Emily Pethick, de nieuwe directeur van de Rijksakademie.

Foto Nick Somers

‘Ook de Rijksakademie zou als instituut sociale banden aan kunnen halen’

Interview

Dit weekeinde zijn de jaarlijkse ‘open ateliers’ van de Rijksakademie. De nieuwe directeur, de Britse Emily Pethick, wil de postacademische instelling ook de rest van het jaar vaker openstellen voor het publiek.

‘RijksakademieOPEN’, zo heet het jaarlijkse weekeinde in november waarin de deuren van de voormalige cavaleriekazerne aan de Amsterdamse Sarphatistraat heel even opengaan voor het publiek. Dan laten de 45 kunstenaars, de zogenaamde ‘residents’, aan de buitenwereld zien waar zij het hele jaar aan hebben gewerkt. Waarna de deuren van hun ateliers weer net zo hard worden dichtgeslagen. Want de rest van het jaar is de Rijksakademie een gesloten bolwerk, waar de kunstenaars ongestoord en zonder druk van de markt kunnen werken.

Als het aan de nieuwe directeur Emily Pethick ligt, gaan die gesloten deuren voortaan op een kiertje. De goedlachse Britse curator, die hiervoor tien jaar directeur was van de Londense kunstruimte The Showroom, wil van de Rijksakademie een open organisatie maken, met een programma dat ook voor het publiek toegankelijk is. „Wat ik als buitenstaander zie”, zegt ze eufemistisch, „is dat de persoonlijkheid van deze instelling niet zo schittert als die zou kunnen. De communicatie kan beter. We zouden meer kunnen delen. Want deze plek is geweldig, en dat moet meer naar buiten uitgedragen worden.”

Wat is er zo geweldig aan de Rijksakademie?

„Er is zoveel kennis binnen de muren van dit gebouw. In de eerste plaats is er de creativiteit van alle kunstenaars. Maar er zijn ook technische werkplaatsen, kunstenaar-adviseurs en technische specialisten. De nadruk ligt vaak op de individuele kunstenaars en hun persoonlijke carrière, maar ik zie het meer als een ecosysteem, een gemeenschap, waar uitwisselingen plaatsvinden op het gebied van kennis. Die samenwerkingen zijn uniek en vormen het hart van de Rijksakademie.”

Maar alles gebeurt binnen die muren, en het publiek mag maar drie dagen per jaar komen kijken.

„Dat willen we gaan veranderen. Er komen bijvoorbeeld veel interessante gasten op de Rijksakademie voor lezingen en atelierbezoeken. Dat willen we meer gaan delen met het publiek. Bij publieke events krijg je een gespecialiseerd publiek in huis dat ook kennis inbrengt, vragen stelt. Dat maakt zo’n plek voor de kunstenaars automatisch veel dynamischer. Die sociale component is ook belangrijk.”

Er komt dus geen vaste expositieruimte met dagelijkse openingstijden?

„Voorlopig niet. We moeten eerst zien wat er logistiek en financieel haalbaar is. Bij The Showroom hadden we ook nauwe banden met onze wijk. Daar werkten we bijvoorbeeld samen met het verzorgingshuis aan de overkant, waar mensen met dementie woonden. Samen hebben we een tuin aangelegd met medicinale planten. Ook de Rijksakademie zou als instituut die sociale banden aan kunnen halen. Connecties maken, zonder dat je meteen alle deuren wagenwijd openzet. Ik zie het meer als binnenweggetjes, bruggetjes, waarbij specifieke groepen mensen worden uitgenodigd om een bijdrage te leveren.”

Hoe zit het met de internationale uitstraling?

„Die blijft. Ik zie de Rijksakademie als een belangrijke hub in de internationale kunstwereld. We hebben een geweldig netwerk van alumni. Er zijn diverse kunstenaars die hier hebben gewerkt en vervolgens in hun eigen land ook weer initiatieven opzetten. Zoals Ade Darmawan, die in Jakarta een school heeft opgezet, of Marcel Pinas, die in Suriname een festival is begonnen. De Rijksakademie steunt kunstenaars uit delen van de wereld waar weinig steun voor hen is en die vaak geen aansluiting hebben tot het educatiesysteem. De kunstenaars die hier werken, leggen in die twee jaar, relaties voor de rest van hun leven.”

‘Berlijn is een grote magneet, maar er zijn ook kunstenaars naar Rotterdam vertrokken’

Pethick kent de Nederlandse kunstwereld goed. Van 2005 tot 2008 was ze directeur van de Utrechtse kunstruimte Casco. Ook was ze een van de onderzoekers die in opdracht van het Stedelijk Museum onderzoek deed naar een nieuwe kunstinstelling die de opvolger zou moeten worden van het in 2016 gesloten SMBA. „Ik heb in 2016 en 2017 veel tijd in Amsterdam doorgebracht om met mensen uit de kunstwereld te praten. Dat gaf me veel inzicht in het lokale kunstlandschap. Dus het voelt logisch om die kennis nu te gaan gebruiken.”

De conclusie uit dat rapport was dat er in Amsterdam een speler ontbreekt in het middenveld: een schakel tussen het Stedelijk Museum en de presentatie-instellingen. Hoe staat het nu met de plannen daarvoor?

„Het Stedelijk had zijn eigen bestuurlijke crisis, waardoor ons plan is blijven liggen. Dat is best jammer, want er stonden goede ideeën in. Amsterdam kent veel grote musea en een aantal kleine kunstinitiatieven, maar uit ons onderzoek bleek dat er grote behoefte is aan een plek in het middensegment. Er moet een plek komen voor de lokale kunstenaars. Voor kunstenaars van de Rijksakademie was het SMBA vroeger de plek waar zij hun eerste solo hadden. Die leegte wordt erg gevoeld.”

Is de Amsterdamse kunstwereld erg veranderd, sinds de tien jaar dat u weg was?

„Door de bezuinigingen zijn er veel instellingen omgevallen of, zoals De Appel, van focus veranderd. Ook de stad zelf is erg veranderd, en internationaler geworden. Het voelt nu veel dichter bij Londen, economisch gezien. Ook valt me op dat veel kunstenaars de stad verlaten hebben. Berlijn is een grote magneet, omdat het daar nog betaalbaar is. Maar er zijn ook kunstenaars naar Rotterdam vertrokken. Dat zal nog een grote uitdaging worden, om de lokale kunstenaarsgemeenschap hier te houden.”

RijksakademieOPEN. 23 t/m 25 nov. Sarphatistraat 470, Amsterdam. In het weekeind zijn er gratis rondleidingen. Catalogus 7 euro. Inl: rijksakademie.nl
    • Sandra Smallenburg