Straattaal en dooddoeners in de schoen

Ewoud Sanders

Dat de Sint is gearriveerd, is niet alleen te merken aan de gemoedelijke en vrolijke sfeer in ons land, maar ook aan de taalboeken die de afgelopen weken zijn verschenen. Die zijn voor in de schoen of voor onder de kerstboom, want ik heb de indruk dat steeds meer mensen de voorkeur geven aan de betrekkelijke rust van Kerst.

Er verscheen ook een nieuw taalspel, Het dooddoeners kwartetspel, gemaakt door Kees Moerbeek (12,50 euro, exclusief verzendkosten, te bestellen bij iederznvak.nl). Het heeft twaalf rubrieken, van ‘Woorden van troost’ („Het kan altijd nog erger”) tot ‘Conclusies’ („Toe maar! Zo kan ie wel weer”). In de rubriek ‘Politiek’ vinden we drie dooddoeners óver politici (o.a. „Zakkenvullers, dat zijn het!”) en eentje die afkomstig lijkt te zijn van een politicus: „Mag niet van Brussel!” Bij een nieuwe editie zou „Ja, dus?” of „En, dus?” toegevoegd kunnen worden, want die heb ik onlangs opgetekend uit de mond van Klaas Dijkhoff en Mark Rutte.

De Groningse taalkundige Siemon Reker onderzoekt de taal van politiek Den Haag sinds 1950 in Dat gezegd hebbend (360 blz., 26,50 euro). Na een inleiding volgen 750 alfabetisch geordende stukjes, van aan de slag tot zwerfzwangere (in 2001 gemunt door Agnes Kant).

Reker merkt onder meer op dat woorden als deswege, mitsgaders en het fraaie schuimklopperij in de Kamerdebatten in onbruik raken. Anderzijds stijgt het gebruik van volkstaal (bezopen, mot, zeiken) en tussenwerpsels als allemachtig, ammehoela, ammenooitniet, blablabla, gut en hatsiekiedee.

Jiska Duurkoop beschrijft in Straatpraat. Hoe moderne straattaal Nederland verenigt en verdeelt (200 blz., 19,99 euro) de taal van voornamelijk Haagse en Amsterdamse jongeren. Woorden als fittie, patta’s, mattie en doekoe werden aanvankelijk gezien als een vorm van verloedering, inmiddels zijn ze bij velen bekend (betekenis: ruzie, schoenen, maatje en geld). Jongeren verzinnen steeds nieuwe woorden, want straattaal is een soort geheimtaal die de groepsband moet versterken. Duurkoop schrijft over een boeiend onderwerp, maar haar schrijfstijl moet je liggen („Ik stelde mezelf op de springplank richting het afstuderen” etc.).

Met Kids, koffietjes, comfortzone. Waarom taal soms irritant is (144 blz., 14,99 euro) vatten Vivien Waszink en Laura van Eerten vijf jaar inzendingen samen van de verkiezing ‘Weg met dat woord!’. In 2013 werd kids weggestemd, in 2014 oudjes en zo verder, maar kids bleef maar terugkomen en de inzendingen raakten vervuild, onder meer doordat Tilburgse activisten al hun vrienden mobiliseerden om het woord stadsverwarming weggestemd te krijgen. Het ergerlijkst vinden veel mensen, zo vatten de auteurs hun bevindingen samen: onnodig Engels, kantoortaal, een overdaad aan verkleinwoorden (stukjes, dingetjes), bepaalde woorden uit de jongerentaal (zoals dude) en taalfouten („je bent niet de enigste”).

Het best en boeiendst vind ik zelf U als scheldwoord en andere taalverschijnselen (144 blz., 12,50 euro) van Marc van Oostendorp. Het gaat om een (bewerkte) selectie van stukken die Van Oostendorp schreef voor het onlinetijdschrift Neerlandistiek en het maandblad Onze Taal. Van Oostendorp leest en luistert goed en geeft antwoord op allerlei interessante en originele taalkundige vragen. Zoals: waar komt de s vandaan in „veels te goed”? Wat is het verschil tussen een kutding en een kut ding? En is mwah het nieuwe tsja?

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders