Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Beverwijk

Ik bezocht zaterdagavond De Grote Harrie Bannink Podcast On Tour in het Kennemertheater in Beverwijk. Met Dick van der Stoep achter de piano, zanger Frank Groothof en Gijs Groenteman als verteller over het leven van componist Harry Bannink. Vooraf ging ik uit eten met de verteller want dat is een goede vriend.

Hij zei ‘laten we het simpel houden’ en stapte een op het oog eenvoudig lokaal binnen. We gingen zitten, de serveerster zei: „Het woord eenvoudig kennen we hier niet meer.”

Bleken we een concept met kleine hapjes, wonderlijke smaakcombinaties en samen delen te zijn binnengelopen. Te modern voor Beverwijk en ook voor mij want ik haat het om met een vork te strijden om drie huisgemaakte dimsum, gevuld met draadjesvlees want fusion.

Vanwege die vriendschap met Groenteman wist ik ongewild al te veel van Harry Bannink.

„Wat zou Harry Bannink van dimsum met draadjesvlees gevonden hebben?”, vroeg ik.

De grote zaal was niet uitverkocht, maar ik zat er toch lekker achter drie dames van wie er één me na drie liedjes verbood om nog langer te bewegen wegens te lange benen. De voorstelling duurde ongeveer 35 liedjes, met tussendoor een pauze om even op adem te komen.

De componist en de mens Harry Bannink kwamen tot leven, het benauwde me.

Dat bijzonder zijn, maar tegelijkertijd dat burgermansbestaan.

Saaier dan doorsnee.

Misschien juist wel daarom componeerde hij al die duizenden liedjes. Ik moest terwijl ik daar zat, de benen in de raarste bochten gevouwen, hevig aan mijn vader denken, die net als Harry Bannink ook altijd binnen de lijntjes kleurde. Helaas was hij geen genie, al deed ook hij zijn uiterste best om het bijzondere in het gewone te zien. Hij fietste duizenden keren naar kantoor met een broodtrommel onder de snelbinders en maakte ons en zichzelf wijs dat iedere dag anders was. Met de strenge winter van 1979, toen hij gewoon door een sneeuwstorm naar kantoor fietste en als enige van de afdeling wel op tijd de werkplek bereikte, kon hij lang vooruit. Citaat dat mijn moeder, het was toen nog Koude Oorlog, er dan altijd overheen klapte: „Al gooien ze de atoombom, Wil is op tijd op zijn werk.”

De ogen dicht, Frank Groothof die ‘Onder de appelboom’ zong en dan mijn vader instemmend zien knikken. ‘Ja, ik ben altijd op tijd.’ Met terugwerkende kracht een steek in mijn maag.

Mocht hij in een ander leven ooit nog Beverwijk aandoen dan weet ik nog wel een restaurant. Taco’s gevuld met bloemkool, hij zou het een avontuur vinden. Een muziekje van Harry Bannink eronder en klaar, liefst met tekst van Hans Dorrestijn.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen