Recensie

‘UUmwelt’ werpt een pijnlijke blik op lichaam en geest

Recensie

De ambitieuze tentoonstelling ‘UUmwelt’ van Pierre Huyghe gebruikt een neuraal netwerk om hersengolven te interpreteren. Het nestelt zich diep in de geest.

In UUmwelt probeert een neuraal netwerk hersengolven te vertalen naar beeld. Foto Ola Rindal. Courtesy Pierre Huyghe, Serpentine Galleries.

Alsof je iemands hoofd binnenloopt – en meteen de weg kwijtraakt. Zo voelen de eerste minuten in UUmwelt, de nieuwe, zeer ambitieuze tentoonstelling van de Franse kunstenaar Pierre Huyghe in de Serpentine Gallery in Londen. Huyghe is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de meest gevierde kunstenaars ter wereld. Dat is een bijzondere prestatie omdat zijn werk niet makkelijk is: het gaat steevast over onbehagen en over het verlies van controle. Op de laatste Skulptur Projekte in Münster transformeerde Huyghe een oude ijsbaan tot een verlaten, post-apocalyptische ruimte, zijn enorme terraria met eenzame kreeften duiken op in musea over de hele wereld, en zijn film Human mask (2014) is een onvervalste klassieker: daarin dwaalt een aap met een Japans no-masker op door de ruïnes van Fukushima.

Wie deze Huyghe-thema’s kent zal even moeten wennen aan UUmwelt. Hier breidt Huyghe zijn wereld uit met nóg een element: de werking van het brein. Voor deze tentoonstelling nam hij bepaalde eenvoudige begrippen, ‘mentale componenten’ noemt hij ze, en vroeg aan een proefpersoon om zich die begrippen voor de geest te halen. De hersenactiviteit die dit opleverde werd gemeten en vervolgens ingevoerd in een zogenaamd ‘deep neural network’ dat de hersengolven weer in beelden probeert om te zetten. Doordat de informatie onderweg een paar keer is getransformeerd, zien we dat netwerk zoeken naar de beste manier waarop het het oorspronkelijk beeld kan ‘vangen’.

Foto Ola Rindal. Courtesy Pierre Huyghe, Serpentine Galleries.

Dat aftasten van het neurale netwerk zie je op vijf grote schermen die Huyghe door de verduisterde Serpentine Gallery heeft verspreid: nerveus flikkerende beelden, die in de diepte een onderliggend patroon lijken te vertonen, alsof het netwerk tijdens het zoeken ergens de essentie nadert van het ingevoerde begrip. Maar zelfs dat is voor Huyghe niet genoeg: hij heeft ervoor gezorgd dat de beelden op de schermen ook nog eens reageren op activiteiten in de ruimte, zoals de aanwezigheid van toeschouwers en veranderend licht. Daardoor is het net alsof je naar hersenen staat te kijken die proberen zich de wereld eigen te maken: tastend, zoekend, informatie verwerkend – en altijd afhankelijk van impulsen van buiten.

Het lichaam

Huyghe beseft echter heel goed dat een mens niet alleen uit de geest bestaat, en dat je voor een werkelijk intense ervaring ook het lichaam nodig hebt. Daarom heeft hij in de Serpentine bij de schermen een kleine kolonie dikke zwarte vliegen losgelaten die om je heen cirkelen, zich op je hoofd nestelen – bij bijna elke stap die je zet, trap je bovendien op een stervende vlieg op de vloer die venijnig knappend uit elkaar barst.

Ook maakte Huyghe tekeningen op de Serpentine-muren door de verf er heel voorzichtig vanaf te schuren, waardoor de wandkleuren van voorgaande tentoonstellingen zichtbaar worden, alsof hij tussen alle hersenactiviteit door graaft naar vergleden tijd. En het mooie is: het werkt. De installatie als geheel mag dan behoorlijk weerbarstig zijn (gezien Huyghe’s roem was het opvallend stil in de tentoonstelling): UUmwelt is een spannende, ongemakkelijke tocht door de krochten van het brein, die door de ingenieuze enscenering nu eens niet alleen geestelijk is, maar pijnlijk, bijna confronterend fysiek.

Op UUmwelt dacht ik aan allerlei andere kunstwerken en constructies over brein en ruimte, variërend van Plato’s grot tot de vroege vliegenwerken van Damien Hirst en Being John Malkovich, maar nog nooit had ik het brein zo concreet, zo lichamelijk, beleefd. Prettig is UUmwelt niet, genoeglijk evenmin, maar het is óók typisch zo’n ervaring die zich diep in je geest nestelt om daar nog lang onzekerheid te blijven zaaien.

    • Hans den Hartog Jager