Opinie

VVD propageert valse tegenstelling tussen hoge en lage cultuur

Bij de behandeling van de cultuurbegroting in de Tweede Kamer, maandag, kreeg Tweede Kamerlid Thierry Aartsen (VVD) een standje van minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66). Ze vroeg hem met klem of hij nooit meer de tegenstelling wilde maken tussen het Concertgebouw, met bijbehorend orkest, en de door hem gepropageerde „volkscultuur”. Voorafgaand aan het debat had Aartsen gezegd dat hij de miljoenensubsidie voor het Concertgebouw – hij bedoelde het orkest – oneerlijk vond ten opzichte van de schutterijen en het carbidschieten.

De minister heeft gelijk: Aartsens tegenstelling is vals. De culturele top, in het geval van het Concertgebouworkest zelfs de wereldtop, kan alleen bestaan bij gratie van een brede basis. Zonder gedegen muziekonderwijs wordt er niemand opgeleid die later een felbegeerd plaatsje in het orkest kan bemachtigen. Hetzelfde geldt voor dans of theater. Geld voor cultuur moet zowel aan de top als aan de basis besteed worden.

Dat Aartsen lokale culturele uitingen een warm hart toedraagt, is op zichzelf sympathiek. Hij had alleen kunnen weten dat het budget van het Fonds voor Cultuurparticipatie, ruim 25 miljoen euro per jaar, structureel met een miljoen euro verhoogd is voor regionale cultuur. Het heeft er daarom de schijn van dat Aartsens bloemencorsoliberalisme een ander doel dient. Doelbewust vergroot hij de tegenstelling tussen een elite – die, zo zei hij minachtend in de Volkskrant, met een „chablistje in het Concertgebouw” staat – en „het gewone volk van de VVD”.

Met dit geveinsde contrast bevordert Aartsen niet de lokale cultuur, maar wel de tweedracht in de maatschappij. Het is een soort omgekeerd snobisme: je laten voorstaan op je gebrek aan belangstelling in de kunsten. Zij die deze interesse wel zeggen te hebben, die chablisliefhebbers in hartje Amsterdam, kunnen volgens de VVD wel toe met een paar miljoentjes minder. In werkelijkheid zijn de mensen die het minder breed hebben hiervan de dupe: zij kunnen ongesubsidieerde toneelstukken, musea, klassieke concerten en opera’s niet betalen.

Thierry Aartsen is een Brabander die koketteert met zijn voorliefde voor carnaval en voetbalclub NAC Breda, en dat is hem gegund. In de Tweede Kamer spreekt hij evenwel niet namens zijn vrienden op de tribune, maar namens de grootste regeringspartij. Andermaal heeft de VVD iemand op cultuur gezet die ostentatief niet in kunst geïnteresseerd lijkt, die er zelfs prat op gaat dat hij er niets van weet.

Er is hier sprake van een patroon. Toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (Cultuur, VVD) gaf toe dat hij geen affiniteit had met de sector; in 2011 zei hij tegen de Volkskrant dat dit „eerder een voordeel dan een nadeel” is als je zo veel moet bezuinigen. Het is niet goed denkbaar dat een woordvoerder of bewindspersoon op Financiën zich zo nadrukkelijk op zijn onkunde zou beroepen.

Hoopvol is wel dat Aartsen maandag tamelijk alleen stond in zijn pleidooi. Het grootste deel van de Tweede Kamer vindt dat geld voor regionale cultuur niet ten koste hoeft te gaan van de nationale top, en ook minister Van Engelshoven is gelukkig van dit besef doordrongen. Het zou haar coalitiegenoten van de VVD sieren als ze zouden teruggrijpen op een liberalisme dat het niet nodig heeft om schijntegenstellingen aan te wakkeren.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.