Oudere migranten voelen zich minder gezond dan autochtone Nederlanders

Migranten voelen zich minder gezond, zijn lager opgeleid en komen minder makkelijk aan het werk dan autochtone Nederlanders. Maar onder jongeren worden de verschillen steeds minder groot.

Archiefbeeld. Foto Robin Utrecht

Nederlanders met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond voelen zich minder gezond dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Dit geldt het sterkst voor de eerste generatie migranten. De tweede generatie Marokkaanse en Turkse Nederlanders voelt zich veel gezonder dan de eerste generatie.

Dit staat staat in het Jaarrapport Integratie 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS kijkt elke twee jaar naar ontwikkelingen van Nederlanders met een migratieachtergrond op het gebied van onder meer onderwijs, arbeidsmarkt, gezondheid, criminaliteit en relatievorming. In grote lijnen valt op dat de jongere generaties migranten in veel opzichten steeds meer op hun autochtone leeftijdgenoten gaan lijken.

Nederland wordt steeds meer een migratieland - 23 procent van de Nederlandse bevolking heeft een migratie-achtergrond, ruim de helft van deze groep is niet in Nederland geboren. Tussen januari 2015 en 1 januari 2018 nam het aantal inwoners met een Nederlandse achtergrond met 26.000 af. Er kwamen 306.000 migranten bij, het grootste deel vluchtelingen uit Syrië.

Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse Nederlanders hebben vaker ernstig overgewicht dan mensen zonder migratieachtergrond, een van de redenen waardoor ze zich minder gezond voelen. De eerste generatie kampt vaker met obesitas dan de tweede generatie – dat heeft ook te maken met de leeftijd: ouderen hebben over het algemeen vaker ernstig overgewicht dan jongeren.

Trouwen en kinderen

Nederlanders met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond trouwen steeds later. Ook krijgen ze op latere leeftijd dan hun ouders hun eerste kind. Zij volgen hiermee de trend die al door stellen met een autochtone stellen was ingezet. Alleen vrouwen van Antilliaanse afkomst blijven op jonge leeftijd kinderen krijgen.

Relaties onder mensen met een migrantenachtergrond blijken even stabiel als die van stellen met een autochtone achtergrond, viel het CBS op:

“Bijna driekwart van de stellen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond is na twaalf jaar nog bij elkaar. Dat is even vaak als stellen met een Nederlandse achtergrond.”

Het CBS keek naar alle stellen die in 2003 trouwden of ongehuwd gingen samenwonen. Twaalf jaar later bleek dat bijna driekwart van de paren van Turkse of Marokkaanse achtergrond nog bij elkaar is. Dat is even vaak als koppels met een Nederlandse achtergrond. Stellen met twee partners van Surinaamse of Antilliaanse herkomst scheiden vaker. Na twaalf jaar was ongeveer de helft uit elkaar.

Relaties tussen een man met een Turkse of Marokkaanse achtergrond en een vrouw met een Nederlandse achtergrond blijken het minst stabiel. Van deze stellen is na twaalf jaar nog iets meer dan veertig procent bij elkaar. Gemengde stellen van een Turkse of Marokkaanse vrouw en een man met een Nederlandse achtergrond komen minder vaak voor, maar eindigen minder vaak in een scheiding. De stabiliteit van deze relaties varieert van 55 procent (Marokkaanse vrouw, Nederlandse man) tot 67 procent (Turkse vrouw, Nederlandse man).

Werk en opleiding

Autochtone Nederlanders zijn nog steeds gemiddeld een stuk hoger opgeleid dan Nederlanders met een migrantenachtergrond. Met name Turkse Nederlanders, en in mindere mate ook Marokkaanse Nederlanders, blijven achter. Maar ook hier is onder jongeren een omslag te zien: kinderen met een Surinaamse, Marokkaanse, Antilliaanse of Turkse achtergrond kregen in 2017 een vaker een havo/vwo-advies in groep acht van de basisschool dan in 2015. Vooral de Turks-Nederlandse kinderen zijn bezig met een inhaalslag.

Driekwart van de autochtone beroepsbevolking heeft werk. Dat geldt ook voor Nederlanders met een Poolse achtergrond. Migranten met een niet-westerse achtergrond hebben vaker een uitkering dan autochtone Nederlanders. Vluchtelingen die de afgelopen jaren naar Nederland kwamen, leven vrijwel allemaal van een uitkering.

Ook hier weer signaleert het CBS dat de tweede generatie vaker aan het werk is dan de eerste generatie en dus minder vaak een uitkering aanvraagt. Wel is de kans groter dat er ooit een uitkering nodig zal zijn groter voor mensen met een migrantenachtergrond.

Doordat kinderen van migranten vaker werken, en ook betere banen krijgen, stijgt gemiddeld hun inkomen. Autochtone Nederlanders verdienen nog steeds het meest. Bij de jongere generaties worden de verschillen kleiner. Wel is het nog altijd zo, zei socioloog Tanja Traag tijdens de persconferentie, dat bij gelijke kwalificaties jongeren met een migrantenachtergrond minder vaak worden aangenomen.

    • Sheila Kamerman