De ontdekkingsreis van Jungle By Night

Reportage

De nieuwe nummers van Jungle By Nights vijfde album, Livingstone, zijn minder vol en dansvloervriendelijker. „Het gaat minder alle kanten op.”

Jungle By Night in de studio (een oude boerderij) in Drenthe, voor de opnames van hun nieuwe album Livingstone. Foto Kiki Reijners

‘Dat Oceanic zijn dj-set in De School afsloot met ‘Spending Week’ was natuurlijk heel nice”, zegt Jungle By Night-percussionist Tienson Smeets in een repetitieruimte achter het Skatecafé in Amsterdam. „Het is toch heel vet als je ergens komt en een dj draait je track. Wij wilden dat onze muziek ook voor zo’n vet geluidssysteem geschikt zou zijn.”

Met hun vijfde album Livingstone, afgelopen week uitgekomen, wil Jungle By Night de club in. Dat wil zeggen dat de negenkoppige band die acht jaar geleden als een groep tieners begon – nu tussen de 23 en 30 jaar – nu nummers wil maken die niet alleen live dansvloer-vriendelijk zijn. Waar hun eerste albums leunden op Ethiopische jazz, afrobeat en highlife, is nu het aandeel disco vergroot. Op Livingstone is de band opgeschoven naar een meer gestroomlijnde sound. Nog steeds klinken de nummers exotisch en organisch, maar je hoort ook een horror-orgel (‘Hurn in Bell’) en dreigende synthesizerfunk (‘Spectacles II’). „Een beetje Soulwax toch?”, zegt bassist Peter Peskens. Hij draait aan een knop op zijn nieuwe speeltje, een bassynthesizer, en het geluid vervormt tot schuivende modderlawine. „Als je dit op een groot geluidsysteem hoort, dat is toch supersick?”

Banen, diploma’s, kinderen

Twee weken voor de presentatie van hun nieuwe show en eerste optreden ooit in het Amsterdamse Carré, oefent de band in de repetitieruimte achter het Skatecafé. Er staan zeker acht grote trommels in de hoek, er slingert een gitaar in een kast en de bank ligt vol shakers. Tegenover discoschoenen aan een haakje staan werktitels op de muur: ‘Stormvogel’, ‘Spectacles’ en ‘Bruine Boon’ – die laatste is doorgekrast.

Peter Peskens.

Foto Kiki Reijners

Jungle By Night is volwassen geworden. Dat betekent: banen, diploma’s, kinderen. De een tourt een maand met Benjamin Herman (Peskens) de ander met Caro Emerald (percussionist Gino Groeneveld). Saxofonist Pieter van Exter combineert Jungle By Night met een fulltime baan. Toetsenist Pyke Pasman is aan de vooravond van hun optreden in platenzaak Rush Hour voor de tweede keer vader geworden. Van de weeromstuit raakt hij bijna de weg kwijt tijdens de synthesizersolo op ‘Hangmat’. „Pyke zit met zijn hoofd even helemaal ergens anders”, zegt gitarist Jac van Exter. „In de wolken”, grinnikt trombonist Ko Zandvliet. Twee dagen eerder, tijdens een concert op festival So What’s Next in Eindhoven, had hij al een vervanger mee voor als hij plotseling weg moest. De jongens grapten de hele nacht: „Hé, je vriendin probeert me al de hele avond te bellen.” Het was niet nodig: hij kwam op zondagochtend om half vier thuis, en twee uur later werd zijn dochter geboren. „Die baby had hij best wel chill getimed”, zegt Zandvliet, voor hij zijn trombone weer oppakt.

Stoelen gaan eruit

Een statig podium als Carré lijkt ergens een verrassende keuze. „Juist niet”, zegt gitarist Van Exter. „We willen onszelf blijven uitdagen. De stoelen gaan wel uit de zaal”, benadrukt hij. „Het is wel de bedoeling dat er wordt gedanst.”

Om dat te bewerkstelligen bouwen ze de live-versies uit met solo’s tijdens repetities. Vanavond werken ze eerst aan de blazerssolo op ‘Spending Week’, daarna wordt de percussiesolo aangepakt op ‘Spectacles II’. „Eddy de Clerq [een bekende dj, red.] zei het ook gisteren in de Rush Hour”, zegt Smeets. „De live-versies vond hij eigenlijk leuker.”

Maar, dat de nummers op plaat ‘minder vol’ zijn is een bewuste keuze. Nog steeds hoor je vet aangezette blazersharmonieën op ‘Love Boat’, een conga-solo als een mitrailleur op ‘Spending Week’ en een gitaarlijn als een sitar op ‘Stormvogel’ – maar niet meer allemaal tegelijk. „Het gaat minder alle kanten op”, zegt Peskens, die zelf als een Tasmaanse duivel door de repetitieruimte tolt. Gino Groeneveld: „Op het vorige album had ik het gevoel dat er soms te veel ideeën in een nummer zaten. Nu hebben we een nummer als ‘Hangmat’ bewust zo gelaten.” Trompettist Bo Floor vat het even samen: „Op de vorige albums waren nummers echt een reis die je meemaakt, maar je moest er wel even voor gaan zitten.”

Ko Zandvliet.

Foto Kiki Reijners

Nog steeds ontstaan de nummers uit jams; over vrijwel iedere noot wordt democratisch besloten. Maar dit keer speelden ze veel nummers al live voor ze met de opnames begonnen. Ze kozen niet voor een studio, maar trokken zich tien dagen terug in „een heel groot landhuis” in Drenthe met hun eigen geluidsman, zegt Floor. „Of nou ja, een oude boerderij”, corrigeert Jac van Exter. Op de ochtend van vertrek speelde Peskens nog de baslijn in voor ‘Love Boat’ en kwam er een boze buurvrouw aan scheuren, vertelt Gino Groeneveld. Met hoge stem: „Jongens, jullie gaan elke nacht tot vier uur door. Dat kan echt niet!”

Tijdens repetities hoor je nog de bravoure van het jongensbandje dat acht jaar geleden na een concert van Mulatu Astatke begon. Smeets danst uitdagend met een shaker naar voren en draait Peskens’ reverb-filter stiekem open; Jac lacht zijn broertje Pieter van Exter uit tijdens zijn saxofoonsolo op ‘Ja Pcies’. Wil jij misschien een soort drone neerzetten, vraagt Floor aan Jac van Exter tijdens ‘Hurn in Bell’. „De stervende walvis”, zegt Zandvliet met Polygoonstem. „De bodem van de Oceaan”, beeft iemand. „‘Help I’m dying out here’”, kermt Smeets. Later probeert hij toch nog even hamertjes in de nieuwe versie van een oude hit te krijgen (‘Atilla’). „Nee?” „Nee.”

Tegelijkertijd zijn ze bloedserieus. Er wordt uitgebreid gesproken over korte of lange versies, herhaling van een groove, of juist een break na de percussiesolo in ‘Spectacles II’. Er zijn nog opnames van een vorige versie. Die vindt Floor „niet zo nice” maar Smeets „best wel nice”. Waar moet Sonny Groeneveld er nog bij op de drumkit? „Er kan nog wel een shaker bij”, zegt Gino Groeneveld en hij stopt Pieter van Exter de West-Afrikaanse kalebas met het kralennetje in handen. „Ik blijf even in mijn comfortzone”, zegt Van Exter. Hij schudt braaf mee op de eerste tel.

Levende steen

Gino Groeneveld.

Foto Kiki Reijners

De albumtitel verwijst naar de levende steen pyriet die de albumhoes siert (een ontwerp van gitarist Jac van Exter), maar ook naar de bekende ontdekkingsreiziger die op zoek ging naar de monding van de Nijl. „Ik vond de steen op Wikipedia”, zegt Van Exter. „Daarna heb ik op allerlei manieren geprobeerd pyriet te vinden, maar geen enkele was zo mooi als deze. Via een of ander maf mineralenforum heb ik toen de fotograaf achterhaald. Hij heeft de steen gewoon opgestuurd.” De band wilde iets wat leefde maar ook strak was, net als hun muziek. Niet alleen pikten ze voortdurend nieuwe invloeden op tijdens de tournees door Japan, Turkije, Indonesië en Europa, ook zijn ze al acht jaar op ontdekkingsreis met elkaar. „Het blijft spannend: lukt het ons nog om samen iets nieuws te creëren?”, zegt Van Exter. Bewust kiezen ze ervoor om niet te werken met een zanger. „Zang kan heel bepalend zijn. Het ging ons er altijd om dingen muzikaal uit te zoeken met elkaar.”

Is er veel veranderd in die jaren samenspelen? Niet zo gek veel, zegt zijn broer Pieter bij het verlaten van de studio. En dan, na even nadenken: „We zijn rustiger geworden.” Jac van Exter valt hem bij: „Vroeger was het altijd gekkenhuis, in de bus onderweg, tijdens de soundcheck. Tegenwoordig weten we beter wanneer we elkaar moeten laten.” Pieter: „We bewaren onze energie voor op het podium.”

Jungle By Night presenteert op 24 nov hun nieuwe live show in Carré, daarna Rotterdam (29/11), Groningen (8/12) en Nijmegen (29/12). Inl: junglebynight.com

    • Rolinde Hoorntje