De slag om de moeilijke jongere

Jeugdzorg Gemeenten willen de jeugdzorg vernieuwen. Is dat slim als het de zorg voor de moeilijkste jeugd betreft? De rechter moet oordelen.

Sportvelden en creatieve ruimte in de gesloten instelling Transferium, die ‘haar’ jongeren dreigt te verliezen. Foto’s Olivier Middendorp

Stel: de moeilijkste tieners van een provincie kunnen terecht in een goede instelling. Jongeren die zijn weggelopen uit hun vorige instellingen en scholen. Die psychiatrische problemen hebben, loverboyslachtoffer zijn, drugsverslaafd – of alle drie tegelijk. In deze gesloten instelling is er plek voor hen allemaal. Een jongen die aan niets en niemand hecht behalve aan zijn witharige chihuahua, is welkom mét hond. Hij en de zeventig andere tieners wonen in groepen van negen in huizen met kliko voor de deur. Ze gaan naar school op het terrein zelf. Ouders kunnen twee keer per dag langskomen, en mogen mee koken met hun kinderen. Jongeren en ouders zijn tevreden, en ook medewerkers, jeugdrechtadvocaten, kinderrechters en gemeenteambtenaren.

Stel: zo’n instelling is er. Zou je dan moeten verlangen dat zulke jongeren naar een ándere instelling gaan?

Die vraag is aan de orde van de dag in Noord-Holland. Want de instelling bestaat – inclusief chihuahua. Transferium, in Heerhugowaard. De achttien gemeenten in de regio Noord-Holland Noord schreven dit jaar een aanbesteding uit. Zodat meerdere instellingen konden meedingen naar de gesloten jeugdzorg voor hun jongeren vanaf 2019. Zo hoopten de gemeenten de „beste kwaliteit voor onze jongeren” te bereiken. Winnaar van de voorlopige gunning werd Horizon, een instelling met wortels in Zuid-Holland. Horizon kwam „meer tegemoet” aan de „inkoopwensen”.

Kort geding

Voor Transferium kwam dit nieuws als een schok. „We zijn wakker geworden in een rare wereld”, zegt directeur Vrank Post, die de instelling in 2010 oprichtte. Hij heeft een kort geding aangespannen tegen de gemeenten om het besluit terug te draaien – de zaak dient deze woensdagmiddag.

Plots wankelt Transferium. Weliswaar blijven de zeventig jongeren waarschijnlijk bij Transferium tot hun behandeling is afgelopen – dat willen alle betrokkenen. Maar verder is de toekomst ongewis. Regio Noord-Holland-Noord is hofleverancier van jongeren: zo’n driekwart van de Transferiumbewoners komt uit die regio. Blijven die weg, dan vreest Post voor de teloorgang van een „klont expertise” rond „de moeilijkste kinderen”: de school dreigt te verdwijnen, therapeuten zullen vertrekken, het regionale netwerk met andere jeugdzorg-organisaties zal „afbrokkelen”.

En wat komt daarvoor in de plaats, vraagt Post zich af. Horizon wil in Noord-Holland twee kleinschalige voorzieningen opzetten. Maar kunnen daar ook de allermoeilijkste kinderen terecht? Post denkt van niet. „Die terroriseren zo’n kleinere plek.” Zijn nachtmerrie: dat deze kinderen worden „doorgeplaatst” naar de zwaarste gesloten locatie van Horizon: in Harreveld, vlak bij Duitsland.

Ook jeugdrechtadvocaten vrezen dat de jongeren „elders in het land” terechtkomen: te ver weg voor geregeld contact met ouders, broertjes, zusjes en advocaat. Via Kamervragen bereikte de kwestie ook minister Hugo de Jonge (VWS, CDA).

Minder zorg tussen de muren

Maar de onrust alleen vertelt slechts het halve verhaal. Wat zich hier aftekent zijn de gevolgen van de beproeving waar alle gemeenten en heel de jeugdzorgsector zich voor geplaatst weten. De jeugdzorg moet vernieuwen. Dat is de opdracht die gemeenten van het Rijk hebben meegekregen toen het in 2015 de jeugdzorg overhevelde naar lokaal niveau. Minder zorg tussen de muren van specialistische instellingen, meer zorg ‘dichtbij huis’, een groter beroep op de verantwoordelijkheid van jongeren en ouders. Veelgehoorde kritiek van kenners is dat vernieuwing van de sector te weinig van de grond is gekomen.

Die kritiek hebben de Noord-Hollandse gemeenten serieus genomen. Transferium scoort ruim voldoende, zeggen zij, maar Horizon voldoet meer aan hun „innovatiewensen” en „transformatie-doelstellingen”.

Bestuurder van Horizon Krijnie Schotel begrijpt de „emoties” van Transferium, ouders en advocaten. Maar ze vindt het „kwalijk dat mensen niet reageren op feiten”. Er worden „beelden neergezet alsof die de waarheid zijn. Over de hoofden van kinderen heen. Dat is spijtig.” Twee locaties voor elk zo’n dertig jongeren wil Horizon bouwen, vertelt ze. In Noord-Holland en nergens anders. Horizon heeft er ervaring mee: hun gesloten instelling in Sassenheim, voor ruim honderd jongeren, is overgegaan in twee kleinere plekken in Den Haag en Rotterdam. Rust creëren, dat is prioriteit één. „Want jongeren komen vaak in een crisissituatie binnen.” Snel daarna „bouwt” Horizon een „grote kring” om de jongere heen: ouders, jeugdbeschermer, behandelaar, een mentor aangedragen door de jongere zelf. Centrale vraag: waar wil de jongere aan werken? Eerst traumabehandeling? Doen we. Naar school en tegelijk behandeld? Prima, wees welkom op Horizons ‘School 2 care’ waar jongeren én les krijgen én aan zichzelf werken – zo’n school komt er ook in Noord-Holland. Op jezelf wonen? Dat kan in een eigen studio en professionals helpen je bij het werken aan zelfstandigheid. Inzoomen op ieders individuele ontwikkeling, dát is de kern. En kleinschaliger plekken zijn juist veiliger, zegt Schotel. „Want dan ken je elkaar, en kom je elkaar overal tegen.” De echt moeilijke kinderen gáán niet naar Harreveld. „Tenzij we samen met de jongere, ouders en het netwerk besluiten dat het nodig is er een hoogspecialistische behandeling te volgen.”

Horizon vertrouwt op de eigen visie. De Noord-Hollandse gemeenten vertrouwen op Horizon. En Transferium? Dat vertrouwt op het „gezonde verstand” van de kortgedingrechter.

    • Ingmar Vriesema