Hans Kox is „geboren in de verkeerde tijd”.

Foto Annelies van der Vegt

Het gaat Kox alleen om componeren

Interview

In de luwte componeerde Hans Kox (88) aan een ontzagwekkend groot oeuvre, dat geleidelijk weer meer belangstelling krijgt. Zaterdag voert het Jenufa Kwartet zijn strijkkwartetten uit.

Natúúrlijk componeert Hans Kox nog. „Heeft u reden om te denken dat dat niet zo zou zijn?”, riposteert hij strijdbaar, met ogen die glimmen van plezier. Hij is oud, geeft hij toe, achtentachtig om precies te zijn. Maar van een welverdiend pensioen wil hij niks weten.

Hans Kox (Arnhem, 1930) heeft een bewogen loopbaan in het Nederlandse muziekleven gekend. Van een bliksemstart in de jaren vijftig, toen hij omarmd werd als groot talent, via het dieptepunt van 1974, toen zijn eerste opera Dorian Gray in de pers werd afgemaakt als traditionalistisch maakwerk, tot de herontdekking van zijn oeuvre vanaf de jaren negentig. Jaap van Zweden was laaiend enthousiast over Kox’ Vijfde symfonie, die hij in 2008 dirigeerde in het Concertgebouw. Zaterdag 24 november speelt het Jenufa Kwartet in het voormalige stoomgemaal De Cruquius in de Haarlemmermeer de drie strijkkwartetten van Kox.

Als veertienjarige maakte Kox de Slag om Arnhem mee. Nog altijd ziet hij de parachutisten voor zich, als insecten uit de hemel dwarrelend. Het geluid van de bommen vergeet hij nooit meer. De stad werd geëvacueerd, het gezin Kox liep met achterlating van alles naar verwanten in Deventer. Kox zou zijn ervaringen later verklanken in een ‘Oorlogsdrieluik’, met als slotdeel de indrukwekkende Anne Frank Cantate.

Geboren in de verkeerde tijd

Het is hem nagedragen: grote onderwerpen, pathos, loden ernst. Terwijl zijn generatiegenoten (de avant-garde van Boulez en Stockhausen, de ‘Notenkrakers’ in eigen land) een nieuw begin nastreefden, kon en wilde Kox het verleden niet negeren. Een telefonische rondgang langs kenners van zijn oeuvre levert het beeld op van een componist die is „geboren in de verkeerde tijd”, zoals musicoloog en Kox-biograaf Bas van Putten het verwoordt: „Hij had geen affiniteit met de opkomende avant-garde en heeft het tij ontzettend tegengehad.”

Zijn oeuvre is „misschien te groot”, zegt Van Putten, „maar de topstukken zijn ook echt topstukken. Neem het Derde vioolconcert – dat is afgrijselijk goede muziek van internationaal niveau.” Van Putten vraagt zich af wat er zou zijn gebeurd als Kox niet in Arnhem maar net over de grens was geboren: „Dan had hij in de lijn van Hans Werner Henze en Aribert Reimann gestaan” – grote én populaire Duitse componisten.

Davo van Peursen, directeur van muziekuitgeverij Donemus: „Het muziekestablishment is sinds die tijd erg veranderd. Jan van Vlijmen en Peter Schat hoor je niet meer. Je kunt zeggen dat Hans Kox gelijk heeft gekregen.” Van Peursen brengt ook goed nieuws: het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor gaan in juni de nooit uitgevoerde Zesde symfonie van Kox op cd zetten.

Vorige zomer overleed Kox’ tweede echtgenote, Hélène. Sindsdien woont hij alleen in een Haarlems herenhuis, een frêle gestalte tussen donkere meubels. Als je zijn muziek hoort verwacht je een sterke reus van een kerel, zegt Van Putten, die oppert dat Kox is „opgebrand in schoonheidsdrang”. In de tuin houdt kat Alban, vernoemd naar componist Alban Berg, audiëntie voor de buurpoes.

„Niks”, zegt Kox gedecideerd op de vraag wat hij met zijn muziek hoopt te bereiken. Het gaat om het componeren: het componeren, een woord dat in zijn mond een haast mythische klank heeft, is zijn eigen doel. De muziek zichzelf tot uitdrukking laten brengen, zo goed en precies mogelijk, dat is de telkens terugkerende worsteling.

Plotsklaps gemarginaliseerd

Ondanks het publieke succes van Dorian Gray trok Kox zich de kritiek indertijd zeer aan en verdween hij uit beeld; hij voelde zich, na een bloeiende carrière van twintig jaar, plotsklaps gemarginaliseerd. Hij was juist aangesteld als artistiek directeur van het Concertgebouworkest, wat zeker zal hebben meegespeeld: sympathisanten van de Notenkrakers waren bang dat Kox in die positie een belemmering voor de moderne muziek zou vormen. Kox gaf zijn aanstelling terug. Later was hij nog adviseur van het Noordhollands Philharmonisch Orkest en doceerde hij compositie aan het Utrechts Conservatorium, waar de latere Componist des Vaderlands Willem Jeths tot zijn leerlingen behoorde.

„Hij had het gevoel dat hem onrecht was aangedaan. Simeon ten Holt werd in die tijd ook neergesabeld, maar die kon zich daar makkelijker overheen zetten”, zegt Van Peursen.

Inmiddels zijn de rookwolken allang opgetrokken en staan de zaken er anders voor. De avant-garde is oud geworden en bijgezet in het uitzinnige mausoleum van de twintigste-eeuwse muziek. Toegankelijk en welluidend zijn niet langer scheldwoorden, en wie tegenwoordig naar Kox’ werk luistert hoort vitale, driftige, melodieuze en vaak ook stekelige muziek die, gedwongen te kiezen, eerder modern dan ouderwets moet worden genoemd.

De steen des aanstoots was lange tijd alleen een naam: hoewel Dorian Gray na de première in 1974 nog reprises kende in 1977 en 1982 – uitzonderlijk voor een Nederlandse opera en een teken van het publiekssucces – hadden slechts weinigen de muziek ooit gehoord. Daar kwam verandering in toen in 2012 opeens een cd-uitgave verscheen op het label Attacca van Sieuwert Verster.

Verster, die al eerder werk van Kox had uitgebracht, zag de opera in 1974 als student en vond het een „ontzettend goed stuk”. Hij werd daarin bevestigd toen hij later toevallig een opname te horen kreeg. „Ik had de indruk dat Kox onrecht was aangedaan”, zegt Verster, verwijzend naar de felle premièrerecensies. De ontvangst van de Dorian Gray-cd was juist opvallend positief. Wat in 1974 nog als aanstootgevend kon gelden, bleek nu een goedgemaakte, toegankelijke en zelfs meeslepende opera.

Peter Mookhoek, oprichter van de Cruquius Concerten, heeft Kox „geadopteerd” en programmeert zijn muziek ieder jaar. „Dat zijn de enige concerten waarbij de zaal niet vol zit. Mensen zijn huiverig voor hedendaagse muziek. Maar vaste bezoekers die toch een keer komen, zijn steevast enthousiast. Wie houdt van de strijkkwartetten van Bartók, Janácek en Sjostakovitsj, moet zeker ook naar Hans Kox luisteren”, zegt Mookhoek.

Strijkkwartetten van Hans Kox door het Jenufa Kwartet, 24 nov Museum de Cruquius, Haarlemmermeer. Inl: www.cruquiusconcerten.nl
    • Joep Stapel