Trompettist Eric Vloeimans poserend naast een foto door fotograaf Merlijn Doomernik.

Foto Andreas Terlaak

‘Trompet is al gauw een beetje een porno-instrument’

Eric Vloeimans

De hink-stap-sprongen die trompettist Eric Vloeimans (55) door de muziekwereld maakt zijn veranderlijk. In de theatertournee Viento Zonda speelt hij met de Argentijnse pianist Juan Pablo Dobal weemoedige composities. „Na een paar keer spelen weet je of je samen de oorlog wint.”

Zijn koninkrijk, zo noemt trompettist Eric Vloeimans het. Het werkhuisje dat hij achterin zijn diepe tuin in de oude kern van het Rotterdamse Kralingen net voor zijn veertigste jaar heeft laten bouwen, is het „mooiste cadeau” in zijn leven geweest. Een licht, groot tuinhuis met openslaande deuren. Doodstil, door de dubbel geïsoleerde wanden. Een piano, een bas, diverse trompetten, studieboeken en hoogpolig tapijt – „ik houd van knusheid”. En, net als in zijn woonhuis, hebben de wanden warme kleuren. Want: „Kleur is leven.”

Het is er, hoe zal hij het omschrijven, als een oase. Het voedt, het biedt, het stroomt er, het geeft. „Ik studeer er trompet, componeer, bel, mail, mediteer. Ik zit er wanneer ik maar kan. Mensen denken wel, zo’n instrument met drie ventieltjes. Dat is toch niet zo moeilijk? Je moet eens weten. Dat ding op het podium kost de minste moeite van allemaal.”

Trompettist Eric Vloeimans Foto: Andreas Terlaak

Vijfenvijftig is Eric Vloeimans nu. Flink afgevallen is hij, zo’n twee maten kwijt. „Afvallen via een crashdieet is niet moeilijk”, legt hij uit. „Maar dat gejojo erna he. Je moet een dieet vol kunnen houden en kunnen integreren.” De trompettist laat nu een jaar koolhydraten staan en combineert dat met rondjes powerwalking rond de Kralingse Plas. „Dat laatste ziet er natuurlijk niet uit”, grinnikt hij. „Maar als ik me verrot voel omdat ik laat thuis kwam van een show ga ik meteen lopen. Dat brengt me in balans.” Evenals meditaties, een paar keer per dag. „Het doet me veel, geeft rust in mijn leven. Het brengt beide hersenhelften bij elkaar en ik zit er dieper in mijn lijf door. Ik kan zo meer laten ontstaan dan dat ik ertegenaan loop te douwen.”

Het is een bijzonder productief jaar voor trompettist Eric Vloeimans (Huizen, 1963). Net verscheen Viento Zonda van hem en de Argentijnse pianist Juan Pablo Dobal, een bekoorlijk duo-album vol weemoedige composities die dansen op een warme zuidelijke wind. De theatertournee, 35 shows door het land, is net gestart. Eerder dit jaar kwam het album Levanter uit met de Syrische klarinettist Kinan Azmeh en pianist Jeroen van Vliet, waarop jazz, klassiek en wereldmuziek vervloeien in gelaagde klanken.

‘Ik assimileer met welke stijl dan ook, speel de klanken die er zijn’

Vloeimans maakte een album met de Amerikaanse accordeonist Will Holshouser, blies afgelopen zomer met 250 blazers in het muziektheaterspektakel The Conference of Birds in Friesland en voltooide het tweede deel van zijn Horn of Plenty, een meespeelboek met bladmuziek voor de amateurwereld. En dan is er nog Vloeimans’ bijdrage aan de nieuwe versie van Purcells barokopera Dido and Aeneas die hij komend voorjaar met de vijf blazers van Calefax brengt onder de naam Dido & Aeneazz.

De hink-stap-sprongen die Eric Vloeimans door de muziekwereld maakt zijn geschakeerd en veranderlijk. De afzet is in het ene genre, de afsprong in de andere discipline. „Vind je het veel ja?”, zegt Vloeimans. Een licht, spottend lachje. Soit, wen d’r nu maar eens aan, zeggen zijn ogen. Zijn signature sound, een met veel lucht geblazen fluwelen toon die recht je gehoorgang in kruipt, glorieert in meeslepende, melodramatische lijnen. Breekbaar in klassiek, aaneensmedend in de jazz, zwierig in wereldmuziek of rauwer en scherp in elektrische verkenningen, zoals hij dat destijds deed in het elektrische kwartet Gatecrash, wat een vervolg kreeg met Kyteman.

Muzikale liefde

Nadrukkelijk kiest hij niet. De improviserend trompettist is in een combinatie van vrijheid en vormgevoel all over; in duo’s, bands, met orkesten zoals Holland Baroque, het Nederlands Symfonieorkest en de Marinierskapel der Koninklijke Marine. En soms in soloconcerten.

Hij heeft een talent voor het kiezen van interessante – „James Bonds op hun instrument” – medemuzikanten. „Ik wil geen mensen die mij alleen begeleiden. Het vormen van een eigen muzikale combinatie blijft iets unieks. Je komt iemand tegen, zoals nu pianist Juan Pablo Dobal, en na een aantal keer samenspelen voel je een klik. Je weet of je samen de oorlog kunt winnen. Laat iemand jou goed klinken en andersom – dat is het spanningsveld. Het is liefde. Muzikaal dan. Ik kom verder weinig bij musici thuis. Wist je trouwens dat Misha Mengelberg en Han Bennink verder ook niet bij elkaar over de vloer kwamen?”

De jazz was altijd een solide basis en uitvalspositie, maar Vloeimans is er met de jaren steeds verder van weggedreven. Hij zei het al vaker, noem hem maar geen jazzmuzikant meer. Hij is een muzikale kameleon. „Ik assimileer met welke stijl dan ook, speel de klanken die er zijn.”

„Voor mij is er niet per se een switch die ik omzet want ik zie geen wezenlijk verschil. In het universele veld van muziek gaat het om ritme, melodie en harmonie. Dat doe je met een emotie. Verder is alles een soort gekleurde illusie. Een Indiase toonladder, rockelementen, barok, het maakt niet veel uit. Ik tune gewoon in op de smaak, zou je kunnen zeggen. ”

Nachtelijke danceshows

Een van de opvallendste keuzes die hij in zijn carrière maakte, een artistieke knieval volgens sommigen, was op wereldtournee gaan met dj Armin van Buuren. In 2016 was de trompettist de openingsact van de grote nachtelijke danceshow. ‘Embrace’, het titelnummer, ontlaadde langzaam via de zachte tonen van Vloeimans naar een extatisch, juichend springthema met beukende bassen en verende trancemelodieën. Even bouwden ze af, om dan weer op te stuwen naar een hoogtepunt van melodieuze uitspattingen.

„Ik was razend benieuwd naar die wereld”, vertelt Vloeimans. „Toen Armin me mee vroeg sprong ik er dus gewoon maar eens in. En ik vond het redelijk overweldigend om al die avonden in arena’s in Los Angeles, San Francisco, São Paulo, Buenos Aires, Mexico City of Taipei voor 15.000 man solo in mijn eentje te beginnen op een enorme catwalk.” De luxueuze dj-tour was vooral leuk om eens mee te maken. „Al was er voor een muzikant niet zoveel te doen. Je wacht uren, die shows beginnen ’s nachts. Moest ik om tien over half 2 en om 5 voor 4 met mijn fluwelen trompetje spanning opbouwen op de verstilde momenten. Dan spatte de muziek uiteen en dat was het dan voor mij. Haha! Vaak dacht ik: nou, daar kan wel wat meer mee worden gedaan, dan ontwikkelt de muziek zich veel verder. Maar daar is in de dance niet veel ruimte voor. Ondertussen schreef ik die weken in de hotels onafgebroken muziek voor Holland Baroque.”

Dat hij steeds een nieuw, breder publiek bereikt, staat vast. „Maar laatst vertelde een collega over de reactie die hij in zijn omgeving kreeg toen hij vertelde dat hij met mij ging spelen: heb je geld nodig? Want bij mij zou je goed verdienen. Spelen met Vloeimans, een commerciële gig! Ik denk dan echt: huh? Ik speelde vroeger doorlopend in clubs en kroegen, nam platen op als leider en sideman bij anderen. Ik was overal voor in en overal voor te vragen. Dat mijn muziek nu een groter bereik heeft heb ik altijd gehoopt. Maar boeiend is dit soort kritiek niet. Je kunt niet iedereen tot vriend hebben. In wat je doet moet je je authentieke zelf blijven.”

Er zijn mensen die een roeping hebben in hun leven. Die een plaatje van Louis Armstrong hoorden en wisten: ik word jazztrompettist. Vloeimans had dat niet. Hij groeide op in Den Bosch, in een Brabants gezin dat bepaald niet muzikaal was. Een arbeidersgezin. Zijn vader zat in de ploegendienst in de bottelarij van de Heinekenfabriek en werkte er nog bij in de bakkerij. Toen hij op televisie bij Stuif es in een glimmende toeter zag, raakte hij in de ban van het koper. Eerst bij de Heinekenfanfare. Op de middelbare school in een bandje. Op het conservatorium van Rotterdam volgde hij eerst de klassieke opleiding, maar hij stapte uiteindelijk over naar de jazz. Als twintiger wist hij niet goed wat hij wilde met die trompet. „Een uitblinker was ik aanvankelijk zeker niet. Meer een trage doorgroeier”, zegt hij. Hij was nog een wat conventionele speler die goed luisterde naar trompettisten als Freddie Hubbard, Miles Davis, Lee Morgan en Don Cherry.

De manier waarop trompettist Chet Baker blies raakte hem. „Zwoel en met veel lucht.” Toen raakte hij onder de indruk van de wat etherische sound van trompettist Jon Hassel, die veel met Indiase muzikanten speelde. Vooral het geluid van een Indiase fluit kwam aan. „Ik ben het allemaal gaan uitpluizen. Daarna volgt het zelfonderzoek. Wie ben je, en wat heb je te melden. Als ik er dan tóch een naam aan moet geven probeer ik misschien wel hout, het geluid van een fluit, op koper te spelen.”

Stresskip

Vloeimans hoeft zijn instrument niet meer dagelijks op te pakken om de zenuwen over zijn blaastechniek of embouchure te bedwingen. Hij weet nu wel een beetje hoe het werkt, hoe lang pauzes van het niet-spelen kunnen zijn. „Vier dagen niet spelen op die toeter is een beetje de limit voor je lippen”, zegt hij. „Dat moet je bijhouden dus. Bij een trompet zijn het wezenlijk jouw lippen die de trilling maken. Maar in de jarenlange stress of ik het wel nog kán na een aantal dagen niet spelen heb ik geen zin meer. Daar was ik echt een stresskip over.”

Het onder trompettisten beruchte gevaar dat ze hun lip kapot blazen is hem niet vreemd. „Elke trompettist maakt wel eens mee dat het te koud was buiten en dat je door je bek heen gaat. Of een koortslip. Ik gaf een serie duoconcerten met de Britse jazzpianist John Taylor. Ik hoorde een rare fffff-klank bij mijn klank. Had ik weer zo’n dikke herpesbult op mijn lip. Vreselijk.”

Hoe verder hij komt in de muziek des te rustiger het wordt. In het begin van zijn carrière wil je het hardste, weet hij nog. Het hoogste. Het vetste succes. Veel klussen nam hij aan waarvan hij later dacht, wat sta ik hier nou te doen. „Trompet is al gauw een beetje porno-instrument. Het gaat hoog en hard en veel. En wat vinden de mensen leuk: als er vijf blazers op een rij een wedstrijdje doen. Nu ik ouder ben studeer ik niet meer voor de hoogste noot. Het is voor mij veel meer om verinnerlijking gaan draaien. Het belichamen van je instrument.”

„Die muziek, je hoeft het verder niet te begrijpen. Gewoon binnen laten komen. Dat zeg ik ook altijd tegen mijn vader als hij weer eens komt luisteren. Muziek is de woorden voorbij.”

Viento Zonda is nu uit. Voor tournee zie: ericvloeimans.nl

    • Amanda Kuyper