Opinie

    • Joyce Roodnat

Valse Roemeense Picasso is echt

Daar gaan ze. De schrijvers Frank Westerman en Mira Feticu nemen ijlings het vliegtuig naar Roemenië. Want daar ligt, beweert een anonieme brief, onder een steen in een bos Tête d’Arlequin, de pasteltekening van Picasso die in 2002 uit de Kunsthal in Rotterdam gestolen is. Feticu en Westerman volgen de aanwijzingen uit de brief, en ja hoor, ze vinden Picasso’s Tête. Feticu kan haar tranen niet bedwingen. Westerman weet: dit wordt een boek.

Daar gaan ze onderuit. De Picasso-tekening is vals en niet zo’n beetje. De Antwerpse theatergroep Berlin verstopte hem onder die steen als „publiciteitsstunt”, lees ik, hoor ik, zie ik – alle media berichten erover.

Ik veer op. Publiciteitsstunt? Vergeet het maar. Ik ken Berlin. Dit is deel van een voorstelling, kan niet anders. Deze groep gaat de wereld in, komt terug met filmbeelden en verhalen van mensen met wie ze verkeerden en die ze door en door leerden kennen. Dat leidt tot omgekeerd locatietheater: wij zijn niet daar – daar is híér, op het podium. Hun voorstelling Bonanza sleurde me mee in een spookdorp in Colorado waar de laatste zeven inwoners elkaar het leven zuur maken. Via Zvizdal verkeerde ik bij een stokoud boerenechtpaar in het radioactieve paradijs bij Tsjernobyl.

Vals-voor-echt in musea

True Copy heet hun nieuwe voorstelling. Hij gaat over kunsthandel en kunstvervalsing. Over echt en niet echt. Over niet echt dat echt wordt. De echte vervalser Geert Jan Jansen, die claimt dat er her en der in musea vals-voor-echt van hem hangt, speelt mee. Ik ga volgende week kijken, ik weet nog niet hoe het is. Maar de door Berlin georkestreerde performance met de quasi-Picasso is alvast vijf ballen waard: twee gerenommeerde schrijvers gingen er met boter en suiker in en het wereldnieuws dook koortsachtig op hun ‘vondst’.

Kunst is magisch, het wekt gretigheid, sensatiezucht en hersenschimmen. Zie het sinds 1934 vermiste paneel van het Lam Gods uit de Gentse St. Baafs-kathedraal dat nog regelmatig bijna teruggevonden wordt – maar nooit helemaal. Zie de verblinding van de specialisten die de Emmaüsgangers (1936) van Han van Meegeren voor een echte Vermeer aanzagen, in hun nopjes doordat ze hun eigen theorieën over Vermeer bevestigd zagen.

Westerman en Feticu werden ingelijfd door Berlin. Zo gek is dat procédé niet, de Franse kunstenares Sophie Calle doet niet anders. Ze volgde en documenteerde wekenlang een haar onbekende man voor haar installatie Suite Venétienne. En de echte e-mail waarmee een minnaar haar de bons gaf, was aanleiding voor haar meesterwerk, de installatie Prenez soin de vous. „Moet ik lachen of huilen?”, vroeg Mira Feticu zich af, toen ze begreep dat ze deel was van de voorstelling van Berlin. Geen van beide. Ze kan trots zijn.

    • Joyce Roodnat