Boek Kroon is een dubbele afrekening

Kroongetuige Oorlogsheld Marco Kroon schrijft in zijn boek over het doden van een man die hem in Afghanistan verkrachtte.

Marco Kroon tijdens de herdenking bij het Nationaal Indie-monument in Roermond, in september. Hij is drager van de Militaire Willems-Orde. Foto Marcel van Hoorn/ANP

De titel Kroongetuige klinkt als een wat gezochte woordspeling, maar blijkt na lezing van het bijbehorende boek welgekozen. Want het verhaal van Marco Kroon is dat van een man die vergroeid lijkt met zijn rol van toegewijd soldaat, maar zich daarmee geen raad meer weet na een verschrikkelijke ervaring in Afghanistan. En die dit heel emotioneel vertelt, maar tegelijkertijd de ineenstorting van de hoofdpersoon afstandelijk observeert – als een getuige.

De oorlogsheld Marco Kroon, die de hoogste militaire onderscheiding kreeg, deed veel stof opwaaien met een bekentenis over zijn tijd in Afghanistan. Hij had daar in 2007 een man gedood maar had dit nooit gemeld om de missie niet in gevaar te brengen. Wat er precies was gebeurd, bleef voer voor speculatie. Nu vertelt Kroon wat er volgens hem is gebeurd in een huiveringwekkend verslag dat ook als rechtvaardiging lijkt bedoeld.

Kroon werd in Kabul bij een checkpoint aangehouden door Afghaanse milities, omdat hij zonder het te weten in een gestolen huurauto reed. Hij werd meegenomen voor verhoor, zwaar mishandeld en verkracht door een groep mannen, die hem uiteindelijk vrijlieten. Veel later doodde Kroon de aanvoerder, een man met een soort „bloedzuiger bij zijn oor”.

In het verslag ontbreken exacte gegevens over tijdstippen, namen en locaties, omdat die als geheime operationele informatie worden beschouwd. Het voorwoord meldt verder nogal dubbelzinnig: „De gebeurtenissen en dialogen in dit boek zijn gebaseerd op feiten, maar beschreven vanuit herinneringen, gevoelens en interpretaties.” Vooral dat laatste woord roept vragen op voor de toedracht van de gebeurtenissen.

Het boek geeft geen definitief uitsluitsel in twee kwesties die eerder centraal zijn komen te staan. Namelijk, hoe kon Kroon tijdens de missie vele uren onopgemerkt uit beeld verdwijnen? En onder wat voor omstandigheden doodde Kroon de man?

Kroon vertelt dat het niet ongebruikelijk was om een tijdje geen contact te hebben met de basis. „Maar dat gebeurt eerlijk gezegd wel vaker de laatste tijd. Sterker nog: door allerlei verklaarbare omstandigheden is dat nu meer regel dan uitzondering.” Als Kroon later meldt geen bereik te hebben gehad, zegt zijn meerdere: „Dit moet niet al te vaak gaan voorkomen, mannen.” Dat is alles.

Aan het doden van de „man met de leren jas” maakt Kroon veel meer woorden vuil. Het opsporen en schaduwen van de man is het leitmotiv in de tweede helft van het boek. Vervuld van haat wil Kroon de man ontvoeren en uitleveren aan het gerecht. Maar als de man hem bij een checkpoint ziet, grijpt die naar zijn vuurwapen, en schiet Kroon hem dood. Kroon beschrijft het doden het als een soort roes, zonder veel details.

Man-in-een-rol

Het gebrek aan exactheid wordt gecompenseerd door een overdaad aan details. Zo ziet Kroon een „wit, plastic zakje op de grond” naast de kwelgeest, die hij zojuist heeft doodgeschoten. En in de ruimte waar Kroon is verkracht, ontwaart hij eerder „lege flesjes en blikjes, papiertjes, tissues, stukken touw, kapotte tie-wraps, bladeren, hoopjes uitgespuugd kauwsel.”

Die details geven het boek het karakter van een film en dat versterkt weer de indruk van Kroon als de man-in-een-rol. Hij presenteert zich niet alleen als de man-van-actie, maar ook als de kleinzoon van een Brit die Nederland bevrijdde en als opvolger van oorlogsheld Erik Hazelhoff Roelfzema, van wie een citaat is opgenomen.

Maar dan breekt de rol en is daar de ‘getuige’ Kroon, die vaststelt dat hij tijdens de verkrachting niets heeft aan de trainingen: „Controlled release, conduct after capture... Theoretische woorden en benamingen.” En die zo eerlijk is om te zeggen dat de soldaat Kroon later ook niets heeft gemeld, omdat hij zich zo schaamt voor wat hem is overkomen. Schaamte voor zijn eigen machteloosheid, uitgedrukt in de kwellende vraag: „Waarom doe ik niets?” Omdat-ie niets kon, behalve achteraf flauwe grappen maken en aanhoren.

Die grappen van zijn kameraden gaan veelal over anale verkrachting en zijn tekenend voor de machocultuur die Kroon ineens veel moeilijker kan verdragen. Die cultuur past bij de zinnen van Kroon, die hij zelf omschrijft als „soms plat, hard en rauw”. Kroon smijt tientallen keren met het woord ‘klootzak’ (opperklootzak, alfaklootzak, KLOOTZAKKEN).

In deze gespierde taal koelt Kroon zijn woede op de mannen die hem vernederden. Kroongetuige leest daardoor als een afrekening. Met zijn kwelgeesten in Afghanistan én met degenen die in Nederland zijn verhaal in twijfel durfden te trekken.

Lees ook de tv-recensie van Pauw, waarin Kroon zijn persoonlijke relaas deed.
    • Karel Berkhout