Wethouder Amsterdam: bestuur Joodse school moet opstappen

Cheider

De Onderwijsinspectie concludeert in een rapport dat het schoolbestuur „niet adequaat” reageerde toen ouders in de zomer van 2012 klaagden over mogelijk seksueel misbruik van hun kinderen door een leraar.

Het gebouw van de Joodse kindergemeenschap Cheider in Amsterdam Foto: Olivier Middendorp

Het bestuur van de orthodox-joodse school het Cheider moet opstappen. Dat zegt de Amsterdamse wethouder Marjolein Moorman (Onderwijs, PvdA) tegen NRC.

Moorman reageert daarmee op een zeer kritisch rapport van de Onderwijsinspectie dat woensdag naar buiten kwam. Het komt niet vaak voor dat een wethouder zich expliciet uitspreekt over het bestuur van een bijzondere school.

De Onderwijsinspectie onderzocht de sociale veiligheid op de Amsterdamse school, naar aanleiding het optreden van het bestuur toen een leraar in 2012 van seksueel misbruik werd beschuldigd. De school weigerde maandenlang om aangifte tegen de leraar te doen, ondanks herhaald aandringen van de inspectie, zo berichtte NRC eerder.

Lees ook : Pas na druk van de minister deed de school aangifte

De leraar is in mei dit jaar tot twee jaar cel veroordeeld voor seksueel misbruik van een 13-jarige leerling.

Volgens de Onderwijsinspectie reageerde het bestuur „niet adequaat” toen verschillende ouders in de zomer van 2012 klaagden over mogelijk seksueel misbruik. In een reactie op het rapport blijft het schoolbestuur zich verzetten tegen die conclusie. Dat doet volgens de inspectie „afbreuk aan het noodzakelijke vertrouwen” dat het bestuur de sociale veiligheid binnen de school kan waarborgen.

Ook om andere redenen „schiet [het bestuur] te kort” in het garanderen van de sociale veiligheid op school, zo concludeert de inspectie. Zes jaar na de zedenzaak is veel veiligheidsbeleid nog steeds slecht uitgewerkt, en onbekend bij leraren, leerlingen en ouders. „Bestuurlijke hervorming is urgent.”

Het optreden van het schoolbestuur in de zedenzaak heeft volgens de inspectie „geleid tot een blijvende vertrouwensbreuk tussen het bestuur en een deel van de ouders”, ook omdat de school gebrekkig communiceerde over de zaak. Bij het bestuur van het Cheider is volgens de inspectie onvoldoende sprake van checks and balances, waardoor „de (schijn van) belangenverstrengeling op de loer ligt en gebrek aan transparantie wordt ervaren.”

Ernstige risico’s

In een brief aan de Tweede Kamer noemt minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) „de zorgen en de risico’s die uit het rapport naar voren komen ernstig”. Hij refereert ook aan klachten van oud-leerlingen die niet in het inspectierapport terecht zijn gekomen. Volgens die oud-leerlingen gaf het bestuur „geen of weinig gehoor” aan de klachten, zo schrijft Slob. De minister heeft de inspectie verzocht „intensief vervolgonderzoek” in te stellen bij het Cheider. Op basis daarvan besluit hij voor de zomer van 2019 of hij ingrijpt bij de school.

De gemeente Amsterdam onderhandelt op dit moment met de school over nieuwe huisvesting, maar wethouder Moorman schort die onderhandelingen op zolang de inspectie vervolgonderzoek doet.

Het Cheider, dat zowel basis- als voortgezet onderwijs geeft, is met is 97 leerlingen een zeer kleine school. Financieel gaat het slecht, mede door de vergaande beveiligingsmaatregelen vanwege terreurdreiging. Het Cheider is de enige school in Nederland waar orthodox-joodse ouders hun kinderen naar toe kunnen sturen. Uit het inspectierapport blijkt angst voor de macht van het schoolbestuur binnen de kleine en gesloten orthodox-joods gemeenschap in Nederland.

De belangrijkste leden van het bestuur waren voorzitter Herman Loonstein, een Amsterdamse advocaat, en rabbijn Binyomin Jacobs. Die laatste is afgelopen zomer, na de veroordeling van de leraar, uit het bestuur gestapt. Hij is nu voorzitter van de Raad van Advies van het Cheider. Eerder vertelden ouders aan NRC hoe Jacobs ouders in 2012 onder druk zette om geen aangifte te doen.

Geen nieuwe signalen

De inspectie geeft ook schijnbaar tegenstrijdige signalen over hoe leerlingen de school ervaren. „De overgrote meerderheid zegt zich veilig te voelen, maar ook melden 7 van de 18 leerlingen op de basisschool dit jaar „gepest te zijn, en ook geschopt of geslagen”. Meer dan de helft van de leerlingen op de basisschool gaat niet met plezier meer school, bij het voortgezet onderwijs geldt dat ook voor de jongens. Ook schrijft de inspectie: „Vooral uit gesprekken met oud-leerlingen, [zijn] diverse signalen naar voren gekomen [...] over de weinig pedagogische en soms zeer hardhandige aanpak van leraren die het Joodse onderwijs gaven.”

De inspectie schrijft dat er sinds 2012 geen sprake is geweest „van nieuwe signalen rond ernstige aantastingen van de sociale veiligheid van leerlingen noch hebben zich op dit punt majeure incidenten voorgedaan”. NRC kreeg inzage in een mail van de school van 12 oktober dit jaar waarin staat dat „jongens zich tijdens de gymlessen dusdanig misdragen [hebben] dat de nieuwe leraar lichamelijke opvoeding heeft aangegeven geen les meer aan hen te willen geven”. In de mail wordt verder gesproken over het beschadigen of zelfs geheel slopen van schoolmateriaal en het insluiten van twee leraren in een lokaal. Een leerling heeft een medeleerling in de rug getrapt. „Wij maken ons ernstig zorgen”, zo schrijft de directeur van de school.

In een reactie zegt de Onderwijsinspectie dat deze mail bij het afronden van het rapport nog niet bekend was, en dat de gebeurtenissen bij het vervolgonderzoek worden meegenomen. Het schoolbestuur heeft het voorval niet bij de inspectie gemeld, zegt een voorlichter. „Het kwam via een andere weg binnen.”

    • Derk Stokmans
    • Thijs Niemantsverdriet