Balkanveteraan zong ‘Let it go’ en werd een held

Oorlogsveteraan Edwin Vermetten

Edwin Vermetten (45) werd wereldnieuws toen hij tijdens de Invictus Games in Sydney zijn teammaatje hielp bij diens paniekaanval. Samen zongen ze ‘Let it Go’, uit de kinderfilm Frozen.

Edwin Vermetten (rechts) helpt tijdens de Invictus Games in Sydney zijn Ierse partner Paul Guest bij diens paniekaanval. Foto Getty Images

Het is maandag 22 oktober even voor tien uur ’s ochtends als een helikopter laag over het Olympic Tennis Centre van Sydney vliegt en de man met het vervaarlijkste uiterlijk van allemaal meesleurt naar het moment waarop Ierse landmijnen diepe kraters in zijn ziel sloegen. Al die tatoeages op zijn lichaam fungeren als een deken waaronder hij sindsdien wil schuilen voor de buitenwereld, maar nu is hij naakt, kwetsbaar als een kind, en wordt hij bekeken door 200 muisstille toeschouwers.

Paul Guest, alias the Bulldog, laat zijn racket op de grond vallen, zoekt knijpend in een tennisbal naar houvast, en begint in zijn rolstoel met zijn ogen te tollen, zijn volgekalkte schedel trekt spastisch naar zijn linkerschouder. Een paniekaanval, uiting van de posttraumatische stressstoornis (PTSS) die hij vóór de eeuwwisseling opliep in de oorlog in Noord-Ierland, waar hij mijnen ruimde uit naam van het Britse leger. Het gebeurt in de eerste ronde van het Invictus rolstoeltennistoernooi tegen een duo Amerikanen, bij een stand van 1-1 in sets, en 9-7 in de supertiebreak – matchpoint tegen.

Spelen voor oorlogsveteranen

Teammaat Edwin Vermetten uit Baarle-Nassau ziet vanuit zijn ooghoeken dat Paul begint te trippen en rolt zo snel als hij kan naar hem toe, pakt de Brit bij zijn schouder en nek en begint op hem in te praten. „Paul, look at me, look at my eyes.” Hij krijgt heel even contact. „Let it go.” En Paul ontspant. Voor hem is de vierde editie van de Invictus Games, tweejaarlijkse sportspelen voor oorlogsveteranen bedacht door de Britse prins Harry, een therapeutische aangelegenheid, een laatste reddingsboei zelfs. Paul kwam door de gruwelen die hij zag de voorbije tien jaar niet meer buiten, probeerde zich vier keer van het leven te beroven. In Sydney zou hij onder militaire lotgenoten zijn, kon hij zich weer even voelen als in het leger: deel van een grote, veilige familie.

Edwin handelt instinctief, omdat „mijn maatje in de shit zit”, een man die hij tot dit toernooi niet kende, maar met wie hij in een paar minuten tijd een band voor het leven opbouwt. „Let it go”, herhaalt hij, en dan begint hij associatief het liedje uit de Disneyfilm Frozen te neuriën, een film die hij als vader van twee jonge dochters honderd keer zag. Paul begint „mee te brabbelen”. De twee staan tien minuten innig in elkaar verstrengeld, en blijven het refrein zingen. Beelden van het tafereel gaan viral op sociale media.

Als de storm in Pauls hoofd is gaan liggen geeft het duo elkaar een box en hervatten ze de wedstrijd. Ze winnen de partij in de derde set. Voor het eerst in zijn leven heeft Paul controle over een paniekaanval. Op de tribune beginnen mensen te huilen.

Gouden moment

Na afloop komt Pauls psycholoog naar Edwin toe: „Ik werk hier al maanden, zo niet jaren aan, maar jou is het gelukt hem te kalmeren. Dit is een gigantische stap in zijn revalidatieproces.” Bij Edwin overheerst de opluchting. Twee weken later zegt hij, thuis in Baarle-Nassau: „Ook al had ik geen prijs gewonnen, dit was mijn gouden moment.”

Edwin Vermetten thuis in Baarle-Nassau.

Foto Katrijn van Giel

In de dagen die volgen herhaalt de scène zich bizar genoeg twee keer, in de halve eindstrijd en in de finale, die nipt verloren gaat tegen een duo Nederlanders. Steeds zorgt een overvliegende helikopter ervoor dat Paul in paniek raakt, en steeds weer haalt Edwin hem „uit die bubbel”. Bij Defensie leerde hij: je buddy is je alles.

Vanaf het moment dat het Australische tv-journaal melding maakt van Edwins actie wordt hij op straat herkend. Op het Olympic Park vallen mensen hem huilend om de nek. „Je bent een held”, zeggen ze tegen hem. „Hoezo? Ik heb alleen maar iemand geholpen”, antwoordt hij. Nu, terug in Nederland: „Iemand helpen is bijzonder geworden in onze maatschappij. Dan val je op en word je wereldnieuws. Ik vind dat gek.”

Tijdens de sluitingsceremonie in de Sydney Super Dome wordt Edwin het podium op geroepen. Ten overstaan van duizenden mensen krijgt hij een Above and Beyond Award en wordt hij geroemd door prins Harry.

In Baarle-Nassau staat de award op een dressoir in de woonkamer, naast twee zilveren (tennis, basketbal) en een bronzen (zeilen) medaille van de Invictus Games.

Sinds Edwin thuis is, gaat zijn telefoon de hele dag door. Te gek voor woorden eigenlijk, vindt hijzelf. Hij deed zijn verhaal bij De Wereld Draait Door en werd nadien door allerlei „genootschappen” gevraagd te komen speechen – PTSS-groepen bijvoorbeeld, want voor hen is Edwin een boegbeeld geworden.

Hij neemt een commercial op voor het Rode Kruis, waarin beelden worden getoond van het moment met Paul, en waarin hij zegt dat juist de mensen die iemand helpen zonder camera’s op hun snufferd echte helden zijn.

Edwin pakt zijn tablet erbij. „Kijk, ik ben gevraagd naar Amerika te komen, naar de show van Steve Harvey. Dat gaat toch nergens over? Als ze mijn vlucht betalen, dan ga ik.”

Steunbetuigingen

Op Facebook blijven berichten binnenstromen van mensen die hem willen bedanken. Een agent met PTSS, die betrokken was bij een schietpartij, durft dankzij Edwin voorzichtig uit een isolement te kruipen. De burgemeester van Baarle-Nassau nodigt hem uit op het stadhuis. Hij krijgt er waterige oogjes van. „Als ze me een lintje gaan geven, kan je me opvegen. Dat is voor mij de ultieme prijs. Dan krijg ik erkenning van mijn vaderland. Daarom ben ik ooit bij Defensie gegaan.”

Edwin had geen makkelijke jeugd. Door de vechtscheiding van zijn ouders ontspoort de relatie met zijn vader volledig. Hij geeft wel details maar wil die liever niet de krant. Sinds zijn negende zoekt hij geborgenheid in vriendschappen, en later in de levenslange kameraadschappen die zo kenmerkend zijn voor het leger.

Op zijn 23ste wordt Edwin korporaal op vliegbasis Gilze-Rijen, waar hij als distributiemedewerker gaat werken. Als in 1998 de oorlog in Kosovo uitbreekt, hoopt hij dat hij zal worden uitgezonden, maar dat gebeurt pas in 2001, als er vrijwilligers worden gezocht die de stabiliteit op de Balkan moeten waarborgen. In de buurt van Split, Kroatië, gaat het op 24 oktober 2001 heel erg mis.

Een vrachtwagenchauffeur boort zich met 120 kilometer per uur frontaal in het militaire voertuig dat Edwin bestuurt en overlijdt ter plekke. Edwin vangt de immense klap op met de linkerkant van zijn lichaam. Zijn schedel breekt op twee plaatsen, net als zijn oogkas en zijn kaken, en beide benen raken vanaf zijn knie naar beneden toe verbrijzeld. Hij laat foto’s zien van de vrachtwagen, die als door een mijn geraakt aan de linkerkant totaal verwrongen is. De stuurkolom zit door de botsing om zijn buik gevouwen, zijn borstkas blijft intact door een scherfvest. „Hier”, zegt hij nuchter, „kun je een deel van mijn kuitbeen zien liggen”. Edwin blijft bij kennis, maar zijn geheugen wist zichzelf in de drie maanden die volgen.

28 operaties

Edwin revalideert acht jaar en moet 28 keer worden geopereerd, om zijn benen met behulp van botweefsel uit zijn heup te reconstrueren. Bij het militaire revalidatiecentrum in Doorn begint zijn topsportcarrière, zegt hij. „Daar werk je dagelijks om beter te worden, om weer te leren lopen.” Dat kan hij inmiddels, op schoeisel dat het verschil van vier centimeter tussen zijn linker- en rechterbeen compenseert. Hij is niet zo mobiel meer als voor het ongeluk, en zijn concentratievermogen laat te wensen over, net als zijn kortetermijngeheugen.

In 2012 rijdt Edwin vlak na zijn laatste operatie in drie uur en een beetje in een rolstoel de Mont Ventoux op – de fabrikant van een nieuw model zoekt een vrijwilliger en vindt die in hem. Niet veel later wordt hij gebeld door NOC*NSF, of hij wil komen proberen welke sporten hem goed liggen. Hij start een paralympisch roeitraject voor Rio 2016, wint drie wereldbekers en de Europese titel indoorroeien, maar mist plaatsing op zeven centimeter. Bij de Invictus Games is hij wél welkom. Die Spelen gaan, meer dan om medailles, om fysiek en mentaal herstel. In Londen (2014), Orlando (2016) en Sydney pakt hij vijf bronzen en twee zilveren medailles, en dus die Above and Beyond Award.

Zijn leven is erdoor veranderd. Van anonieme oud-korporaal tot voorbeeld voor velen. Het voelt nog onwennig om „ineens het mannetje te zijn”. Want wat hij heeft gedaan, zou iedereen moeten doen.

    • Dennis Boxhoorn