Ze droeg geen btw af over haar no-cure-no-payregeling

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week fiscaal recht: btw-afdracht over een betalingsafspraak en over wonen.

Foto Remko de Waal/ANP

Voor haar juridische adviezen konden klanten kiezen tussen een uurtarief of een speciale formule. Bij dat laatste rekende de eigenaar van de eenmanszaak een vaste vergoeding en een bedrag bij winst – een zogeheten no-cure-no-payregeling. Over de vaste vergoeding betaalde de vrouw omzetbelasting, niet over de flexibele betalingen. Onterecht, vond de Belastingdienst, die naheffingen oplegde over 2011 en 2012.

De zaak kwam bij de rechter terecht. Volgens de vrouw moest het bedrag bij winst gezien worden als een winstdeling en winstdelingen zijn geen vergoedingen voor werkzaamheden. Er is volgens de vrouw geen rechtstreeks verband met de door haar geleverde prestaties. Ze betoogde dat een gunstige uitspraak wel het gevolg kan zijn van haar werkzaamheden, maar dat wil niet zeggen dat de financiële vergoedingen tegenprestaties zijn voor de werkzaamheden. Dat is wel de vaste vergoeding, stelt de vrouw. De Belastingdienst meent dat alles wat de vrouw bedingt en ontvangt, behoort tot de vergoeding voor de geleverde prestatie.

De rechtbank Gelderland gaat mee met de redenering van de fiscus. De adviseur neemt immers een zaak niet aan voor een vast bedrag als de cliënt niet akkoord gaat met een bedrag achteraf bij positief resultaat. Bovendien merkt de rechter op dat „ook vanuit de cliënten bezien er sprake is van een koppeling tussen de vaste vergoeding en het bedrag bij winst” – zij zullen beide bedragen ervaren als vergoeding voor werkzaamheden. En, er is geen andere reden waarom cliënten bereid (zouden) zijn de adviseur te laten delen in de winst enkel dan als beloning voor werkzaamheden. Over het no-cure-no-paydeel moet ook btw worden afgedragen.

Uitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2018:4866

    • Anne van der Schoot