Opinie

Voor rechters is de grens nu echt bereikt

Rechtstaat Bestuurlijke vernieuwers blijven de rechtspraak zien als vonnissenfabriek, schrijft . Snapt Den Haag nu nog niet dat de maat vol is?

Illustratie Hajo

Rechters waarschuwen al langer voor uitholling van de rechtspraak, onder meer door mislukte IT-projecten en bezuinigingen. In zijn column De rechtsstaat schreef Folkert Jensma echter dat het „waar kan zijn, maar kletskoek kan ook” (Help, de rechters in opstand sturen een brief, 17/11). Hij mist de onderbouwing voor de angst dat rechters door de toegenomen productiedruk meer fouten in strafvonnissen gaan maken.

Alleen dat laatste is kletskoek. Want de geschiedenis herhaalt zich. Zo’n twintig jaar geleden waren er zorgen over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Om de invloed van de minister aan banden te leggen, is toen bij wijze van buffer een Raad voor de Rechtspraak opgericht en is een nieuw financieringssysteem opgetuigd. Dat bleek echter nogal kneedbaar, en was al helemaal niet bestand tegen de financiële crisis.

Eindeloze ‘efficiëntiekortingen’ volgden, met een bezuiniging van 9 procent als dieptepunt. De voorzitter van de Raad, Frits Bakker, wist het toen ook niet meer. „Moet een familierechter een vechtscheiding dan maar afdoen in een gesprekje van tien minuten?”, verzuchtte hij in zijn nieuwjaarsspeech van 2016.

Reorganisatiegolf

Vier jaar eerder was al alarm geslagen in een manifest dat onder rechters voor veel ophef zou zorgen. Aanleiding daarvoor was een tweede reorganisatiegolf, tien jaar na de eerste. Niet de onafhankelijkheid stond daarbij centraal, maar de kwaliteit. Dat wil zeggen, zo werden het nieuwe ‘integraal management’, de fusies en de schaalvergrotingen aan de man gebracht. Op de werkvloer werd het vooral ervaren als bezuiniging en controledwang. Het resultaat: een bestuurlijk bloedbad en chronische onvrede.

Lees ook: Rechtspraak heeft sturing op inhoud nodig

Binnen alle gerechten werden de zittende leidinggevenden vervangen door bestuurders op afstand. Het besef dat deze benoemingencarrousel vanuit Den Haag werd aangestuurd, vormde een giftige combinatie met de productiedruk, die onverminderd bleef toenemen. Bovendien werd de Raad niet ervaren als buffer tussen recht en politiek, maar juist als onderdeel van het Haagse gekonkel. En het systeem van financiering, dat eerst zo mooi leek, bleek geen verweermiddel tegen bezuinigingsdrift te zijn, maar juist een instrument om de gerechten als een uitsprakenfabriek te managen.

Leraren, artsen, de wetenschap en rechters eisen een herbezinning – weg van de controledwang

Intussen regende het buiten de muren van de rechtspraak protesten die dezelfde frustratie ademden. Het begon in 2006 met het manifest Beter Onderwijs Nederland, ook gericht tegen bureaucratisering, schaalvergroting, en in- en outputfinanciering.

Die elementen keerden terug bij manifesten van huisartsen (Het roer moet om), en in de wetenschap (Science in transition, over cijferfetisjisme en promovendifabrieken, en Het Academisch Manifest). In dat laatste stuk kreeg het nieuwe management zelfs de vorm van een veelkoppige wolf met een huurlingenleger, gewapend met spreadsheets en outputindicatoren. Hierna volgde ook de zorgsector met Scherp op ouderenzorg, en zo waren er meer. Kennelijk was het tijd om in het publieke domein te komen tot een herbezinning – weg van het wantrouwen en de controledwang.

Lees ook: De Raad voor de Rechtspraak is mislukt, jammer maar helaas

De rechters kregen al snel steun van de Algemene Rekenkamer, juristen uit andere beroepsgroepen en wetenschappers. Maar hoeveel alarmbellen er ook afgingen, de bestuurlijke vernieuwers zetten door. En dus klommen de rechters in november 2015 opnieuw in de pen. Dat initiatief zou bekend worden onder de naam Tegenlicht. Het heeft niet lang geleden het wetsvoorstel opgeleverd om de rechtspraak met een afzonderlijke begroting te financieren, net als de Raad van State en de Nationale Ombudsman. Maar uitgerekend in die periode sijpelde het nieuws door dat het automatiseringsproject van de rechtspraak afstevende op een fiasco. Dat wekte niet echt vertrouwen in de financiële boekhouding van deze beroepsgroep. Het amendement is niet aangenomen.

Het piept en kraakt

En dus zit de rechtspraak opnieuw vast aan een disfunctionele formule voor de berekening van haar kosten, en is de financiering ervan afhankelijk van politieke afwegingen. Dat heeft zijn tol geëist: het piept en het kraakt in onze paleizen van justitie.

In een poging het tij nog te keren, hebben rechters nu professionele standaarden ontwikkeld. Dat toont hoeveel zaken zij per zitting verantwoord denken te kunnen behandelen. Het punt is alleen: dat kan dus niet. Het geld ontbreekt. En daarom klopten de initiatiefnemers van Tegenlicht onlangs opnieuw aan bij de Tweede Kamer.

Lees ook: De rechtspraak begint de moed te verliezen

Is het echt zo verontrustend allemaal? Nederland blijft immers hoog scoren op de jaarlijkse Rule of Law Index van de onafhankelijke organisatie die wereldwijd rechtsstelsels vergelijkt. Dat is niet zomaar een lijstje. Per land worden daarvoor zo’n duizend mensen en lokale experts geïnterviewd. Nederland staat sinds jaar en dag hoog in de eindlijst, achter een aantal Scandinavische landen. Op een aantal belangrijke onderdelen staan we zelfs op 1.

Dat is echter niet vol te houden. Uit onderzoek blijkt dat rechters inmiddels structureel 40 procent overwerken om alle ballen in de lucht te houden, en dat velen van hen overwegen te stoppen. De rek is er dus wel uit. Als we er nu niet meer zorg aan gaan besteden, zullen we langzaam maar zeker op de Rule of Law Index omlaag glijden.

Anders dan Jensma verwacht is dat inderdaad geen harde wetenschap. Het is wel de gefundeerde angst van de meerderheid van onze rechters. Het wordt zo langzamerhand eens tijd voor de politiek om dat signaal serieus te nemen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.