelijkheid. Ofwel u onderschat Jamin.”

Rijen en rijen kasten vol met dit soort brieven, maar ook met foto’s, affiches, videobanden. Op het depot van de Bijzondere Collecties van de UvA is een speciale ruimte ingericht voor de collecties van het Theater Instituut Nederland (TIN), het Muziek Centrum Nederland (MCN) en Nederlands Archief Grafisch Ontwerp (NAGO). Verweesde collecties zijn het: restanten van cultuurinstellingen die de bezuinigingen van 2012 niet overleefden. Alleen al de collectie van het TIN bestaat uit meer dan 500.000 objecten.

Collecties sterven af

„We zitten hier nu bijna zes jaar”, vertelt Van Keulen, oud-medewerker bij het TIN, inmiddels conservator van de collectie. Naast hem werken er nu nog twee mensen voor de TIN-collectie, allemaal parttime, maar daarmee is het nog de meest ‘levende’ collectie van de drie. „Bij het MCN is maar twee dagen per week een conservator, daar zit de boel al veel meer op slot.” Bij de NAGO is het nog erger. „Daar zit nog twee uur per week een secretaresse.” Geld voor meer mensen is er niet. „En dan begint zo’n collectie wel echt af te sterven.”

Om dat afsterven te voorkomen pleitten D66 en de PvdA deze week in een Kamerdebat over de cultuurbegroting voor een structurele oplossing voor deze verweesde collecties. Vera Bergkamp (D66) en Lodewijk Asscher (PvdA) dienden samen een motie in waarin ze bepleiten de collecties vanaf 2021 op te nemen in de Basisinfrastructuur, zodat ze jaarlijks genoeg subsidie krijgen om te blijven bestaan.

Het blijft leuk om zo’n document uit bijvoorbeeld 1979 open te kunnen slaan

Hans van Keulen conservator collecties Theater Instituut Nederland (TIN)

Voor de collectie van het TIN zou dat op het nippertje zijn, zegt Van Keulen. „Door de verkoop van onze panden aan de Herengracht in 2008 hadden we nog wat spaargeld dat we mee konden nemen naar de UvA”, vertelt hij. Drie miljoen, dat nu wordt gebruikt voor opslagkosten en om hemzelf en de twee medewerkers te betalen. „Maar op 1 januari 2021 is dat geld op, en dan moet het ergens anders vandaan komen.” Als dat niet gebeurt, gaat de collectie „dood”, zegt Van Keulen. „Dan kan niemand meer komen kijken, en wordt er ook niet meer aangevuld met nieuwe informatie.”

En dat zou toch zonde zijn, zegt Van Keulen, wandelend tussen de kasten met audio-opnames van voorstellingen en maquettes van decors. „Kijk, in deze kist zitten spullen van acteur Louis Bouwmeester. Hij trad altijd veel op in Indië, daar kon je als acteur veel meer geld verdienen. Ja, al voor de Eerste Wereldoorlog was het sappelen in de theaterwereld.”

Recensies uitgeknipt

Vanwege de bezuinigingen hebben Van Keulen en collega’s al met een aantal TIN-activiteiten moeten stoppen. „Het uitknippen van recensies bijvoorbeeld.” Tot aan 2013 werden besprekingen van theatervoorstellingen uitgeknipt en in mapjes gedaan, maar dat is inmiddels echt te veel werk geworden. Jammer, vindt Van Keulen, terwijl hij zo’n recensiemap uit de kast pakt. „Het blijft leuk om zo’n document uit bijvoorbeeld 1979 open te kunnen slaan.”

Van Keulens persoonlijke favorieten uit de collectie zijn te vinden bij de kostuumafdeling: pakken gemaakt door Rien Bekkers, geïnspireerd door de Gouden Eeuw, met uitbundige mouwen en kragen. „Dit werd ergens in de jaren 80 of 90 gemaakt, en gedragen door acteurs als Pierre Bokma.” Wat hij er zo mooi aan vindt: „Dat ze zo verfijnd zijn, met zo veel detail. Je ziet dat er toen nog veel meer geld was om dit soort dingen te maken.”

Om de hoek staan rekken met kostuums van de Haagse theatergroep De Appel. „Die zijn alweer twee jaar geleden failliet gegaan”, zegt Van Keulen. „Maar we hebben gewoon nog geen tijd gehad om die kleren allemaal te archiveren.”

    • Doortje Smithuijsen