Opinie

    • Paul Scheffer

Van Tanger naar Marrakesh en weer terug

In september was ik in Tanger. Daar bezocht ik een katholieke kerk, Notre-Dame de Tanger, waar Afrikaanse jongeren bescherming hebben gevonden. Ze worden opgejaagd door de politie en naar eigen zeggen als oud vuil behandeld. Ze wezen beschuldigend naar Europa, dat zijn grensbewaking aan Marokko heeft uitbesteed.

Hun situatie is schrijnend. Sommigen waren al jaren onderweg, gevangen in een niemandsland. Ze konden niet terug, want de familie had ruimschoots betaald voor hun overtocht naar Europa, én ze konden niet vooruit, want zo gemakkelijk is de overtocht niet meer.

Met die ervaring in het achterhoofd volg ik de discussie over het pact van Marrakesh, dat de internationale migratie beter wil reguleren. Dit pact van de Verenigde Naties moet in december worden ondertekend, maar stuit op weerstand. Landen als Amerika, Australië, Hongarije en Oostenrijk zullen niet tekenen. Inmiddels is in België en Nederland de discussie opgelaaid.

Elke poging om legale en illegale migratie beter te ordenen verdient steun, want het onvermogen van regeringen leidt nu tot mensonterende toestanden. Juist omdat het zo’n belangrijke kwestie is moet een overeenkomst op een evenwichtige manier de verschillende belangen afwegen.

Daar bestaat gerede twijfel over. Migratie wordt in deze tekst als een meerwaarde gekenschetst. Weinigen zullen ontkennen dat geordende migratie veel kan bijdragen aan de samenleving. Er is ook een andere kant, maar over de problemen spreekt het pact op een ontwijkende manier als ‘uitdagingen’.

Het achterliggende idee is dat migratie zowel een welbegrepen eigenbelang is van de rijkere landen als een vorm van ontwikkelingssamenwerking voor de armere landen. De Canadese jurist Louise Arbour, die de totstandkoming van het pact begeleidde, zegt dat deze landen „voor hun eigen ontwikkeling behoefte zullen hebben een deel van hun arbeidskrachten te exporteren” (De Tijd, 16 november).

Het migratiepact schiet nu tekort – ondanks alle goede voornemens

Het pact wil migratie versoepelen en stelt de rechten van legale én illegale migranten voorop. Dat kan het moeilijker maken om ongewenste migratie tegen te gaan. Het Marrakesh-pact zegt meer over de bescherming waar illegale migranten recht op hebben, dan over hun terugkeer naar de landen van herkomst. Wel krijgt het bestrijden van mensensmokkel terecht nadruk.

De Vlaamse socioloog Mark Elchardus stelt vast dat in tal van bepalingen onvoldoende onderscheid wordt gemaakt tussen legale en illegale migratie. Hij schreef onlangs in De Morgen dat het hoofd van de EU-delegatie deze kwestie aan de orde heeft gesteld bij de onderhandelingen over de tekst. Die kritiek is volgens hem goeddeels genegeerd.

Zo roepen de 34 pagina’s tekst veel vragen op. De Nederlandse en Belgische regeringen proberen de discussie te dempen door erop te wijzen dat het migratiepact niet bindend is. Dat is een oneigenlijk argument: hoezo geeft deze veronderstelde vrijblijvendheid de doorslag? Van een goed pact mag je toch hopen dat het verplichtend is?

Bovendien stelt hoogleraar internationaal recht Tom Zwart in de Volkskrant: „Rechters zijn vaak eigenwijzer en creatiever dan politici willen. Ook in deze Marrakesh-tekst kan een creatieve jurist iets bindends lezen, zeker in samenhang met andere verdragen. Ngo’s en activisten zullen daar ook op inspelen.”

De juridische strekking van het pact vraagt om verduidelijking – vrijblijvend is het zeker niet. Artikel 15 onderstreept de „nationale soevereiniteit”, maar artikel 41 zegt: „We commit to fulfill the objectives and commitments outlined in the Global Compact”. Deze ‘commitments’ moeten onderdeel worden van nationale wetgeving, waarbij de specifieke omstandigheden van elk land meetellen.

Het beroep op mensenrechten zal in de praktijk voornamelijk liberale rechtsstaten raken. De voornemens in het pact hebben weinig gevolgen voor al die landen waar autoritaire regimes heersen. Dat zijn doorgaans de landen waaruit migranten wegtrekken. Zo schept het Marrakesh-pact vooral verplichtingen in de landen van aankomst.

Een parlementaire bespreking moet in Nederland en België tot de conclusie leiden dat het pact in deze vorm tekortschiet – in weerwil van alle goede voornemens. De huidige verdeeldheid vereist heroverweging. Internationale migratie is een wezenlijk vraagstuk voor de toekomst van Afrika en Europa: regulering van die migratie vraagt om duidelijke akkoorden, niet om halfslachtige teksten.

Ondertussen zitten de opgejaagde jongeren uit Kameroen, Sierra Leone en Niger nog steeds in de katholieke kerk van Tanger te wachten. Op een heldere dag kun je Spanje zien liggen. Ook met hun situatie voor ogen moet een migratiepact evenwichtiger de belangen wegen van alle betrokkenen. Dan kan het een overeenkomst worden die bindend is voor iedereen.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.
    • Paul Scheffer