Recensie

Museum Prado in Madrid viert tweehonderdste verjaardag

Jubileum 200 jaar Prado

Het Prado museum in Madrid is deze week op de 199ste verjaardag alvast begonnen met het vieren van het tweehonderdjarig bestaan.

De Velázquez zaal van het Prado, ca. 1900-1907. Foto Alberto Otero Herranz

Bescheiden, maar toch groots. In een tocht door acht tijdzones krijgt de bezoeker van de expositie Museo Del Prado 1819-2019, Un lugar de memoria (‘Een plaats van herinnering’) een bijzondere inkijk in de 200-jarige geschiedenis van het museum. Het statige gebouw aan de Calle Ruiz de Alarcón in Madrid is volgens conservator Javier Portús veel meer dan een onderkomen van museum. „El Prado is onderdeel geworden van de Spaanse identiteit. Deze expositie gaat dus over de geschiedenis van alle Spanjaarden”, stelt hij trots.

De leiding van El Prado besloot het jubileum te vieren met verschillende tentoonstellingen, te beginnen met het verhaal over de historie van het kunstmuseum zelf. Later volgen andere exposities en activiteiten. Zo opent op 25 juni een tentoonstelling over de Spaanse en Nederlandse schilderkunst uit de zestiende en zeventiende eeuw die het Prado samen met het Amsterdamse Rijksmuseum maakt. Vanaf 11 oktober is deze expositie in Amsterdam te zien.

De chronologische wandeling door de tijd is op dezelfde plek ingericht waar twee jaar geleden Jeroen Bosch schitterde. Dat was één van de best bezochte exposities ooit van het museum dat op 19 november 1819 met ruim driehonderd schilderijen begon als het Real Museo de Pintura y Escultura.

Bernardo López Piquer, oprichtster van het Prado Museum María Isabel de Braganza (1829) Foto Federico Pérez/Prado

Het huidige El Prado heeft een omvangrijke collectie met duizenden kunstwerken van de veertiende tot de negentiende eeuw. Vorig jaar was het met 2,8 miljoen bezoekers nummer 18 op de lijst van best bezochte musea ter wereld.

De bezoeker van de tentoonstelling komt vrijwel direct oog in oog te staan met María Isabel de Braganza. Zij schittert op een schilderij van Bernardo López Piquer uit 1829. Deze voormalige koningin van Spanje (1816-1818) wordt gezien als grondlegger van het museum dat vanaf 1833 Museo Nacional de la Trinidad gaat heten.

Pablo Picasso, Las Meninas (1957) Foto Gassul Fotografia/ Museu Picasso, Barcelona

Bij de opening op 19 november, de 199ste verjaardag van het Prado, zagen Koning Felipe VI en koningin Letizia hoe het museum speelt met verschillende topschilders en hun werken. Zo hangt naast ‘de naakte maja’ van Francisco de Goya (1797-1800) een variant van Pablo Piscasso uit 1964. Het doek is uitgeleend door het Israel Museum in Jeruzalem.

Museo Del Prado 1819-2019 besteedt uiteraard ook aandacht aan de grote Spaanse schilder Diego Velázquez, wiens Las Meninas(1656) hét topwerk van het museum is. Het schilderij zelf maakt geen deel uit van de expositie, maar wel een prachtig werk van Picasso uit 1957 die drie eeuwen later zijn versie van ‘De Hofdames’ gaf.

Diego Velázquez, Las Menias (1656), wel in het museum, niet op de tentoonstelling over het 200-jarig bestaan. Foto Museo del Prado

Op de openingsexpositie laat het Prado, naast werken van El Greco, Rogier van der Weyden, Hans Memling en Joan Miró, ook de donkere kant van de geschiedenis zien. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939)weren er op 6 november 1936 negen bommen op het gebouw gegooid. Een deel van zo’n bom ligt op de tentoonstelling. De waardevolle collectie kon worden gered en werd geëvacueerd naar onder meer Genève. Tijdens de dictatuur van Franco (1939-1975) keerden de werken terug naar het Nationale Museum dat in 2019 meer dan drie miljoen bezoekers hoopt te verwelkomen.

    • Koen Greven